De persconferentie waarop Michael Jackson zijn laatste concertenreeks 'ooit' aankondigde, had nostalgici weinig te bieden. Niet dat het zo'n zielige vertoning was, zoals commentaren suggereerden. Het weze hem zelfs vergeven dat hij op een clochard in een gestolen jasje leek, het was al een wonder dat de man er stond. Maar van deze ordinaire zakkenroller werd een mens niet vrolijker.
...

De persconferentie waarop Michael Jackson zijn laatste concertenreeks 'ooit' aankondigde, had nostalgici weinig te bieden. Niet dat het zo'n zielige vertoning was, zoals commentaren suggereerden. Het weze hem zelfs vergeven dat hij op een clochard in een gestolen jasje leek, het was al een wonder dat de man er stond. Maar van deze ordinaire zakkenroller werd een mens niet vrolijker. Vijfentwintig jaar geleden stond Jackson op het hoogtepunt van zijn roem. De popster reeg de records aan elkaar, en Jackson had alles om een rossig dikkerdje van negen het hoofd op hol te brengen. Witte handschoenen met diamanten bijvoorbeeld, goud glitterende sokken onder een perfect gesneden smoking en mantels die hem op een eenentwintigste-eeuwse prins deden lijken. Mijn interesse in De Rode Ridder was gelijk over. Die voddenvent moest je niet vragen om Jacksons befaamde moonwalk te demonstreren. Op het podium bewoog hij snel en snikte hij hoog, en overal waar 'MJ' kwam, deden zich hysterische taferelen voor. Met zijn ellenlange clips en onwaarschijnlijke levensverhaal kon je een VHS-collectie aanleggen : het eerste succes en de Heintjeachtige ballades met The Jackson Five, de uitstapjes met Bubbels de aap, het haar-in-brandincident tijdens de opnames van een Pepsispotje, ik wist niet beter of Jackson was een godenkind met hogere krachten. Van enkele tapes heb ik trouwens nog steeds geen afstand gedaan. Destijds hield ik plakboeken bij en droeg ik sweatshirts met gestoomde Jackoprints. Ik had een viewmaster met foto's van Neverland, en ik droomde nachtenlang van The Gloved One. In bed prevelde ik zelfs onzevaders en weesgegroetjes, gevolgd door het vriendelijke, maar nadrukkelijke verzoek om de King of Pop te ontmoeten. Ik heb dat gelukkig maar een paar weken volgehouden, maar u begrijpt het plaatje. Michael en ik, dat was bad. Nog voor mijn puberteit was de liefde over : Jackson geraakte nog sneller uit de mode dan de videorecorder, en na de pedofiliebeschuldigingen ging het licht helemaal uit. In plaats van bewondering kwam er medelijden, en meer medelijden. Jackson sliep in een zuurstoftank en leed aan een mysterieuze huidaandoening, hij was verslaafd aan pijnstillers en had al verschillende zelfmoordpogingen achter de rug, de verhalen gingen van kwaad naar erger. En zeggen dat die kerel pareltjes heeft gemaakt, jammerde ik vaak. Tot die persconferentie onlangs. Want zo wacko is Jacko dan toch niet. Geruggensteund door durfkapitaal sluit de concertenreeks van Jackson aan bij een steeds langere lijst van gevallen iconen die nog snel hun slag willen slaan : George Michael, The Spice Girls, Genesis, AC/DC, The Eagles, allemaal gingen ze weer de boer op. En had Tina Turner echt zoveel zin om weer The Best te zijn ? Als de sterren er zelf niet meer zijn om hun marktwaarde te verzilveren, dan doen nabestaanden en intimi dat trouwens wel voor hen. Of hadden Yves Saint Laurent, Gianni Versace en Gandhi de veilingen van hun huisraad en persoonlijke bezittingen zelf zo geweldig gevonden ? De ironie wil dat Jackson voor tientallen miljoenen dollars schulden heeft. Ze geven de man zelfs weer menselijke allures, want treft de crisis niet iedereen ? Maar dat de vergane glorie niet overdrijft, in dit thrillerjaar heeft doorzichtige geldklopperij snel een wrang bijsmaakje, zeker als er jeugdsentiment mee gemoeid is. Jackson hoeft in juli alvast niet op mij te rekenen. Ik zal zelfs geen schietgebedje zeggen om een kaartje te winnen. Rond die tijd zet ik liever Off the Wall nog eens op. Die plaat doet het altijd op een warme zomeravond Wim Denolf