"Ik was vijftien toen ik in België arriveerde. Een jaar later besloot ik modeontwerpster te worden, en daar ben ik nooit op teruggekomen. Maar mijn parcours was geen rechte lijn. Ik ben dan wel geboren in een familie van Armeense stoffenmakers, met een kleermaker als vader, ik wilde me niet meteen gewonnen geven. Ik had trouwens genoeg aan mijn hoofd : een nieuw leven in België, Frans leren, studeren. Ik moest alles tegelijk kunnen. Om een eigen bedrijfje op te richten, kwam een diploma boekhouding van pas. Dus studeerde ik dat overdag, en volgde ik kledingontwerp in avondschool."
...

"Ik was vijftien toen ik in België arriveerde. Een jaar later besloot ik modeontwerpster te worden, en daar ben ik nooit op teruggekomen. Maar mijn parcours was geen rechte lijn. Ik ben dan wel geboren in een familie van Armeense stoffenmakers, met een kleermaker als vader, ik wilde me niet meteen gewonnen geven. Ik had trouwens genoeg aan mijn hoofd : een nieuw leven in België, Frans leren, studeren. Ik moest alles tegelijk kunnen. Om een eigen bedrijfje op te richten, kwam een diploma boekhouding van pas. Dus studeerde ik dat overdag, en volgde ik kledingontwerp in avondschool." "Ik ben geboren tussen stoffen en kleuren. Als zesjarige bewonderde ik de wolwevers in het huis van mijn grootvader en dat van mijn oom. Al die behandelingen en het geraffineerde handwerk fascineerden me urenlang, ik kon er niet genoeg van krijgen. Het was allemaal zo slim bedacht ook. Nu is zo'n ambachtelijke productie verlieslatend, maar ik hou nog steeds van handwerk." "In vergelijking met andere leerlingen op Sint-Lukas had ik geen voeling met mode of kunst. Dat had ik in mijn jeugd niet meegekregen. Het eerste jaar schold een prof me zelfs uit voor rotte vis. Dat ik er niets van begrepen had en niet wist wat een collectie was ! Hij gooide mijn tekeningen op de grond, voor de ogen van de hele klas. Maar opgeven ? Dat ligt niet in mijn aard. Eenmaal je een besluit hebt genomen, is er geen weg terug. Dan moet je er alles aan doen om je droom te realiseren, precies zoals jij het wilt. En dus dacht ik dieper na over dingen en ging ik tactieler te werk bij het schetsen. Uiteindelijk sloot ik dat jaar af met onderscheiding. Maar al had hij mijn armen afgehakt, dan nog had niemand me kunnen stoppen." "Het is niet gemakkelijk om zo vergroeid te zijn met je werk. Terwijl andere ontwerpers vooral door de buitenwereld geïnspireerd worden, komt bij mij toch het meeste uit mezelf. Ik kan kleding ook niet als een product zien, daar is het veel te intiem voor. En voor compromissen ben ik te koppig, te perfectionistisch. Daardoor blijft mijn passie ook intact, maar het compliceert wel je leven. Je bent veeleisend en onuitstaanbaar voor de anderen, en uiteindelijk slokt zo'n drive ook jezelf op. Ik kan nu al eens afstand nemen van het werk, maar ik blijf maniakaal bezig met details die niemand anders opvallen. En delegeren is moeilijk. Bij de fabrikanten is veel kennis verloren gegaan, en fotografen of andere medewerkers hebben altijd hun eigen universum, hoezeer je ook overlegt. Kritiek glijdt van me af, maar als creatieveling voel ik me soms eenzaam." "Ik wil me niet hechten aan mijn ontwerpen. Daarom heb ik tegen beter weten in geen archief, om geen sporen achter te laten. Voor ik teken, moet ik ook opruimen en weggooien, en ik wil niet weten wat andere ontwerpers doen. Mijn hoofd moet leeg zijn. Waar ik het liefst schets ? Op café, tussen de mensen. Daar voel ik me verplicht om te werken en ontstaan mijn mooiste stukken. Vakanties en de natuur daarentegen hebben net het omgekeerde effect. Waarom zou je ontwerpen als de omgeving op zich al uitzonderlijk is ?" Léon Lepagestraat 30, Brussel, www.aznivafsar.be Wim Denolf