Het verleden meenemen naar de toekomst. Dat is wat ik doe. Ik had het nooit gedacht. Toen ik architectuur ging studeren, was ik het buitenbeentje van de familie. Mijn ouders zijn allebei historicus. Mijn broer doet economie, maar zijn hobby is geschiedenis. Na mijn stage ging ik Monumentenzorg studeren. Zo kwam ik toch weer in de geschiedenis terecht.
...

Het verleden meenemen naar de toekomst. Dat is wat ik doe. Ik had het nooit gedacht. Toen ik architectuur ging studeren, was ik het buitenbeentje van de familie. Mijn ouders zijn allebei historicus. Mijn broer doet economie, maar zijn hobby is geschiedenis. Na mijn stage ging ik Monumentenzorg studeren. Zo kwam ik toch weer in de geschiedenis terecht. Ik moest een raam van het Hortamuseum restaureren, maar ik maakte meteen een masterplan voor het volledige gebouw. Het was mijn eerste professionele opdracht. Aan acht gebouwen van Victor Horta heb ik intussen meegewerkt. Van het schooltje in de Marollen, tot het Hotel Wissinger en een wintertuin in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in het Jubelpark. Mijn favoriet zal toch het Hortamuseum blijven, denk ik. Het was het eerste, natuurlijk. Ik hou ervan omdat het zo huiselijk is. De schaal is perfect en curator Francoise Aubry doet het helemaal leven. Ze zoekt meubelen, decoratie, verlichting. Die Belgian Building Award voor Cultureel Erfgoed is een stimulans, want er moet nog veel gebeuren aan de renovatie van het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel. Ook hier werd ik eerst ingeschakeld voor de voorstudie voor de restauratie van een zaal en werkte ik uiteindelijk aan het veel grotere project mee. Kapot renoveren, daar zijn mensen bang voor. Terecht, want je kunt inderdaad veel verkeerd doen door te ontmantelen. Er zijn zoveel muren, valse wanden en plafonds in het Paleis. Zorgvuldig bestuderen we oude plannen en schetsen van de 30.000 m2. Gelukkig liet Horta minstens duizend foto's maken van de werf om zijn aannemers te controleren. Toch doen we nog ontdekkingen. Monumentenzorg moet een deel zijn van hedendaagse architectuur. Het mag niet in een apart hoekje staan. We moeten ook hedendaagse technologie aanwenden. Schilderijen tentoonstellen is vandaag niet evident : het licht moet zeer nauwkeurig aangepast kunnen worden. Vroeger lagen er zeilen op het dak van de Bozar, wij hebben computergestuurde, draaibare lamellen geïnstalleerd. Beter bouwen dan vroeger is moeilijk. De vakkennis was groot, de ambachten zijn erop achteruitgegaan. Fierheid op het vak is zeldzaam. Daarom ben ik zo graag op een werf. Eerlijk gezegd, je kunt als architect veel leren van schilders, schrijnwerkers en smeden. Ik draag Victor Horta mee in mijn rugzak. Hij legt de nadruk op natuurlijk licht en frisse lucht. Hij streefde naar een soort van parcours door een gebouw : gangen, trappen en ruimten die elkaar opvolgen. Openheid, maar ook de mogelijkheid om kamers af te sluiten. Henry Van de Velde en Victor Horta moeten geen goede vrienden geweest zijn. Sinds vorig jaar werk ik samen met architectenbureau Robbrecht&Daem aan de Gentse Boekentoren van Van de Velde. Wie ik de beste vind, is natuurlijk moeilijk te zeggen. Misschien ligt mijn hart wel bij Victor ? Barbara Van der Wee (50) kreeg op 5 maart samen met Paul Dujardin (directeur van Bozar) en met Etienne Davignon (voorzitter Raad van Beheer van Bozar) de Belgian Building Award Cultureel Erfgoed voor de al gerenoveerde delen van het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel. Ze is Victor Horta-specialist en professor aan de Raymond Lemaire International Centre for Conservation van de KULeuven. Door Leen Creve/ Portret Charlie De Keersmaecker