In Vlaanderen staat Rita Mulier ('34) bekend als een zachtmoedige vrouw die zich sinds jaar en dag inzet voor "de goede zaak": vrouwenemancipatie, politieke vernieuwing en een onafhankelijke pers. Hoewel ze zelf nooit een machtspositie bekleedde, was ze wel invloedrijk, al was het maar door haar vele contacten met mensen die vroeg of laat wel bestuursverantwoordelijkheid kregen. Over dat leven als activiste schreef ze Dwars en loyaal.
...

In Vlaanderen staat Rita Mulier ('34) bekend als een zachtmoedige vrouw die zich sinds jaar en dag inzet voor "de goede zaak": vrouwenemancipatie, politieke vernieuwing en een onafhankelijke pers. Hoewel ze zelf nooit een machtspositie bekleedde, was ze wel invloedrijk, al was het maar door haar vele contacten met mensen die vroeg of laat wel bestuursverantwoordelijkheid kregen. Over dat leven als activiste schreef ze Dwars en loyaal. De 56-jarige Nederlandse Germaine Groenier is hier minder bekend. Als Dolle Mina van het eerste uur maakte ze in de jaren '70 furore met een programma over seks op de VPRO-radio. Jarenlang bleef ze als programmamaakster bij de VPRO werken, een baan die ze opgaf om meer tijd te hebben om te schrijven. Vorig jaar verscheen haar autobiografische boek Een stuk van mijn hart. En zopas is Vijf dagen bedenktijd van de persen gerold. Daarin vertelt Groenier het verhaal van een levenslustige vrouw die herinneringen ophaalt aan haar tijd als Dolle Mina, maar geconfronteerd met de abortus van haar dochter ook vragen stelt bij het engagement van toen. Dankzij de mengeling van autobiografische gegevens en fictie leest het verhaal als een sfeervolle roman. Twee vrouwen, twee boeken, elk met een eigen stijl. Rita Mulier heeft zich scrupuleus aan de feiten gehouden. Ze schrijft sec, zonder emoties, ook wanneer ze persoonlijke anekdotes vermeldt. Het boek is chronologisch opgebouwd en in elk hoofdstuk komen de verschillende aspecten van haar leven aan bod: werk, politiek, feministisch engagement, gezin. Het wordt allemaal zonder veel reliëf op een rijtje gezet, waardoor het boek iets heeft van een naslagwerk. Aan de correctheid van de feiten zal niemand twijfelen, want Mulier heeft zich gebaseerd op nauwkeurig bijgehouden dagboeken, brieven en nota's. Alleen is de relevantie van wat ze vertelt niet altijd duidelijk, tenzij dan voor de rechtstreeks betrokkenen. Ergens schrijft Mulier dat ze tijdens de vele vergaderingen heeft leren synthetiseren. Misschien bevat haar biografie te veel synthese, en mist het de kleur en de pit van wat toch een boeiend leven is geweest.Als achtste van negen kinderen, geboren in een deftige, Vlaamsgezinde familie, ontsnapte Rita Mulier tijdens de oorlog op het nippertje aan de dood. Haar oudste broer Jan kwam wel om bij een bombardement. In '51 verloor ze ook haar tweede broer door een auto-ongeluk. Na de oorlog werd vader Mulier veroordeeld wegens activisme. Hij verloor zijn burgerrechten en zat een jaar opgesloten in de Nieuwe Wandeling in Gent. Later werd hij senator voor de CVP en voorzitter van het Vlaams Economisch Verbond. "Dat vader sociaal en politiek geëngageerd was, heeft mij duidelijk beïnvloed", schrijft Mulier. Op zijn voorstel ging ze net als haar overleden oudste broer Rechten en Economie studeren. Tijdens die studies werd de basis gelegd voor haar latere feminisme. "Wij leerden van onze proffen dat vrouwen in de napoleontische code rechtsonbekwaam waren, net als minderjarigen en zwakzinnigen. Dat strookte helemaal niet met mijn gevoel van eigenwaarde." Toen al maakte Rita Mulier als enige vrouw deel uit van de redactie van het Leuvense studentenweekblad Solidariteit, waarin ze schreef "over de leefwereld van de studentinnen, over de dilemma's van de universitaire vrouw om werk met huwelijk en kinderen te verzoenen." Dat laatste probleem zou ze al snel aan den lijve ondervinden. Tijdens haar studententijd had ze haar toekomstige echtgenoot, de arts Raymond Jolie, leren kennen. Rita Mulier trouwde, werd verplicht haar baan in het onderwijs op te geven en kreeg op drie jaar tijd vier zonen. De vierde werd te vroeg geboren en stierf. Na de miskraam volgden nog een zoon en ten slotte een meisje. "Onze kerkelijke volgzaamheid had de ene zwangerschap na de andere veroorzaakt. Toen ik uiteindelijk de kerkelijke leer aan mijn laars lapte en de pil nam, was ik zeven keer zwanger geweest." Het zal geen lachertje zijn geweest om in de jaren zestig als doktersvrouw met vijf kinderen nog tijd te vinden voor andere activiteiten, zelfs al kon Mulier een beroep doen op personeel. Eerst ging ze aan de slag binnen het vormingswerk van het KAV ( Katholieke Arbeidersvrouwen), later bij de CVP-Jongeren. In het hoofdstuk Achtenzestig lezen we dat "de heibel in Leuven voor ons gezin een televisiegebeuren was". Zelf raakte ze in dat jaar betrokken bij de abortusdiscussie. Na '68 probeerde ze haar weg te vinden in het wonderbureau van de CVP-Jongeren, waar politici als Wilfried Martens en Jean-Luc Dehaene hun carrière begonnen. Mulier bekent dat ze het politieke spel niet goed heeft gespeeld. "Mijn al te korte tussenkomsten werden vastberaden door toenmalig voorzitter Robert Vandekerckhove genegeerd. Ik reageerde daarop zoals ik als kind gereageerd had toen mijn oudere zussen mij op mijn nummer zetten: ik hield mijn mond, nam veel notities, en tekende droedels." Na de CVP-periode startte Rita Mulier een reeks onafhankelijke progressieve initiatieven. Het aantal tijdschriften waaraan ze heeft meegewerkt, is niet te tellen, ook al omdat dergelijke publicaties elkaar toen snel opvolgden. Ook typerend voor die tijd was een interview voor Radikaal met senator Willy Calewaert over het voorstel tot wijziging van de abortuswet. "Voorzichtig werd alles zin voor zin in de bandopnemer gedicteerd." Als voorzitster van de redactie van De Nieuwe Maand, een blad dat ijverde voor progressieve frontvorming tussen christenen en socialisten, stelde Rita Mulier een ploeg samen waarvan meerdere mensen later een belangrijke politieke of maatschappelijke rol zouden spelen. Uit die ploeg groeide ook een vrouwengroep die mee aan de basis lag van het Vrouwen Overleg Komitee ( VOK). Van '73 tot '81 was Rita Mulier voorzitster van dat VOK, waar haar taak er vooral in bestond te bemiddelen tussen de diverse belangen en ideologieën. Het VOK was weliswaar "een leuke club", maar "de vrouwen waren geen gemakkelijke zussen". Het feminisme bleef de rode draad van haar loopbaan. In de jaren '80 stichtte Rita Mulier Omschakelen en ze eindigde haar carrière als eerste opdrachthoudster van Emancipatiezaken bij de Vlaamse Gemeenschap: "een rotbaan", klinkt het nogal bitter aan het slot. De laatste hoofdstukken van Dwars en loyaal zijn vlotter geschreven, alsof het geheugen Rita Mulier minder in de steek liet en de inspiratie niet alleen van vergeelde blaadjes moest komen. Vooral de verhalen over ongewenste intimiteiten bij de Vlaamse administratie zijn onthutsend. "Minister Van den Bossche was erg bang dat ik een beladen dossier publiek zou maken. En ja, op een dag stond Guy Tegenbos van De Standaard op mijn kantoor. Hij wou van mij de bevestiging dat een hoge piet de vrouwen de stuipen op het lijf joeg met de lengte van zijn penis. Ik wees op mijn beroepsgeheim. Ik verklaarde dat het hier niet erger was dan elders." Hoe anders heeft Germaine Groenier de terugblik op haar leven aangepakt. Vanaf de eerste pagina wordt de lezer getroffen door de sfeer die ze oproept. Caro, de ikfiguur, verblijft in een Frans dorpje wanneer haar dochter haar via de telefoon meldt dat ze zwanger is en besloten heeft een abortus te laten uitvoeren. Deze mededeling zet de gewezen Dolle Mina, groot voorvechtster van abortus, aan het denken: herinneringen aan vroeger wisselen af met gemijmer over vandaag. De titel van het boek verwijst naar de vijf dagen bedenktijd die Cora's dochter in acht moet nemen voor de abortus kan worden uitgevoerd. "Ik ben geschrokken. Ik wil haar vragen waarom ze het wil doen. Weet ze het wel zeker? Is die beslissing niet te haastig genomen?" Het zijn de eerste vragen die opkomen in het hoofd van een vrouw bij wie thuis al tien jaar een paar gympjes wachten op het eerste kleinkind. In dromen en gedachten keert ze terug naar de jaren zestig toen ze als gescheiden vrouw met twee kleine kinderen van een uitkering probeerde te overleven. Geen melodrama, maar het verhaal van een hartstochtelijk levende vrouw, gezegend met een gezonde portie zelfkritiek en humor. "Om het goed te maken haalde ik een fles goedkope sherry bij de avondwinkel. Op zulke avonden werd het laat. We zaten op de grond bij de oliekachel, de fles tussen ons in en als enige verlichting een paar kaarsen, vastgeklemd in de hals van lege bierflesjes. Ik probeerde zo wat elektriciteit te sparen. Dan praatten we over de toekomst. (...) Ik wilde vooral leven." Groenier slaagt er zo goed in de sfeer van toen op te roepen dat zij die het meegemaakt hebben zeker heimwee krijgen en anderen zich zullen afvragen hoe het allemaal kon. Dat bijvoorbeeld een paar schreeuwerige dames een congres van vrouwenartsen op stelten zetten of een rechtstreekse televisie-uitzending onderbraken door met spandoeken voor de camera's te zwaaien. In een recent interview in De Volkskrant reageerde Groenier fel tegen het beeld van de vrouwenbeweging als "de klagende, gefrustreerde generatie". Integendeel. "We hadden lol en hebben nog steeds lol." Mannenhaters dan? "We waren dol op mannen!" Zeurpieten misschien? "We deden waar we zin in hadden." De levenslust druipt ook vandaag nog van haar af. Het is lang geleden dat iemand zo aanstekelijk over deze periode geschreven heeft. Alsof dat niet meer mocht. Ook toen Groeniers eigen dochters in de puberteit kwamen, "begonnen ze bij het woord feminisme al te gillen". De Dolle Mina's die zij tot leven roept, waren sexy meiden die uitdagend het mannenvolk tegemoet traden. "Ik had meerdere Dolle Mina-jurken voor verschillende gelegenheden. En niet alleen jurken, maar ook rokjes, truitjes en blouses. Lekker strak en de rokjes zo kort mogelijk. Het moest sexy zijn." Je vraagt je af wie de feministes ooit in die tuinbroek heeft gekregen. "We voelden ons machtig, sterk en gewild. Geen man zou het toen in zijn hoofd halen ons niet te woord te staan. Ze waren volgens ons strontnieuwsgierig." Anderzijds was het wel zo dat de vrouwen zich van hun mannelijke collega-wereldhervormers tevreden moesten stellen met de stencilmachine, terwijl de jongens discussieerden over theorieën en strategieën en zelfs de vrouwenacties wilden sturen: eerst de klassenstrijd, dan de vrouwenstrijd.Samen met haar boezemvriendin Freke opteerde Cora ervoor om zich enkel in te zetten voor de abortuskwestie. Met ludieke acties maar ook heel concreet. Ongewenst zwangere meisjes van vijftien die thuis niet welkom waren, werden voor of na de ingreep in haar gezinnetje opgevangen. De leuze "Abortus vrij!", uitgesproken met geheven vuist, werd hun groet. Diezelfde vrouw van middelbare leeftijd zit nu in haar vakantieoord te dubben over haar dochter. Een dochter die ze aanvankelijk zelf niet gewenst had. Uitgerekend die dochter, inmiddels supergewenst, doet nu een beroep op het middel dat zij niet tot haar beschikking had. "Ik ben het die twijfelt, niet zij, en zij heeft gelijk." Op een terrasje, keuvelend met een vriend die op bezoek is, vraagt ze zich af of ze geen schuld draagt, of ze niet ongewild heeft bijgedragen aan een evolutie in de medische wereld die haar nu verontrust: experimenten met foetussen, klonen. "Kan het niet zo zijn dat je inspanning om een ideaal te bereiken ooit als een boemerang naar je terugkeert?" In de roman is die boemerang een kleinkind dat geaborteerd wordt. In het echte leven stelt Groenier zich vragen bij uitwassen van abortus, zoals vruchtafdrijving omdat de foetus het verkeerde geslacht heeft. Ze ziet ook de gevaren verbonden aan vruchtwaterpunctie. Maar schuldig over haar engagement voelt ze zich niet, verantwoordelijk des te meer. Want nu ziet ze de keerzijde die ze vroeger niet zag. Wanneer abortus verplicht zou worden, bijvoorbeeld omdat de ongeboren vrucht een afwijking vertoont en de verzekering in dat geval niet tussenbeide komt, twijfelt ze geen seconde: "Dan ga ik zeker de straat weer op."Rita Mulier, Dwars en loyaal. Een getuigenis over veertig jaar engagement, Van Halewyck, 312 blz., 798 fr. Germaine Groenier, Vijf dagen bedenktijd. Mijn leven als Dolle Mina, Prometheus, 283 blz., 525 fr.Johanna Blommaert