Bart Moeyaert (41) is vanaf 26 januari de nieuwe Antwerpse stadsdichter. Hij schrijft ook boeken, theater en poëzie. www.bartmoeyaert.com
...

Bart Moeyaert (41) is vanaf 26 januari de nieuwe Antwerpse stadsdichter. Hij schrijft ook boeken, theater en poëzie. www.bartmoeyaert.com Niemand vraagt om een stadsdichter. Weinig mensen lezen poëzie. En toch zeggen veel Antwerpenaars me : "We zijn blij met jou". Het nut van het stadsdichterschap is me dan op slag duidelijk. De voorbije 19 jaar woonde ik op vier plaatsen in Antwerpen. Inspiratie genoeg dus voor poëzie. Maar ik zal het anders aanpakken dan Tom Lanoye of Ramsey Nasr. Zij waren, of ze het wilden of niet, politiek geëngageerd, maar zo zit ik niet in elkaar. Ik ben een burger die zoals iedereen nadenkt over zijn stad. Midden in de stad creëer ik mijn eigen dorp. Ik kies mijn bakkerij en krantenwinkel, en ik zie wat er gebeurt in mijn straat en om de hoek. Ik woon in de stationsbuurt, dus mijn dorp heeft paaldanseressen, goktenten en restaurants uit alle windstreken. Maar omdat ik ook midden in de stad woon, is mijn dorpsverhaal bij uitbreiding dat van Antwerpen. Ergens thuishoren, is altijd moeilijk geweest. We waren thuis met zeven broers. Als jongste hoorde ik er niet echt bij. Ik moest ontdekken dat ik niet op meisjes viel. Na mijn eerste boek werd me het stempel jeugdauteur opgedrukt. Logisch dus dat ik blijf vechten tegen het hokjesdenken. Vorig jaar werd ik veertig. Ik had er nooit bij stilgestaan dat mijn leven halverwege was, maar anderen dwongen me ineens daarover na te denken en om alles op een rijtje zetten. Dat heeft me in het afgelopen jaar geen goed gedaan. Alles wat ik doe, komt vanuit de buik. Een boek schrijf ik vanaf pagina één, de juiste verteltoon komt spontaan. Mijn personages leer ik al schrijvend kennen en zij sturen het verhaal, niet ik. Over de commercieel beste carrièrezet of over wat ik nog kan doen voor mijn lezers, denk ik niet na. Dat mijn lezers in mijn ziel kunnen kijken, vind ik normaal. Ik heb niks te verbergen, en omdat mijn leven zo sterk verweven is met boeken, heb ik niet het gevoel dat ik ongelofelijk open ben. Ik besta. Elk boek is een stuk van mezelf. Op het einde van mijn leven zal het hele pakket een beeld geven van wie ik ben geweest. Ik schrik soms van mijn imago. Bart Moeyaert is niet alleen een ernstig en diep denker, maar heeft ook kanten die mensen blijkbaar niet zo snel zien. Het is ongelofelijk moeilijk om van een stempel af te geraken. Een studente zei me ooit : "U mag van mij denken wat u wil. Ik ben met van alles bezig, en als u niet de moeite neemt om me beter te leren kennen, dan ligt de fout niet bij mij, maar bij u". Verhalen zijn klein op papier, maar groeien in je hoofd. Mensen zeggen dat mijn boeken sober zijn, of donker. Dat klopt niet per se. Een boek kan je op zoveel verschillende manieren lezen. Ik schrijf het wel, maar ik bepaal niet helemaal hoe het er zal uitzien in het hoofd van de lezer. Leeggeschreven raak ik nooit. Zelfs op de meest sombere momenten krijg ik nog iets op papier. En al vind ik dat achteraf meestal niet goed, toch blijven de beelden komen. Vroeger zei ik : "Als ik geen schrijver was geweest, zou ik tekenaar of acteur zijn geworden". Maar ik geloof dat eigenlijk niet meer. Zonder het schrijven zou ik nog maar weinig zijn. En vooral ongelukkig. Tevredenheid is me te mak. Het gaat me in het leven toch om geluk. Dat word ik pas als ik intens bezig ben, als ik mezelf kan ontplooien. Het woord geluk kreeg ik vroeger zelfs niet uit mijn strot. Ik stelde me overal vragen bij, en kon nooit genieten van het moment. Vroeger was ik gevoeliger voor kritiek. Ik was pakweg een meter tachtig, maar vanbinnen kwam ik nog niet tot aan mijn knieën. Ik had het gevoel niet te bestaan, tot het tot me doordrong dat er mensen waren die me apprecieerden. Ik kan nog wel eens kleiner worden van kritiek, maar ik laat het geen vergif meer worden. Soms moet je jezelf de ruimte geven om je werk te laten bezinken. Dan neem ik letterlijk afstand en ga ik wandelen. Niet in het bos, dat is me te benepen, maar aan zee. Die is ver en wijd en heeft geen muren. En van zeelucht wordt mijn hoofd groter. Thijs Demeulemeester / Foto Charlie De Keersmaecker