Ze steekt haar pink omhoog, een voorbijgangster doet hetzelfde : " Klenkes is dialect voor de kleinste vinger," lacht gidse Ursula Borsch, "zo herkennen Akenaren elkaar overal." Beide dames houden onder Schinkels zuilengalerij van de Elisenbrunnen de handpalm open en nippen van het zwavelrijke water. " Mit dem Wasser hat doch alles angefangen ! Komisch toch : we hebben geen haven, stroom of zee, maar zijn toch de stad van het water."
...

Ze steekt haar pink omhoog, een voorbijgangster doet hetzelfde : " Klenkes is dialect voor de kleinste vinger," lacht gidse Ursula Borsch, "zo herkennen Akenaren elkaar overal." Beide dames houden onder Schinkels zuilengalerij van de Elisenbrunnen de handpalm open en nippen van het zwavelrijke water. " Mit dem Wasser hat doch alles angefangen ! Komisch toch : we hebben geen haven, stroom of zee, maar zijn toch de stad van het water." "Bad Aachen, meer dan zeventig bronnen stuwen per dag veertig miljoen liter mineraalrijk water omhoog. Onderzoek van zijn ge-beente heeft aangetoond dat Karel de Grote reumalijder was : dat is de belangrijkste reden waarom hij hier zijn hoofdstad heeft gesticht, het politiek-culturele middelpunt van een reusachtig Karolingisch rijk. Voor zijn tijd is hij met 72 jaar vrij oud geworden, maar het is niet gelukt om van Aken een blijvende residentie te maken. We zijn wel Alte Kaiserstadt, maar gelden met een bevolking van gemiddeld 37 jaar als jongste stad van Noord-Rijnland-Westfalen. Wat ons helemaal markant maakt, is de internationale sfeer als grensstad, met Maastricht, Luik en het Dreiländereck, met schone landschappen van Eifel en Hoge Venen. En bij slecht weer lokken de Thermalbäder". Een bord maant ' kein Trinkwasser', maar velen proeven, ondanks de geur van het heilwater met zijn negentien mineralen. Uit vierduizend meter diepte smaakt het als duizenden jaren oud water uit de bronstijd. Aan de muur somt een lijst beroemde bezoekers op : Pepijn de Korte, Peter de Grote, Casanova, Händel, Petrarca en Dürer, keizer Barbarossa. Vandaag is de badstad voor iedereen een oord van welbehagen. De Altstadt is verrassend klein, gelukkig beperkt beschadigd door de oorlog. Straten liggen in een onooglijk kluwen rond Dom en Markt, destijds het epicentrum van het Karolingische rijk. In geen tijd zijn we rondgewandeld. Vis- en hoendermarkt hebben hun standbeeld, zoals overal in Aken bronzen paarden opduiken en veel hoekhuizen de figuur van een heilige torsen. " Eckheiligen ! Aachen ist ja durch und durch eine katholischeStadt, al kan ze als gereputeerde carnavalstad ook frivool zijn. Zoals jullie Manneke Pis hebben, staat op de Vismarkt het Fischpüddelchen, een bloot ventje met vissen. Onder de straatstenen vloeit een beek, dit was de oudste nederzetting. Ahha is water in het Frankisch, en wat bij de Romeinen naar de Keltische heelgod Aquae Granis heette, is Aachen geworden. Of Aix-la-Chapelle, het bad met de kapel." Zo is Aken bekend in drie talen, en als Oche in het dialect : "met twee a's staan we vooraan in het alfabet van Duitse steden, met Bad ervoor zouden we een stuk naar beneden tuimelen," lacht Ursula, "maar met de nodige trots blijft Aachen de hoofdstad van Karel de Grotes Frankische rijk. Zinnebeeld van dat imperium is de Dom, ook na de neergang van het rijk nog zes eeuwen lang kroningsplaats van Germaanse en Duitse keizers, in de Tweede Wereldoorlog ontsnapt aan het bombardement van 1944 en vandaag op de lijst van het Unesco werelderfgoed. Een koor vol heiligenbeelden rijst ten hemel. De bronzen toegangspoort is twaalf eeuwen oud en bewaart, zo wil de legende, een duim van de duivel. Binnentreden is vol verwondering kijken naar een Byzantijns interieur met mozaïeken, de kostbaarste zuilen, een kroonluchter van keizer Barbarossa en de marmeren keizerstroon, alles gereflecteerd in een achthoekige structuur. "De Pfalzkapel of het Octogon is de oudste gewelfkerk ten noorden van de Alpen", zegt Torben Wangerin, gids en voorzichtige student geschiedenis tegelijk. "Gebouwd rond 793, schreiben sie es im Konjunktiv of de voorwaardelijke wijs. Karel wou de glorie van het Romeinse rijk herstellen, de kerk moest bijzonder zijn." "In de achtste eeuw kende het Germaanse rijk enkel houten bouwwerken, maar Karel liet een stenen koepelkerk bouwen. Ze is geïnspireerd op San Vitale in Ravenna, de Italiaanse zuilen zijn van marmer, porfier en graniet. De mozaïeken vertellen de openbaring van Johannes. Later is het gotische koor bijgebouwd, met 31 meter hoogte zonder steunberen een wonder van middeleeuwse techniek. Met de vele glasramen noemen we dat het Glashaus von Aachen." In het blauwe licht glanzen twee gouden schrijnen. Karels zerk bewaart een negentigtal botten en knoken, de rest is verkocht of weggeschonken. "Een echte relikwieënhandel. Ook Karel had een rijke relikwieënschat, met het nachtkleed van Maria toen ze haar zoon heeft gebaard, de windels van het kind Jezus, de lendendoek die hij droeg aan het kruis en de doek waarop het hoofd van Johannes de Doper aan Salomé is aangeboden." Ze zijn bewaard in het Mariaschrijn, om de zeven jaar worden ze rondgedragen in de Heiligtumsfahrt. Het maakt van Aken een pelgrimsstad, met de Aachenfahrt die je als christen diende te volbrengen. " Reliquien wirken aber nur wenn man daran glaubt", fluistert de gids behoedzaam. We lopen door de oude Annastrasse met handwerkwinkels, kunstgalerie en vioolbouwer, met blauwe steen en kruisvensters. Aken is charmante verscheidenheid. Nog een beeld heet Kreislauf des Geldes, met vrekkige en bedrieglijke mannen rond een fontein. "Die bronsfiguren verwijzen naar vroegere ertsmijnen, die de naald-industrie een prominente plaats hebben gegeven", vertelt Ursula. "In Aken is de stopnaald uitgevonden, die pink omhoog is daar een herinnering aan." Ten slotte staan we op de Markt met Karels standbeeld. Het is markt met bloemen, groenten en kazen. Kramen staan rond het Rathaus, gotisch en indrukwekkend met aan beide kanten middeleeuwse torens, waarvan de Granusturm delen van Karels paleis omvat. Vijftig heersers kijken neer op het plein, meer dan dertig zijn in Aken gekroond, van Otto I in 936 tot Ferdinand I in 1531. Boven de ingang heerst Karel met een maquette van de Dom naast Christus. Op de eerste verdieping vertellen fresco's taferelen uit het keizerlijke leven, ze herinneren aan een Karolingisch rijk dat in grove trekken de contouren van de eerste Europese Gemeenschap uit de twintigste eeuw omvat. Onder de gewelven krijgen sinds 1950 personen, die zich voor de eenmaking van Europa hebben ingezet, de internationale Karlspreis zu Aachen overhandigd. Vandaag zijn we naakt. Niet altijd, maar toch : in het oosten van de stad, achter Linnés stadspark en het casino, liggen de Carolus Thermen waar ik lijf, leden en hoofd laat verwennen in de overvloed van heilzaam water, in riante zwembaden binnen en buitenshuis, in een dozijn sauna's, stoombaden en hamam, met temperaturen van tachtig tot honderd vijftien graden, met een Backofen en een Finsemerensauna, met mozaïeken, gedempt licht en koepels, timide en onbeschaamde lichamen, open haarden in een rustruimte, met waterstralen en baden in open lucht waar je poedelnaakt kunt genieten, met solaria en een caravanserail, met een restaurant waar je in badjas een pikant soepje of een gezond maal kunt bestellen. Rust, relaxen, welbehagen in een kosmos van water en stoom. En dan herhalen we in de namiddag alles nog een keertje. Waarom zou ik niet zoals Methusalem negenhonderd jaar worden ? Aken, met een mix van cultuur en genot, ist aix-cellent ! Terug in de verkeersvrije oude stad wisselen de gevels tussen gotisch en modern beton, een onuitwisbare erfenis van de oorlog. In café Elisenbrunnen maakt een oude heer nog altijd een Diener, een hoffelijke buiging als hij een dame met een handdruk goededag zegt. In tal van kleurrijke winkels prijzen goedlachse verkoopsters culinaire specialiteiten aan : rijsttaartjes en Printen, een soort speculaas op basis van kleine geheimen. In het oudste koffiehuis, door Gentenaar Leo van den Daele in 1890 geopend met eigen recepten en figuren van de speculaaskoek, kiezen we voor gebak, chocolade- Printen en koffie. 's Avonds maak ik me op in het hotel, toepasselijk Aquis Granis geheten, voor een verfijnd diner in de Ratskeller. De Nederlandse meester-kok Maurice de Boer, voor wie koken leven en passie is, serveert onder de keldergewelven een verrassingsmenu in vier gangen. De avond is perfect. Aken is ook museumstad. In het centrum lokt het Couven Haus met interieurs van Biedermeier tot rococo, een apotheek en meubelen die horen bij de Aachener-Lütticher-Barok. Maascultuur, zeg maar. Het Zeitungsmuseum huist in het gebouw waar agentschap Reuters het daglicht zag. En een collectie hedendaagse kunst schuilt onder daken van metaal en licht : in het Ludwig Forum flaneer je tussen Warhol en Lichtenstein, Baselitz, Johns en Polke. Zelf zit of staat de keizer dan weer op menige plek : Am Kaiserplatz in rode baksteen, op de Markt en in het Rathaus, in Dom en Schatzkammer. In de straattegels verwijzen koperen klinkers met het embleem van Karel de Grote naar de wandelroute in het spoor van de keizer. "Aken was een geleerdenstad waar de Karolingische minuskel verder is ontwikkeld, het kleinschrift als stap vooruit na de Romeinse hoofdletters : het leeft op je computer verder als Times New Roman", zegt mijn historicus. De Schatzkammer pronkt met een rijke collectie, zoals een Lotharings kruis uit het jaar 1000, reliekschrijnen en een marmeren sarcofaag uit de tweede eeuw, die met prachtige sculpturen de roof van Proserpina verhaalt : "Tweede eeuw, Karel heeft die uit Italië meegebracht. Toen hij stierf op 28 januari 814 is hij daarin begraven tot hij in 1165 onder keizer Frederik I Barbarossa heilig is verklaard en overgebracht naar de Dom." Het beroemdste stuk is de Karelsbuste uit de veertiende eeuw, bezet met edelstenen, een zilveren en gouden glans van de volmaakte heerser : op zijn borst prijkt de Duitse Reichsadler, op de console de Franse lelie, want als koning van het Frankenrijk heerste hij zowel over het latere Frankrijk als over Duitsland. Onder de kroningskroon zit, anatomisch perfect op de juiste plaats, een stuk van zijn schedel. Karel de Grote is overal. TEKST EN FOTO'S MARK GIELEN