We kennen hem allemaal, de couch potato: de zwaarlijvige tv-kijker die, passief op de zitbank met chips, cola en bier, urenlang programma's verslindt. Van te veel televisie word je dik, luidt het cliché. En als wordt vastgesteld dat de jeugd zwaarlijviger is geworden, is men er als de kippen bij om televisie verantwoordelijk te stellen.
...

We kennen hem allemaal, de couch potato: de zwaarlijvige tv-kijker die, passief op de zitbank met chips, cola en bier, urenlang programma's verslindt. Van te veel televisie word je dik, luidt het cliché. En als wordt vastgesteld dat de jeugd zwaarlijviger is geworden, is men er als de kippen bij om televisie verantwoordelijk te stellen. Ten onrechte, zegt Jan Van den Bulck, docent Communicatiewetenschappen aan de KU Leuven. Hij ondervroeg ruim 1000 Vlaamse jongeren van 17 en 18 jaar over de effecten van tv-kijken op hun gezondheid. Bijzondere aandacht ging daarbij naar populaire programma's waarin schoonheid, mooie mensen en slanke dan wel gespierde lichamen primeren. Beverly Hills 90210, Melrose Place, Baywatch, The Bold and the Beautiful - de namen zijn bekend. Opmerkelijk: Van den Bulck vond geen verband tussen lichaamsgewicht en de mate waarin jongeren tv-kijken. Ook veel kijken naar programma's die zijn opgetrokken uit triceps en siliconen, blijkt geen invloed te hebben op het lichaamsgewicht. Overgewicht hebben of zwaarlijvig zijn, staat dus los van het aantal uren dat men voor de buis en Baywatch hangt. Verrassend leesvoer voor Amerikaanse jeugdpsychiaters, in wier gerenommeerde Journal of Youth and Adolescence het onderzoek binnenkort gepubliceerd wordt. Minder geruststellend is de vaststelling dat televisie wel dramatisch inwerkt op de tevredenheid van jongeren over hun eigen lichaam. Met name fans van Amerikaanse beautysoaps zijn ontevreden over hun gewicht en willen magerder zijn. Bij meisjes blijkt veel tv-kijken invloed te hebben op het aantal kilo's dat ze willen verliezen en de aandacht die ze schenken aan hun looks. Met andere woorden: televisie maakt jongeren niet dik, het maakt hen ongelukkig. "Medisch gezien zijn de meesten gezond, het probleem is dus niet zwaarlijvigheid zelf", concludeert Van den Bulck. "Televisie toont voortdurend een geïdealiseerd beeld van wat een gezond lichaam is. De boodschap is steeds dezelfde: dun is mooi. Zwaarlijvige mensen zijn zeldzaam op de buis. Je ziet ze alleen als probleemgeval, slachtoffer of voorwerp van spot. Jongeren die niet voldoen aan het getoonde ideaal hebben dus geen positieve rolmodellen. Ze ontwikkelen negatieve gevoelens over hun eigen lichaam en gezondheid, met op termijn en in combinatie met andere factoren zelfs het risico op eetstoornissen als anorexia en boulimie." Tv kijken is een sociale activiteit. Worden onrealistische ideaalbeelden niet afgezwakt door contact met familieleden en leeftijdsgenoten? "Of juist versterkt", repliceert Van den Bulck. "Jongeren zijn heel onzeker, ze aanvaarden hun eigen ervaringen of die van vrienden niet als voorbeeld. Daarom is juist deze groep kwetsbaar voor het glamoureuze Hollywood-model van relaties en versieren. Het is geen toeval dat jongeren die veel tv kijken meer teleurgesteld zijn over hun eerste seksuele ervaringen." Het probleem stelt zich niet alleen bij meisjes. Jongens zeggen dan wel minder te diëten (vier procent tegenover 21), ook onder hen zijn de veel-kijkers minder tevreden over hun eigen gewicht. Jongens die veel naar Baywatch en consorten kijken, voelen zich bovendien minder gezond. "Jongens krijgen een ander ideaalbeeld opgediend dan meisjes", zegt Van den Bulck. "Ze voelen zich eerder te schraal en willen gespierd zijn. De beïnvloeding verloopt bovendien heel anders, want een man en een vrouw zien zelden hetzelfde programma. Neem een actiefilm als Dirty Harry: sommige vrouwen blijven gewoon kijken om te zien of Clint Eastwood uiteindelijk het meisje krijgt. Alleen naar het gewenste gewicht kijken, is verkeerd. Daardoor krijgt het probleem bij jongens niet de vereiste aandacht." Voor de berekening van overgewicht en zwaarlijvigheid hanteerde Van den Bulck de zogenaamde body mass index (BMI), die ten dele rekening houdt met je lichaamsbouw: je gewicht gedeeld door het kwadraat van je lengte. Normalerwijze schommelt die index tussen 18,5 en 24,9. Vanaf 25 spreekt men van overgewicht, vanaf 30 van zwaarlijvigheid, met alle gezondheidsrisico's vandien. In België, waar vijftien procent van de bevolking een BMI van meer dan 30 heeft, worstelt ruim één op tien jongeren met overgewicht of zwaarlijvigheid. Hun aantal stijgt de laatste decennia zo snel dat het onafhankelijke ziekenfonds Partena sinds kort de behandeling van zwaarlijvige kinderen bij de diëtist terugbetaalt. Volgens de European Association for the Study of Obesity overschrijdt één op drie Europeanen zijn/haar ideale gewicht. Belgische jongeren vormen dan ook geen uitzondering. Van de Nederlandse jongeren is dertien procent zwaarlijvig, in de Verenigde Staten - waar de meeste 13-jarige meisjes al minstens één dieetpoging achter de rug hebben - gaat het ook om elf procent. Van den Bulck pleit voor behoedzaamheid: "Je moet rekening houden met allerlei culturele verschillen, onder meer inzake voedingsgewoonten, lichaamscultus en familieleven. Trouwens, een veel-kijker in Europa is geen veel-kijker naar Amerikaanse normen. Daar betekent tv kijken gewoon dat het toestel aanstaat, vaak zonder dat men erop let. In Amerika 'kijkt' 83 procent van de bevolking tv tijdens het avondmaal, bij ons speelt dan de radio." Het kijkgedrag van Vlaamse jongeren valt overigens nog wel mee, zegt Van den Bulck: gemiddeld zitten ze tien uur per week voor de buis. Dik onder de gemiddelde kijktijd bij volwassenen: ruim twintig uur.Televisie maakt jongeren niet alleen ontevreden over zichzelf, Van den Bulck ontdekte nog andere gezondheidseffecten. Zo gaat tv-kijken vaak gepaard met het eten van snoep, snacks en zoetigheden. Vier op tien jongeren geeft toe altijd te snoepen voor de buis. Zes op tien neemt er frisdrank of alcohol bij. Van den Bulck: "Tv-kijken hangt duidelijk samen met het nuttigen van zogenaamde lege calorieën. Bovendien krijgen veel-kijkers als het ware een dubbele dosis binnen: niet alleen kijken ze meer televisie, waardoor ze meer tijd hebben om te snoepen, het zijn ook grotere snoepers dan weinig-kijkers." De ouders gaan niet vrijuit. Immers, in vier op tien gezinnen worden de maaltijduren soms afgestemd op het programmaoverzicht. Eén op tien jongeren eet dagelijks voor de buis, ruim één op drie gebruikt wekelijks minstens één kant-en-klaar of take away-avondmaal. "Televisie beïnvloedt duidelijk onze eetgewoonten. En hoe meer men kijkt, hoe groter telkens de effecten", aldus Van den Bulck.Er is ook de vaststelling dat een derde van de onderzochte jongeren zegt te weinig te slapen na een avondje tv kijken. Eén op vier meisjes geeft toe onrustig te zijn en moeilijk de slaap te vatten na spannende televisie. Bij jongens gaat het slechts om één op tien, waarschijnlijk te wijten aan schroom om het toe te geven. "Op zich kunnen er natuurlijk veel oorzaken zijn voor slaapproblemen", geeft Van den Bulck toe. "Maar het is opvallend dat jongeren zelf de oorzaak bij televisie leggen. Anderzijds, als een kind eens iets ziet waar het een nacht slecht van slaapt, is dat niet per se slecht. Misschien heeft het iets bijgeleerd over de werking van onze wereld. Vele ouders zijn er te veel mee bezig hun kinderen af te schermen van ongewenste beelden en 'schadelijke' invloeden. Het is naïef te denken dat televisie onschuldige kinderen traumatiseert." In tegenstelling tot wat algemeen wordt aangenomen, stelde Van den Bulck geen verband vast tussen tv kijken en sporten bij jongeren. "Wie veel tv kijkt, gaat wel veel minder uit. Daaruit blijkt dat televisie vooral ten koste gaat van niet-georganiseerde activiteiten en de 'lege' tijd die overblijft nadat alle andere zaken - school, hobby's, het huishouden, sport - volbracht zijn", verklaart Van den Bulck. Maakt televisie jongeren passief? Nee, dus.De onderzoeksresultaten bieden ouders en pedagogen niet alleen stof tot nadenken, ze ontkrachten ook de taaiste clichés over tv kijken. "Men bekijkt televisie heel simplistisch", zegt Van den Bulck. "Alsof iemand naar Rambo kijkt en dan aan het moorden slaat. We hebben de neiging televisie als zondebok te gebruiken voor allerlei maatschappelijke en persoonlijke problemen, terwijl het daar meer symptoom dan oorzaak van is. Als twee partners niet meer met elkaar praten, is dat niet de schuld van de televisie, maar van relationele problemen. Tv kijken is dan gewoon een excuus om niet te praten." Bovendien is televisie geen alleenstaand fenomeen. Ook in andere media en reclame floreren onbereikbare en zelfs ongezonde ideaalbeelden. "Iedereen draagt een stukje van de verantwoordelijkheid, televisie is maar een van de vele bronnen van juiste dan wel foute informatie", nuanceert Van den Bulck. "In de wachtkamer van de huisdokter worden evengoed overtuigende fabels en onwaarheden verteld. Een serie als E.R. creëert foute verwachtingen ten aanzien van ziekenhuizen, maar ook wie nooit tv kijkt, heeft daar niet altijd een juist beeld van. Je mag de invloed van televisie niet overdrijven. Alles hangt af van de beschikbare alternatieven voor stereotype beelden. Wie jarenlang wordt blootgesteld aan fictieve voorbeelden van domme dikkerds, geldzuchtige advocaten en verwijfde homo's en niets anders kent, zal die beelden op termijn overnemen. Het gaat bij televisie vooral om langetermijneffecten." Ook al te nadrukkelijke pogingen om stereotypen en clichés te vermijden, genre series als Friends en Thuis, zijn volgens Van den Bulck een linke zaak: "In Amerikaanse advocatenseries zie je nu vaak zwarte vrouwelijke rechters. Met als gevolg dat kijkers de indruk krijgen dat er geen discriminatie meer is. Bovendien worden zo nieuwe idealen gecreëerd. Zo zijn er nu twee vrouwbeelden: enerzijds de zelfstandige en dominante carrièrevrouw, anderzijds de thuiswerkende moeder die zichzelf opoffert voor man en kinderen. Veel-kijksters worden opgezadeld met tegenstrijdige idealen die ze allebei onderschrijven. Zodat ze onmogelijk nog een juiste keuze kunnen maken. Het alternatief is een grote variatie in de voorstelling van vrouwen, homo's en kleurlingen, waarbij die conditie onbelangrijk is voor het verhaal zelf." Voorlopig zullen we het nog even moeten doen met de plastic Pamela's, computerbewerkte Cindy's en opgepompte Jakes, beseft ook Van den Bulck: "Maar ideaalbeelden zijn niet aangeboren, ze kunnen dus gewijzigd worden. Ouders kunnen het mediagebruik van hun kinderen corrigeren. Maak ze attent op onrealistische zaken, leg uit hoe de dingen er in het echt aan toegaan, zeg waarmee je niet akkoord kunt gaan. Niet dat je er voortdurend hoeft naast te zitten. Kinderen leren snel."Wim Denolf / Foto Lies Willaert