De kluizenzaal van een bank, ik heb het altijd een opwindende plek gevonden. Al die identieke brandkastjes, communistisch bijna, met van die geheimzinnige draaiknopjes en inktzwarte gaatjes waarop een raar soort sleutel past. Achter de luikjes sluimeren, in het permanente duister, grote en kleine geheimen. Als kind moest ik bij het betreden van zo'n zaaltje spontaan naar het toilet, de grote boodschap, een aandrang die ik wel vaker voelde bij spannende dingen, maar die er met het ouder worden gelukkig wat uitgegroeid is.

Mijn geheimen zijn te groot geworden ; ik kan een royaler formaat van kluisje gebruiken. Ik word daarbij geholpen door een schone madam van de bank. Ze ziet eruit alsof ze recht van de body sculpture komt en draagt geile schoenen, minimalistisch en zwart, met zo'n enkelbandje en een hakje dat mij doet denken aan een grote spijker. Je kunt haar mooie tenen zien, dat weet ze. Desondanks is ze vriendelijk, hoewel in haar ogen dat onverzoenbare sluimert van een arend of een buizerd. Het is zo'n vrouw die weet dat mannen kleuters zijn, in het beste geval kleuters met aanzien en macht.

Ik heb de neiging op te kijken naar mensen die werken voor een bank. De doelgerichtheid waarmee hun vingers de knopjes van de rekenmachine beroeren. De vlotheid waarmee hun lippen de namen van beleggingsproducten vormen, die woorden bevatten als Equity, Fund en Invest. " De meeste banken zeggen welcome. Wij zeggen welcome PLUS. 8 % gedurende 3 maanden." Op elke straathoek hangt het tegenwoordig. Van bedrijven met een winst van miljarden euro's zou ik durven hopen dat ze de wereld op meer schoonheid trakteerden.

Deze mevrouw doet haar best dat gebrek te compenseren. Met halfprofessionele glimlach zegt ze dat elke klant voortaan een vertrouwenspersoon binnen de bank krijgt toegewezen. Zij is dat, in mijn geval. In dezelfde moeite vraagt ze of ik een lijst wil invullen om mijn beleggersprofiel te achterhalen.

"Daar zullen we rap klaar mee zijn", doe ik schamper. "Ik beleg namelijk helemaal niet. Ik ben nog zo'n zot met een spaarboekje." Dat beleggen mij aan fijne vleeswaren doet denken, zeg ik er om de liefde Gods niet bij. Ook niet dat ik het verbod op rente een van de charmantste trekjes vind van de islam, hoewel het islamitisch bankieren daar natuurlijk allang een mouw aan heeft gepast. Het zijn móslims, mevrouw, geen extra-terrestres. "Ik beleg zelf ook niet", vertrouwt ze mij toe, als betrof het haar stoute geheimpje. Dat valt mij mee. Ze verklapt ook dat de prestatiedruk in de bank de laatste tijd ongemeen hoog is, en dat ze van collega's bij de concurrentie overal hetzelfde hoort.

Met een vermoeidheid die slecht bij haar past staat ze op en gaat mij voor naar de kluizen, waarvoor ik eigenlijk gekomen was. Uit een kast haalt ze hangers met honderden sleutels. "Keuze genoeg", zegt ze. "Met de dematerialisatie van de effecten hebben veel minder mensen nog behoefte aan een safe." "Dat betekent dat er in die kluisjes voornamelijk waardepapieren zaten ?" vraag ik teleurgesteld. "Natuurlijk. Wat had u anders gedacht ?" "Familiejuwelen", probeer ik, "brieven die getuigen van vergeten liefdes. Intrigerende relikwieën, na de Russische Revolutie gered uit de klauwen van de bolsjewieken. En natuurlijk ook kunstgebitten van dode schrijvers."

Ze glimlacht, als een welwillende kleuterjuf. Ik doe mijn best mijn blik niet te laten zakken naar de sproetjes op haar boezem, die uitnodigend is. "Soms zit er ook iets anders in zo'n safe dan effecten", zegt ze toegeeflijk. Ze aarzelt. "Ooit liet een man mij de inhoud van zijn kluisje zien. Ik ben daar een avond niet goed van geweest." Wat erin zat, lost ze niet. De kraakvastheid van bankmevrouwen. Discreet verwijdert ze zich en laat mij achter bij de kluizen, waarvan er een met rode lak verzegeld is.

Nadien, in haar kantoor, zegt ze dat ik haar altijd mag bellen, om het even waarvoor. Een dikke bankvlieg stuitert tegen het raam. Er valt een soort stilte waarin van alles gezegd zou kunnen worden. Ik zeg echter niks. "Voor een belegging of hypotheek", verduidelijkt zij ten overvloede.

Je weet maar nooit of ik gekke gedachten zou krijgen.

Reacties : jp.mulders@skynet.be

Jean-Paul Mulders