Wat Renault onder de impuls van designgoeroe Patrick Le Quement de voorbije twintig gepresteerd heeft, grenst aan het onwaarschijnlijke. Telkens weer opnieuw worden gedurfde concept cars getoond, een tijdje later duikt een aantal van die innovaties op in de productiewagens. Op de Megane concept car (gepresenteerd in 1988) bijvoorbeeld vervangen camera's de achteruitkijkspiegels, kan de achterruit met 35 cm verschuiven en kunnen de stoelen pivoteren û een stokpaardje van Le Quement, die naar meer convivialité streeft. De Roadster Laguna (1990) verschijnt in een koetswerk van composietmateriaal, terwijl de Scenic concept car in 1991 het tijdperk van de compacte monovolume inluidt en terzelfder tijd gebruikmaakt van recycleerbare materialen en een schuifdeur.
...

Wat Renault onder de impuls van designgoeroe Patrick Le Quement de voorbije twintig gepresteerd heeft, grenst aan het onwaarschijnlijke. Telkens weer opnieuw worden gedurfde concept cars getoond, een tijdje later duikt een aantal van die innovaties op in de productiewagens. Op de Megane concept car (gepresenteerd in 1988) bijvoorbeeld vervangen camera's de achteruitkijkspiegels, kan de achterruit met 35 cm verschuiven en kunnen de stoelen pivoteren û een stokpaardje van Le Quement, die naar meer convivialité streeft. De Roadster Laguna (1990) verschijnt in een koetswerk van composietmateriaal, terwijl de Scenic concept car in 1991 het tijdperk van de compacte monovolume inluidt en terzelfder tijd gebruikmaakt van recycleerbare materialen en een schuifdeur. De lijst verrassende oplossingen is overweldigend. De kleine Zoom (1992) maakt meteen indruk met zijn variabele gestalte : hij vouwt in het midden als het ware dicht, waardoor zijn lengte tussen 2,30 en 2,65 meter kan variëren. Hij introduceert ook de peauautocicatrisable, een carrosserie die zichzelf bij kleine aanrijdingen weer 'geneest'. De Racoon (1993) staat zowel te land als te water zijn mannetje, terwijl de vederlichte Argos (1994) geboren wordt met een geraffineerd de-sign dat toch op een uiterst eenvoudige architectuur gestoeld blijkt. Zijn innovatie is een minihendel aan het stuur die de elektronisch gestuurde versnellingsbak bedient. De Pangea (1997) gaat de autogeschiedenis in als een mobiel lab, compleet met aanhanger en aandrijving op lpg en elektriciteit. Hij zou de voorloper blijken van de Kangoo, die de terugkeer betekent naar een zekere nuchterheid en no-nonsense aanpak. De Spartaans ogende Zo (1998) krijgt een driezitsconfiguratie mee, heeft een koetswerk uit composietmateriaal en een onuitgegeven pneumatische ophanging die het mogelijk maakt hem zowel op als de naast de weg te gebruiken. Van de Vel Satis concept car (1998) herinneren we ons een schitterende en tegelijkertijd non-conformistische styling, met een panoramische, verticaal opgestelde achterruit. In één moeite introduceert Renault de instap-zonder-sleutel. Helaas zijn de prachtige, elegante verhoudingen en de gestrekte lijnen verdwenen als het productiemodel vier jaar later op de markt komt. De Koleos (2000) vat Renaults inzichten samen over een luxe off-road en introduceert een interessant stoelenconcept, bestaande uit een zeer dunne koolstoflaag, bekleed met leder dat zich aanpast aan de druk van het lichaam. Het gebrek aan veerkracht van het geheel wordt opgevangen door vier kleine, hydraulische zuigers. De Talisman (2001) krijgt soortgelijke, ruimtebesparende stoelen mee en pronkt met het touchdesign, waarbij de ergonomie hand in hand gaat met de esthetica. Het geheel van bedieningsorganen krijgt een tactiele aantrekkingskracht mee. De Wind (2004) speelt verder in op het idee van een roadster voor drie personen, terwijl de Fluence (ook 2004) elegante en sensuele lijnen uitzet voor de vierzitscoupé. De jongste creatie van de designstu-dio's is dit jaar voorgesteld in Génève : de Zoé, een luxueus stadswagentje van 3,45 meter lengte met drie moduleerbare plaatsen en een innoverende achterklep die het makkelijk laden in de stad mogelijk maakt. Maar ook de technologische vernieuwingen springen in het oog. De recente successen van Renault in de Formule 1, waar Fernando Alonso na vier overwinningen in zeven races de WK-rangschikking aanvoert, illustreren het technisch kunnen van de Franse ploeg. Niet echt verwonderlijk als je weet dat in de windtunnel van het team, in het Engelse Enstone, per jaar zo'n duizend aërodynamische componenten worden getest, terwijl de toleranties van de gebruikte onderdelen minder dan een tiende van een millimeter bedragen. Dankzij de Altran Engineering Academy kunnen jonge ingenieurs stage lopen in de Formula 1 Research and Development-afdeling van Renault. Ook veiligheid wordt steeds meer een prioriteit. Renault was in 2001 met de Laguna de eerste constructeur die het maximum van vijf sterren behaalde bij de Euro NCAP-crashtest. Van het huidige aanbod doen maar liefst zeven modellen even goed û een unieke score. Wereldwijd leggen 600 medewerkers zich uitsluitend toe op veiligheid en jaarlijks wordt 100 miljoen euro geïnvesteerd in onderzoek naar een betere veiligheid. Renault hanteert een globale visie op de problematiek, die is opgebouwd rond het begrip geïntegreerde veiligheid, en omvat vier doelstellingen : voorkomen, corrigeren, beschermen en sensibiliseren. Om een ongeval te voorkomen worden diverse systemen ingebouwd, van een geluidssignaal bij het niet dragen van de gordel, over een programmeerbare snelheidsbegrenzer tot een controlesysteem op de bandendruk of de automatische ontsteking van koplampen en ruitenwissers. Corrigeren gebeurt onder meer via het remhulpsysteem (dat bij een noodstop helpt het volledige remvermogen te benutten), de dynamische stabiliteitsregeling of ABS (dat ervoor zorgt dat de wielen niet blokkeren bij een noodstop, zodat de wagen bestuurbaar blijft). Inzake bescherming innoveerde Renault al in 1995 met krachtbegrenzers, later ook met frontale airbags met elektronische ventielen die zich samen met de gordelspanners aanpassen aan de kracht van de aanrijding. Tachtig procent van de ongevallen zijn te wijten aan een menselijke fout. Daarom is het sensibiliseren van huidige en toekomstige bestuurders een prioriteit in de strijd tegen ellende op de weg. Sinds 2000 loopt bij Renault het internationale programma, Veiligheidvoor Allen, een lessenpakket dat meerdere keren internationaal werd bekroond. De pedagogische kit De weg en ik en de internationale wedstrijd hebben al meer dan zes miljoen kinderen in dertien landen bereikt. Drie jaar geleden werd het programma uitgebreid tot scholieren van 12 tot 15 jaar, die worden aangemoedigd om affichecampagnes te bedenken. De jongste innovatie is een hoofdsteun die dankzij een ingenieus systeem in een wip ontgrendeld en gekanteld kan worden, zodat hij een beschermende cocon vormt voor het hoofd van een kleine passagier. Snelle rijders horen thuis op circuits, niet op de weg, daarom doet Renault een verdere stap naar de democratisering van de autosport door de creatie van de World Series by Renault (met de Megane Trophy, de Formula Renault 2.0 en de Formula Renault 3.5, de aanloopformule naar de F1), die op 16 en 17 juni in Bilbao een absoluut hoogtepunt zullen bereiken. Dat weekend kan de wereld zich vergapen aan een huwelijk van design met snelheid tijdens de straatraces rond het beroemde GuggenheimMuseum. Met het Renault Driver Development-programma maakt Renault in 2002 een duidelijke keuze door zich toe te leggen op het zoeken naar jong talent. Getalenteerde jonge racers worden door Renault individueel begeleid en krijgen vervolgens de kans om op te klimmen naar hogere categorieën. De meest in het oog springende jongere is zonder twijfel de Fin Heikki Kovalainen (onthou die naam nog enkele jaren) die vorig jaar de World Series by Nissan (Renaults partner) won en in de finale van de Race of Champions in Parijs ene Michael Schumacher het nakijken gaf. Vanuit België wordt aan dat sportieve imago al drie jaar een eigen hoofdstuk toegevoegd : de RACB Formula Renault Academy, die jongeren vanaf zestien jaar wil warm maken voor snel en veilig rijden. Eigenlijk is het initiatief zo'n beetje de Idool-versie van de autosport. Wie tussen 15 en 19 jaar is, geboeid door snelheid en nog nooit een autosport- of kartvergunning had, kan deelnemen. Het volstaat om naar een indoorkartcircuit naar keuze te gaan om daar te proberen de snelst mogelijke ronde neer te zetten en die tijd te laten registreren. De 200 jongeren met de snelste tijden, komen op 14 en 15 augustus in Francorchamps bijeen voor de grote kartingfinale. De tien beste rijders schuiven vervolgens door naar de Rookie Test op 23, 24 en 25 november in Zolder, waar ze na een intense opleiding en diverse workshops (o.a. over de medische en technische aspecten van het racen) kunnen plaatsnemen in de cockpit van een Formula Renault 1.6 eenzitter om in de snelst mogelijke tijd een foutloos parcours af te leggen. De winnaar kan volgend seizoen in het Belgische kampioenschap Formula Renault 1.6 meerijden, waarbij Renault tweederde van het budget betaalt. De resterende 30.000 euro kan de winnaar bijeenzoeken bij sponsors, die advertentieruimte krijgen op de wagen.n Tekst Pierre Darge