Griet SchrauwenIllustratie : Sandra Schrevens
...

Griet SchrauwenIllustratie : Sandra SchrevensZo'n drie maanden geleden werd in Parijs baby Martin geboren (schoon 3,5 kilo), en dat was voor Frankrijk een bijzondere gebeurtenis in zeer verschillende opzichten. De grootvader van de baby, Jacques Chirac, sinds één jaar president van onze zuiderburen, sprong op van vreugde toen hij vernam dat zijn genen en zijn familienaam waren doorgegeven aan een volgende generatie. Hij sloeg een glas champagne achterover, verontschuldigde zich op een of andere prijsuitreiking in het Elysée, en spoedde zich naar het Port Royal-ziekenhuis waar de kersverse moeder en haar boreling zich bevonden. Die moeder is Claude Chirac, dochter van de president. Ze geniet al sinds jaren de ruime belangstelling van haar 57 miljoen landgenoten. Claude was lang depressief na de zelfmoord van haar echtgenoot, en had zich met haar quasi onuitputtelijke energie gestort op haar vaders derde presidentscampagne. Toen die eindelijk, en niet zonder kritiek in binnen- en buitenland succesvol was, legde Claude zich met evenveel ijver toe op het instandhouden van de stamboom. De Chirac-familiesaga werd door de Fransen op de voet gevolgd. Ze bespeurden de welvende buik van de verweduwde presidentsdochter, en ze gingen op zoek naar de vader. Dat bleek niemand minder te zijn dan Thierry Rey, een voormalig judokampioen, wiens huidige of toekomstige rol in de Chirac-familie zeer obscuur blijft. Maar de Fransen ontdekten nog iets anders, namelijk dat buitenechtelijke kinderen (of moet dit onwettige zijn ?) zelfs in de hoogste kringen geen uitzondering meer zijn in dit traditioneel rooms-katholieke land, en dat de schande die eraan kleefde verdwenen is. Van onwettige kinderen is geen sprake meer, en het woord bastaard is compleet in onbruik geraakt in een tijdspanne van amper één generatie. Na Martins geboorte barstten ook tot in de hoogste kringen de discussies los. Uit allerhande onderzoeken bleek dat het klassieke kerngezin, hoeksteen van onze maatschappij, langzaam maar zeker afbrokkelt. In Frankrijk groeit het aantal eenoudergezinnen vijf keer sneller aan dan het twee-oudergezin. Liefst 36 procent van alle baby's worden er buiten het huwelijk geboren. Sociologen voorspellen dat het eenoudergezin over dertig jaar de norm zal zijn. Hoe dat komt ? Maatschappelijk werkers, gezinsconsulenten en ongehuwde moeders zeggen dat de belangrijkste drijfveer het oeroude verlangen is om een kind groot te brengen in een liefdevol gezin, met of zonder vader. Ook bij zelfstandige en onafhankelijke vrouwen tikt de biologische klok verder. Velen willen een last minute baby, voor het te laat is. Ze gooien alle conventies overboord en beslissen in hun eentje een kind te krijgen, en niet langer te wachten op De Ware om dat samen mee te doen. Die keuze is sneller gemaakt nu het taboe op de bastaard is vervaagd. Bezorgde Fransen trekken aan de alarmbel. Voor het welzijn van de kleine Martin wordt niet gevreesd met zo'n liefhebbende, machtige, rijke (zowel aan geld als aan invloed) opa als Jacques Chirac. Maar wat wordt er van de kinderen van al die andere ongehuwde moeders ? Er gaan stemmen op dat de staat de alleenstaande ouders beter moet steunen. Kinderen zijn de toekomst en er moet goed voor hen gezorgd worden, zeggen ze, in het belang van de natie. ?Zonder een moreel oordeel uit te spreken," deed ook eerste minister Alain Juppé een duit in het zakje, ?wil ik de aandacht vestigen op het effect van eenouderschap op opvoeding, scholing en criminaliteit. Statistieken tonen aan dat de twee miljoen kinderen die in Frankrijk opgroeien in eenoudergezinnen meer slechte schoolresultaten behalen dan de andere, en dat ze vaker in aanraking komen met criminaliteit." Nicole Catala, vice-president van de Assemblée Nationale, heeft ook onderzoek verricht naar ongehuwd ouderschap. Zij zegt niet zozeer bezorgd te zijn over ongehuwd samenwonenden die een baby krijgen (dat aantal koppels wordt in Frankrijk geschat op 2,2 miljoen, zeven keer meer dan in '68), omdat de geboorte van een kind dikwijls de aanleiding is om toch te trouwen. Maar ze is duidelijk meer verontrust over de toenemende trend om kinderen te krijgen, los van een langdurige relatie. Madame Catala en andere experten zeggen dat het besluit van alleenstaande moeders om toch een kind te krijgen voortkomt uit wanhoop en misschien zelfs uit winstbejag. Ze vraagt zich af of wij getuige zijn van een natuurlijke evolutie of van een nieuw profitariaat. Misschien krijgen ze wel kinderen uit berekening, suggereert ze, want de Franse staat levert aan kersverse alleenstaande ouders het eerste jaar een maandelijkse bijdrage die, naargelang van het inkomen, kan oplopen tot 24.000 fr. voor een eerste kind. En dat schiet de Franse conservatieven in het verkeerde keelgat : is die er om alleenstaande ouders te helpen, of om jonge vrouwen te stimuleren tot ongehuwd moederschap ? Wij willen Madame Catala en gelijkgezinden van hun twijfels verlossen. In Europa staat Frankrijk pas op de achtste plaats wat eenoudergezinnen betreft : daar is een op acht een eenoudergezin. In ons land is dat één op vijf, veel meer dus. Wij Belgen komen in Europa op de tweede plaats, en we worden met nog geen neuslengte geklopt door Engeland. Van enig winstbejag kan hier zeker geen sprake zijn. In eigen land hebben we zelfs nog nooit gehoord over steun aan alleenstaande ouders, al zouden ze die in vele gevallen best kunnen gebruiken.