"Wat is dat nu voor een idiote vraag ?" Vier maanden geleden was ik er op een hogeschool getuige van dat een student deze impulsieve oprisping zijn docent Nederlands toewierp. Enkele meisjes en jongens hadden er net een discussie over de media-aandacht voor crèchemoordenaar Kim De Gelder op zitten. De docent stelde de vraag of de rest van de klas wilde stemmen over wie de stevigste argumenten op tafel had gegooid en bijgevolg het debat had gewonnen. Die ene student zei dus onomwonden dat hij dat een absurd voorstel vond. In mijn jonge jaren zou ik het nooit aangedurfd hebben om zo'n toon aan te slaan tegen een lector.
...

"Wat is dat nu voor een idiote vraag ?" Vier maanden geleden was ik er op een hogeschool getuige van dat een student deze impulsieve oprisping zijn docent Nederlands toewierp. Enkele meisjes en jongens hadden er net een discussie over de media-aandacht voor crèchemoordenaar Kim De Gelder op zitten. De docent stelde de vraag of de rest van de klas wilde stemmen over wie de stevigste argumenten op tafel had gegooid en bijgevolg het debat had gewonnen. Die ene student zei dus onomwonden dat hij dat een absurd voorstel vond. In mijn jonge jaren zou ik het nooit aangedurfd hebben om zo'n toon aan te slaan tegen een lector. Even later, tijdens een koffiepauze, biechtte de docent in kwestie op dat de mentaliteit van veel jongeren in het eerste jaar te wensen overlaat. "Ze hebben weinig respect voor mensen in een andere positie en kunnen niet tegen kritiek", stelde hij vast. "Ze nemen opmerkingen vaak meteen persoonlijk op en hebben er ook moeite mee verantwoordelijkheid op te nemen." Auteur Stef Desodt, die zelf al meer dan dertig jaar in het onderwijs staat, begrijpt deze verzuchting. Tegelijk beseft hij dat je het respect als leerkracht tegenwoordig moet verdienen. "Je moet de eerste stap zetten. De tijd is voorbij dat leraren, net als notarissen en artsen, tot de notabelen behoorden en automatisch een zeker aanzien genoten. Ik heb zelf die grote omwenteling meegemaakt. Als je vandaag geen moeite doet om interesse op te brengen voor de leefwereld van de jongeren, dan mag je het vergeten. Op maandagochtend vraag je aan een voetballende leerling hoe de wedstrijd van het weekend is geweest. Zo bouw je het respect op." "Ik hoor ook werkgevers steen en been klagen over de houding van de nieuwe generatie als ze op sollicitatie komen. Maar kun je dat de jongelui wel kwalijk nemen, vraag ik me af. Want adolescenten zijn niet laks of nonchalant, ze zijn onzeker." Voor zijn boek De Meest Gestelde Vragen Van Pubers heeft Desodt tien jaar lang de vragen genoteerd waarmee adolescenten worstelen. Wat hem opviel : uit veel vragen die hij sprokkelde, bleek dat de jongeren niet goed weten hoe ze zich moeten gedragen. Omdat ze in deze digitale tijden met zoveel mogelijkheden geconfronteerd worden, weten ze niet op welke kar te springen. En daarom kiezen ze soms gewoon voor de makkelijkste weg. De jongste jaren hoor je steeds meer verhalen over jongelui die van studeren een sport maken en diploma's verzamelen, als waren het postzegels. Zijn ze afgestudeerd als historicus, dan volgen ze aansluitend nog met gemak een kokopleiding. Stellen ze bewust de executie uit ? Zijn ze bang van het echte leven ? "Ze durven geen beslissingen te nemen", meent Stef Desodt. "Ik merk het bij mijn eigen dochter en in mijn vriendenkring : het is nooit genoeg en als het even kan, willen ze ook nog graag in het buitenland gaan studeren. Vraag is natuurlijk of wij ouders dat altijd moeten betalen. Als ze het dan echt nodig vinden om te blijven doorgaan, dat ze dan een studentenjob zoeken om het zelf te bekostigen." Misschien verwennen we onze kinderen te veel. Naast het overaanbod is een gebrek aan ondersteuning in het gezin een mogelijke verklaring voor de vis-noch-vlees-mentaliteit. "Uiteraard moeten ouders in de eerste plaats nestwarmte aanbieden", stelt Desodt. "Daarnaast zou ik hen echter ook de raad geven om duidelijke grenzen te stellen. Kinderen hebben daar behoefte aan. Waar ik het moeilijk mee heb, is dat drie op de tien jongeren internet hebben op hun eigen kamer. Dat is om problemen vragen, als je weet hoe snel ze daaraan verslaafd kunnen raken. En waarom zou een kind vóór zijn elfde een gsm nodig hebben ? Soms heb ik de indruk dat ouders geen 'nee' meer durven te zeggen. Ze geven te snel toe." Ik beken : toen het nieuws bekend raakte dat in Nederland de Raad voor de Kinderbescherming de dertienjarige Laura Dekker wilde verhinderen om twee jaar de wereld rond te zeilen en het ouderlijke gezag wilde inperken omdat pa en ma het meisje in haar ambitie steunen, vond ik dat eerst zeer betuttelend. Het gezin Dekker overtuigde me met het argument dat Laura méér zou leren tijdens dat zeilavontuur dan op de muffe schoolbanken. Tot ik de bedenking maakte : hoe verdedig je dat standpunt tegenover al die schoolmoeë pubers waar de hulpverleners verschrikkelijk veel energie in stoppen om hen toch weer naar de les te krijgen ? Laura wil de jongste solozeiler ooit worden. Waarom is dat record zo belangrijk ? Alsof de onderneming minder waardevol of moedig zou zijn als ze nog enkele jaren wachtte. Het is soms moeilijk uit te maken of een puber écht zelf iets wil of het eerder nastreeft om zijn ouders niet teleur te stellen. Vaders en moeders hebben er weleens moeite mee om hun kinderen te accepteren zoals ze zijn. Hooggeschoolde ouders zien uiteraard graag dat hun nageslacht hun sporen drukt. Maar verwachten dat iedereen hogere studies aankan, is niet realistisch. Slechts vier op de tien slagen in hun eerste jaar universiteit. Ondertussen wordt het technisch onderwijs schromelijk verguisd, terwijl dat net zo goed een garantie kan zijn op een goede job en een gelukkig leven. In de Sunday Times stond een tijdje terug een alarmerend artikel over Britse tienermeisjes. " Why are our teenage daughters the unhappiest people in Britain ?" stond er ietwat dramatisch in de inleiding. Uit het verhaal bleek dat de meisjes een bijzonder laag zelfbeeld hebben. Ze gaan massaal gebukt onder de druk van de ouders en de maatschappij om te presteren (iedereen 'moet' naar de universiteit en 'moet' daar met glans slagen) en onder de druk van de media en het schoonheids- ideaal dat die via supermagere celebrity's voorschotelen. De gevolgen zouden vrij desastreus zijn. Uit een onderzoek is gebleken dat 43 procent van de vijftienjarige meisjes van zichzelf zegt emotioneel te lijden en dat 27 procent met serieuze psychologische problemen (lees : depressies) kampt. Het artikel signaleerde ook veel gevallen van zelfverminking en anorexia, allemaal te wijten aan (faal)angst. Hoe zou het bij ons zijn, vraag je je dan meteen af. De berichten over steeds aanzwellende wachtlijsten in de jeugdzorg kunnen een indicatie zijn dat het ook hier bergaf gaat. Hard cijfermateriaal is er evenwel niet voorhanden om de theorie te staven dat de huidige jonge generatie meer zou afzien dan de vroegere. "Het enige wat we weten, is dat de prevalentie van depressies bij de leeftijdsgroep twaalf- tot achttienjarigen in ons land drie tot acht procent bedraagt, en dat is uiteraard hoog", zegt Hilde Sijmons, staflid Jeugdpsychiatrie van het UZ Leuven. "Als je het vergelijkt met de prevalentie bij de zes- tot twaalfjarigen, één à twee procent, kun je toch wel spreken van een significante toename. Dit is altijd een aandachtspunt geweest en dat moet het ook blijven. Wie op jonge leeftijd zijn eerste depressie krijgt, loopt een groter risico om ook op volwassen leeftijd depressies te ontwikkelen. Preventie is dus belangrijk. We moeten alles doen om de stress, die ervoor zorgt dat een depressie doorbreekt, te verminderen." Dat adolescenten beweren emotioneel te lijden, vindt Hilde Sijmons niet zo abnormaal. Twijfels, ook over jezelf, zijn inherent aan het volwassen worden. "Zij zijn heel erg met gevoelens bezig, dus ook met de negatieve. De puberteit is een kruispunt waar alles samenkomt : de hersenen die zich volop ontwikkelen, een grotere zelfstandigheid, terwijl er toch nog rekening gehouden moet worden met de supervisie van de ouders... De adolescenten staan in de vuurlinie en hebben veel begeleiding nodig. Het best krijgen ze die thuis. Ouders moeten begrenzen, maar toch ook weer niet overcontroleren. Ze moeten vooral veel in gesprek blijven gaan met hun opgroeiende kinderen." Stef Desodt is de eerste om toe te geven dat ook de leerkrachten aandacht moeten hebben voor de groeipijnen van hun leerlingen. "Adolescenten houden hun problemen het liefst zo lang mogelijk voor zichzelf", is zijn indruk. "Nochtans zijn er genoeg noodkreten, zoals anorexia. Als leerkracht moet je alert zijn en veel praten. Zeker geen verwijten maken. Nooit zal ik het gedrag van jongeren afkeuren. Ik probeer met hen mee te leven, als ik merk dat ze niet lekker in hun vel zitten. Want als je hen de kans biedt, dan doen ze wat graag hun verhaal. Een klankbord voor hen zijn, is de eerste stap in de goede richting. Ik durf gerust te zeggen dat vijftig procent van mijn energie daarin gaat, maar die inspanning wordt beloond. Als ik zo iemand later - als de afstand tussen leerkracht en leerling is verdwenen - weer tegenkom, gebeurt het weleens dat hij me bedankt omdat ik destijds geluisterd heb." Net zoals in de jaren tachtig hebben jonge afgestudeerden nu, wegens de crisis, weinig uitzicht op het vinden van een job. Wat doet die boodschap met een generatie ? Het moet wel een enorme dreun zijn. "Alleen wie opgeleid is om in de zorgsector aan de slag te kunnen, hoeft zich geen al te grote zorgen te maken", oordeelt Desodt. "De jongeren van nu zullen willens nillens moeten leren op hun tanden te bijten. Ik hoop dat ze zeker niet lijdzaam zullen blijven toekijken. Ze mogen gerust leren wat werken is. Ze moeten zich erbij neerleggen dat ze, al is het tijdelijk, een andere job zullen moeten uitoefenen dan waar ze voor gestudeerd hebben. Eens een trapje lager gaan staan, bijvoorbeeld als inpakker, kan geen kwaad. In de wetenschap dat er betere tijden zullen aanbreken. Hopelijk blijven ze zoeken en zullen ze vinden." Stef Desodt, De meest gestelde vragen van pubers, Roularta Books, 254 blz., 14,90 euro, ISBN 978-90-8679-254-2.Door Peter Van Dyck Illustratie Inge Bogaerts"Waarom zou een kind vóór zijn elfde een gsm nodig hebben ? Soms heb ik de indruk dat ouders geen 'nee' meer durven te zeggen. Ze geven te snel toe.""Wie op jonge leeftijd zijn eerste depressie krijgt, loopt een groter risico om er ook later een te ontwikkelen. Preventie is dus belangrijk."