A nna Heylen is dikwijls onderweg. Ze pendelt bijvoorbeeld elke dag van haar woning op het platteland in Nijlen naar haar winkel en atelier in Antwerpen. "Het gebeurt dikwijls dat ik me 's avonds tegen etenstijd naar huis haast, dat ik de kinderen in bed stop, en dat ik dan terug in mijn atelier ga werken."
...

A nna Heylen is dikwijls onderweg. Ze pendelt bijvoorbeeld elke dag van haar woning op het platteland in Nijlen naar haar winkel en atelier in Antwerpen. "Het gebeurt dikwijls dat ik me 's avonds tegen etenstijd naar huis haast, dat ik de kinderen in bed stop, en dat ik dan terug in mijn atelier ga werken." Vanmorgen is ze voor de tweede of derde keer deze week naar Parijs gereden, waar ze in een galerie vlakbij het Centre Georges Pompidou haar zomercollectie voor volgend jaar presenteert aan inkopers en pers. Ze heeft in de buurt van Brussel een uur in de file gestaan. "Het is niet altijd evident om als moeder zo hard te werken. Ik heb altijd gedacht dat het kon, maar eigenlijk is het heel moeilijk." Zo in zwarte drukletters opgeschreven klinkt het droevig, maar in het echt straalt Anna Heylen energie uit, en een goed humeur. Het gesprek moet over haar bed gaan, of tenminste: het bed dat ze heeft ontworpen in opdracht van Weekend Knack. Maar eerst vertelt ze over haar passie voor poppen. Een deel van haar geschiedenis, een leidmotief in haar carrière. Tientallen, misschien wel honderden exemplaren heeft ze geschapen, gekleed en van een naam voorzien. Ze durft er geen cijfer op plakken. "Misschien 200", zegt ze, maar haar antwoord klinkt zo willekeurig dat je niet anders kan dan vermoeden dat ze er veel meer heeft gemaakt. Ze zegt dat ze haar kledingontwerpen vaak eerst op poppenformaat uitwerkt, en dat ze pas nadien het resultaat in het groot tracht te benaderen. Ze toonde haar eerste serie poppen tijdens Antwerpen 93, toen ze al vijf jaar was afgestudeerd aan de Academie en had gewerkt voor Marks & Spencer en voor Kipling. "Voor Antwerpen 93 kon je je eigen project indienen. Je moest een dossier opstellen, en dat werd dan voorgelegd aan een jury. Ik had een pop geboetseerd uit klei, kleertjes gemaakt, er een verhaal bij verzonnen. Mijn idee werd goedgekeurd, ik kreeg een budget en ik kon aan de slag." Uiteindelijk stopte ze 130 poppen in een glazen bak. Elke pop was uniek. Maar wel, zoals ze het zelf uitdrukt, " faceless en sexless", gezichtloos en geslachtloos. Bij elk exemplaar hoorde een naam en een levensbeschrijving. "Met de popjes probeerde ik mijn visie op de wereld te geven. Het was de bedoeling dat ze zich manifesteerden door hun kleding. En dat de toeschouwers het gevoel kregen dat er iets gebeurde als ze voor die glazen bak stonden." Na Antwerpen 93 werd Anna Heylen met haar poppen uitgenodigd door een museum in Brazilië. Drie weken heeft ze toen doorgebracht in Sao Paulo, een sublieme ervaring. "Ziek was ik van die stad. Ik heb New York gezien, ik heb Hongkong gezien, ik heb Tokio gezien. Maar Sao Paulo is anders, misschien omdat de multiculturele samenleving er al zo ver staat." De poppen werden nadien ook tentoongesteld in Parijs en in Londen, bij de toonaangevende klerenwinkel Browns. Op het aanbod van een belangrijke galerie in Tokio is ze niet ingegaan. "Op dat moment kon ik het niet meer aan. Ik had er geen energie meer voor. Ik wou iets nieuws doen." Sindsdien heeft Anna Heylen de draad weer opgepikt. Vorig jaar vulde ze een etalage met poppen tijdens de eerste editie van Vitrine, de Antwerpse modetiendaagse. Dit jaar ontwierp ze enkele bijzondere exemplaren voor het modeproject, in de marge van de tentoonstelling met werk van de schilder Van Dyck. "Als je je wat verdiept in zijn leven, dan komt er een ongelooflijk, zalig sex-appeal naar boven." Pardon? Gegiechel. "Ik denk dat hij een echte stoeipoes was." Logisch dus dat ze haar Van Dyck-poppen in tanga's stopte. In september vulde ze tijdens de tweede editie van Vitrine een container met haar poppen, of tenminste: met wat ervan overbleef. "Ik heb compost gemaakt van mijn poppen, ze uit elkaar gerukt, en daarmee glazen bakken gevuld. Ik wou een soort labyrint maken." Sommige popjes lagen in een mengsel van aarde en water, en er was ook een exemplaar van een boek van Marguerite Duras, "La maladie de la mort". "De sfeer," geeft ze toe, "was ietwat morbide." Moet er een zwaar psychologisch drama worden gezocht achter het feit dat ze haar eigen poppen heeft verscheurd? Meer een soort catharsis, blijkt uit haar ontwijkende antwoord: "Na de tentoonstelling heb ik alles in de Schelde gegooid. Zalig. Ik beschouw het als een proces. Ik heb die poppen gemaakt, ik heb ze altijd geësthetiseerd, en nu heb ik zoiets van, komaan mannen, we gaan jullie eens allemaal uit elkaar rukken." Eigenlijk ben ik heel impulsief begonnen", zegt ze over haar grotemensenkleren, want behalve een moderne Gepetto is Anna Heylen ook een ontwerpster met verkooppunten in de hele wereld. "Een fabrikant die mijn popjes had gezien tijdens Antwerpen 93 vond dat ik mijn eigen collectie moest beginnen. Maar eigenlijk was ik daar nog niet klaar voor. Die man is dan blijven aandringen, en toen heb ik toch vrij snel een eerste collectie gemaakt." Met het resultaat, "een rekje, meer niet", trok ze naar Parijs, waar haar kleren tijdens de modeweek werden aangekocht door een handvol winkels, waarvan er één ten onder ging tijdens de grote aardbeving van Kobe. Ze had niet verwacht dat het zo gemakkelijk zou gaan. Hoewel, gemakkelijk. "Het is niet evident, nog altijd niet. Maar we zijn wel altijd gegroeid. En ik heb zoiets van: uit het een groeit het ander." "Er zit altijd wel een verhaal achter", zegt ze over haar kleren. "Maar het mag niet al te evident zijn." Ze heeft haar vijfde collectie, die voor de zomer van volgend jaar, de titel B-Side meegegegeven. En somt op: "Evenwicht en onevenwicht, voorkant en achterkant, surrealisme, craqueleren en niet craqueleren, plastificeren en niet plastificeren, hard en zacht, wel en niet." "Als we een goede broek hebben", voegt ze daar aan toe, "dan willen we die goede broek houden, en als de mensen er zich goed in voelen, dan probeer ik er op een subtiele manier dingen aan toe te voegen, zodat ze zich nog beter voelen." Blijkbaar krijgt ze veel hulp van haar echtgenoot, met wie ze de zaak runt. "We hebben alles met onze eigen financiële middelen gedaan. Ik heb iemand die in de winkel staat en ik heb mijn lieve echtgenoot. Een beperkt team dus. Ik vind het heel zwaar." Heel veel draait om geld, zegt ze. Geld voor een show, geld voor een persagent in Parijs. Ach, er zijn nog seizoenen genoeg. De winkel in Antwerpen is een geslaagd experiment. "Ik sta minstens een dag per week achter de kassa, en dat contact met je klanten is heel fijn. Je leert veel. Je leert je collectie opbouwen. Je leert wat vrouwen willen. Tenminste, de Belgische vrouwen. Want die zien er helemaal anders uit dan bijvoorbeeld de Japanse vrouwen. Eigenlijk moet je als ontwerper een product maken dat iedereen past, maar dat is bijna onmogelijk, ook omdat de collectie zo klein is."In haar winkel merkt ze duidelijk dat Antwerpen een internationale shoppingstad wordt. "Er komen Italianen. Er komen Amerikanen. Ik schat dat een derde van de mensen die bij mij over de vloer komen, buitenlanders zijn. En misschien zijn het er wel meer." Een robotfoto van haar doorsnee klant heeft ze niet onmiddellijk in gedachten. "Ik denk dat mijn kleren worden gedragen door modebewuste vrouwen, vrouwen ook die met zichzelf bezig zijn." In de winkel ziet ze een groot verschil tussen het begin van een seizoen en de koopjesperiode. "Dan komen er veel jonge meisjes, en dat vind ik plezant." Ze probeert "heel erg op de prijs te letten", maar je kleren in België laten maken kost nu eenmaal veel geld, en dan zeker als het om kleine aantallen gaat. Voor de ateliers waarmee ze samenwerkt, heeft ze overigens niets dan lof. "We hebben heel toffe medewerkers." Waar haalt ze haar inspiratie? Ze kijkt op naar oude vrouwen. "Die fascineren me. Ik hoop dat ik later eindig als koffietoertmadam op de Groenplaats: taartjes eten met roodgelakte nagels. In Antwerpen lopen er genoeg van die fenomenen rond." En zo'n oud vrouwtje wil ze dus ook worden. "Heel koket, altijd op hoge hakken. In tegenstelling tot nu." (Ze heeft Antwerpen nodig. "Ik vind het goed dat ik daar zit. Ik heb vroeger altijd in Antwerpen gewoond. Ik hou van de stad.") Wat vindt ze belangrijk? Een multiculturele samenleving. Zoals in Sao Paulo. Ze komt tijdens ons gesprek voortdurend op het gegeven terug. " Let's all live together", zegt ze. A la Benetton? "Neen", lacht ze. "A la Anna. Mijn kinderen zijn 2, 5 en 6. Als je ziet hoe zij soms al reageren, dan besef je hoe belangrijk verdraagzaamheid is." Het bed, dat hierbij staat afgebeeld, kwam er op vraag van Weekend Knack, dat haar voorstelde samen te werken met Anker Bedding, het West-Vlaamse familiebedrijf dat is gespecialiseerd in slaapcomfort. Tijdens de woonbeurs Classic wordt het bed geveild voor een goed doel. De opbrengst gaat naar de Aidstelefoon (voor praktische informatie, zie kader). "Ik vond het gegeven fantastisch", zegt ze. En ze vertelt dat ze onder de indruk was van haar bezoek aan de fabrieken van Anker. "Ik vond het puur food for life." Het feit dat een dergelijke stiel nog wordt beoefend, in 1999, in België, noemt ze "een droom". "De manier waarop bij hen een bed wordt gemaakt is zo esthetisch, zo puur, zo schoon, dat ik dacht: ik moet hier niets doen, ik moet dat bed gewoon binnenstebuiten keren, tonen wat erin zit. En dat heb ik ook gedaan. Ik heb hen gezegd: ik vind de vormen die jullie gebruiken uitstekend, dus we gaan daarmee werken. Maar ik ga het paardenhaar dat aan de binnenkant zit naar buiten brengen. Het bed is dus volledig bekleed met paardenhaar. Eenvoudig, maar het oogt wel heel mooi. Anker stopt in de binnenkant van zijn bedden ook zijde, voor de beademing. Die heb ik eruit gehaald, bewerkt en opnieuw gebruikt als bedsprei. De kussens heb ik gemaakt van de canvasstof waarmee zij het binnenbed bekleden, en dan heb ik ook nog een aantal van de stoffen uit hun eigen beddengoedcollectie gerecycleerd." Het resultaat neigt in haar woorden naar Tibet, misschien door de zijde en het paardenhaar. "In dezelfde lijn heb ik een touw rood laten verven en helemaal in elkaar gedraaid en daar heb ik het bed mee afgebonden." Het bed, waarvan slechts één exemplaar bestaat, is volledig bij Anker gemaakt. "Ik vond het een ongelooflijke, zalige ervaring. Bijna net zo fijn als op vakantie gaan. Zo'n kledingcollectie vergt heel veel werk, en een project als dit heeft dan iets van, oef, een beetje ontspanning. Ze hebben bij Anker bovendien fantastische stikmachines - een droom voor mij, want ik stik heel graag, en ik vind het leuk als ik zelf achter de machine kan kruipen." Ze heeft er, in een korte periode, veel tijd ingestopt. Maar dat vindt ze noodzakelijk. "Als je je voor iets engageert, dan moet je het goed doen." Het was bovendien een uitdaging. Ten eerste omdat ze zich als ontwerper nog nooit aan meubilair had gewaagd, ten tweede omdat ze graag af en toe in opdracht werkt. "Binnen bepaalde lijnen iets doen, vind ik dikwijls een grotere uitdaging dan carte blanche krijgen - en dan nog voor een goed doel." Ze besluit, lachend: "Ik weet niet of dat bed jouw genre zal zijn." Kent ze mijn genre dan? "Neen, daarom net." Wat is haar genre? Hoe leeft ze zelf? "Ik heb drie kinderen", lacht Anna Heylen, "mijn huis is een speeltuin."Jesse Brouns