Sommige beeldende kunstenaars raken op een gegeven ogenblik gefascineerd door wat ze in hun jeugd hebben gemaakt, en durven dat werk te herkneden tot iets nieuws. In de Weense Albertina loopt er een tentoonstelling met nieuw en oud werk van het enfant terrible van de Duitse kunst, de wereldvermaarde Georg Baselitz (° 1938).
...

Sommige beeldende kunstenaars raken op een gegeven ogenblik gefascineerd door wat ze in hun jeugd hebben gemaakt, en durven dat werk te herkneden tot iets nieuws. In de Weense Albertina loopt er een tentoonstelling met nieuw en oud werk van het enfant terrible van de Duitse kunst, de wereldvermaarde Georg Baselitz (° 1938). De schilder, geboren als Hans-Georg Kern in Deutschbaselitz, in Saksen, veranderde in 1961 zijn naam ter ere van zijn kleine geboortestad. Baselitz choqueerde al snel zijn omgeving, hij werd van de kunstacademie van Oost-Berlijn gegooid. Hij maakte heftige portretten van masturberende mannen in een sombere, wilde stijl. Baselitz trok van leer tegen de dominantie van de abstracte schilderkunst en werd in de jaren tachtig samen met Jörg Immendorff, Anselm Kiefer en Julian Schnabel een van de toonaangevende figuren van de Neue Wilde, de Nieuwe Wilden, een vrij brutale, neo-expressionistische stroming die na Duitsland de hele westerse wereld overdonderde. Baselitz werkte al lang vóór de jaren tachtig expressief. In 1969 werd hij beroemd voor zijn 'op-zijn-kop'-schilderijen : figuren die ondersteboven waren afgebeeld. Veel kunstenaars houden helemaal niet van hun jeugdwerk, sommigen kijken erop neer. Vooral kunstenaars die vrij jong beroemd werden, hebben het er moeilijk mee, omdat ze bang zijn dat ze het werk uit hun jonge jaren niet meer kunnen evenaren of overtreffen. Maar Georg Baselitz trekt zich daar niets van aan. In 2005 begon hij zijn oud werk opnieuw te bekijken. Hij deed dat op een ontspannen manier, bij wijze van inspiratie, en creëerde nieuw werk met hetzelfde thema, maar met een veel lossere en speelsere stijl. Meestal is het herwerken van een oud thema een gevaarlijk spel voor een kunstenaar. Baselitz doet het echter zo spontaan dat zijn nieuwe reeksen niet alleen groter zijn, maar qua kleur en lijn bijna dynamischer dan de ietwat sombere tableaus van vroeger. Het ligt ook aan de materie en techniek, hij gebruikt behalve olieverf ook vaak aquarel, wat resulteert in veel lichtere, transparante en pure kleuren. Je zou bijna kunnen denken dat dit het werk is van een andere, maar verwante kunstenaar. Dat is best boeiend. Voor de tentoonstelling kun je natuurlijk naar het bijzonder rijke Albertinamuseum (www.albertina.at) in Wenen reizen, waar de confrontatie tussen het oude en nieuwe werk van Baselitz te zien is tot 23 februari. Maar ook in het Noord-Franse Tourcoing loopt er een interessante tentoonstelling : Museum voor Schone Kunsten, tot 24 februari (www.muba-tourcoing.fr) DOOR PIET SWIMBERGHE