Ik beken, het is met voorbedachten rade dat ik voor het gesprek met Axelle Red een jurk aantrek die meer dan twintig jaar oud is. Vintage uit eigen kast heet zoiets, en laat onze nationale trots, tegelijk de meest Parisienne van alle Belgische zangeressen, daar zelf een grote zwak voor hebben.
...

Ik beken, het is met voorbedachten rade dat ik voor het gesprek met Axelle Red een jurk aantrek die meer dan twintig jaar oud is. Vintage uit eigen kast heet zoiets, en laat onze nationale trots, tegelijk de meest Parisienne van alle Belgische zangeressen, daar zelf een grote zwak voor hebben. Axelle Red : Ik zal eerlijk zijn, soms is de verleiding groot. Ik hou van mode en er zijn zoveel geweldige ontwerpers. Anderzijds vind ik het niet fijn om te veel kleren te hebben. Bovendien ben ik van het type dat nooit iets weggooit. Om de twee seizoenen shop ik in mijn eigen kast : dit kan ik opnieuw aan en dat ook. In de mode komt alles nu eenmaal terug. (wijst naar een foto van de Hampton Bayscollectie). Kijk, zo'n soort rok had ik tien jaar geleden van Martin Margiela, en zo'n truitje ook. De Dollcollectie noemde hij dat. Soms is het gewoon een kwestie van een mouw die wat korter wordt. Qua kleren denk ik in termen van amortiseren. Onlangs pakte ik een jurkje van Thomas Maier vast : verdorie, dat heb ik maar twee keer aangehad. Maar goed, ik heb er een fotosessie mee gedaan en ik sta er mee op een cd-cover, dus is het zijn geld waard geweest. Mijn oudste zegt wel eens : 'Mama, jij hebt toch ook kleren die je niet vaak aantrekt.' Waarop ik antwoord : 'Ja, maar ik groei niet meer, ik kan mijn spullen volgend jaar nog aan.' Hetzelfde met schoenen : ik heb een grote collectie, maar ik hou ze dan ook allemaal bij. Ik draag bewust elke dag een ander paar, opdat ze lang zouden meegaan. Ja, of ik doe ze naar de naaister. Wat ontwerpers het grootste compliment vinden is dat mensen hun kleren op een originele manier dragen of combineren, er creatief mee omspringen. Soms heb ik wel spijt van een ingreep. Als ik een stuk van een jeans geknipt heb, bijvoorbeeld. Want dat lange silhouet komt gegarandeerd terug. Zo had ik een mooi broekpak van Véronique Leroy dat ik weinig droeg omdat de pijpen heel lang waren. Toen ze hier op bezoek was heeft ze er zelf de schaar ingezet, in de bewuste collectie zat trouwens ook een korte versie. Sindsdien trek ik het wél vaak aan. Ja, ze is mijn vriendin. Ik heb wel meer vrienden in de modewereld : Didier Vervaeren, creatief directeur van Delvaux, Xavier Delcour en Elvis Pompilio. Veronique Branquinho en het duo A.F. Vandevorst zijn geen intieme vrienden, maar we komen goed overeen. Muziek, mode : de vorm is misschien anders, maar ik voel een grote verwantschap met ontwerpers, we zitten op dezelfde golflengte. Het zijn ook mensen die heel hard werken en we vragen ons dezelfde dingen af : kan ik mijn handelsmerk herhalen ? Gaan de mensen dan misschien zeggen dat ik niet origineel ben ? Of moet ik mijn stijl volledig veranderen ? Op het gevaar af toch weer gekopieerd te worden, zodat men niet meer weet dat het origineel van jou was. Soms zie ik iets in een collectie en denk ik : 'Dat heeft Véronique eerst gemaakt. ' Maar niemand merkt dat en dan word ik een beetje kwaad. Ik heb ook wel eens te grote muzikale sprongen gemaakt, zodat mensen niet begrepen waar ik naartoe wou. Of ze begrepen het in België, maar in Frankrijk kochten ze de muziek niet om de redenen die ik er had ingelegd. Er is nog een overeenkomst : aan de ene kant zijn artiesten egocentrisch, maar aan de andere kant ook gevoelig. Zodra de egocentrische fase van het maken voorbij is, wordt die gevoeligheid op de wereld gericht. Het is niet ongewoon dat zowel bij modeontwerpers als muzikanten het engagement naar buiten komt. Van Martin Margiela toch elk seizoen een paar stuks. En van Ann De Meulemeester, A.F. Vandevorst en Veronique Branquinho, dat is tof, dat past gewoon bij mij. Ook van jongere ontwerpers als Cathy Pill en Christian Wijnants wil ik elk seizoen iets kopen. Niet dat ik de pretentie heb om te zeggen dat ik het grote verschil ga maken, maar toch, het helpt als die kleren gezien worden. Wat ik nooit doe, is kleren kopen bij grote winkelketens, dat mag je gerust als een statement beschouwen. Wat die ketens doen, is zogezegd de mode naar de mensen brengen, maar dat is niet waar. Je haalt je outfit zo van het rek, daar is niets creatiefs mee gemoeid en bovendien zijn die goedkope spullen binnen de kortste keren versleten, wat de afvalberg alleen maar groter maakt. Jonge ontwerpers eten soms droog brood of gaan failliet, terwijl anderen de vruchten van hun creativiteit plukken. Dat is pure spionage. Stylisten lenen kleren voor shootings en sommige kopiëren ze. Niet alleen worden die goedkope kopieën vaak door onderbetaalde werkkrachten in sweatshops vervaardigd, ze liggen zelfs eerder in de ketens omdat die door hun grote oplage voorrang hebben in de fabrieken. Maar je moet niet zoveel meer geld uitgeven om betere kleren te kopen. Koop gewoon minder. Nu, ik besef wel dat ik meer geld uitgeef aan kleren dan de meeste mensen, ik heb ze nodig voor mijn werk. Maar ook ik probeer te minderen. Volgens mij staan we op een keerpunt. Kleren zullen niet langer wegwerpspul zijn, mensen gaan hun kleren langer dragen, opnieuw dingen zelf maken, breien. Ik vind het ook de taak van de media om het publiek in die zin op te voeden. 'Je bent erger dan een calvinist', zeggen mijn vrienden. Ik weet het, ik ben moraliserend. In mijn liedjes probeer ik dat te verbloemen, door mijn taal, door de manier van zingen ook. Ik ben ook streng voor mezelf. Waarom zouden we het onszelf gemakkelijk maken ? Uit alles blijkt dat een kortzichtige manier van leven ons niet gelukkig maakt. Nee, maar wat ik kreeg kwam altijd van kwaliteitswinkels. Bij mijn vriendinnetje thuis waren ze met vier kinderen, zij kreeg goedkopere kleren, maar ik vond die veel toffer. En ik was jaloers als zij kleren kreeg tijdens de uitverkoop, terwijl ik de mijne al bij het begin van het seizoen gekregen had. Ik droeg ook kleren van mijn zus en van de dochter van een vriendin van mijn moeder. Ik weet nog hoe ik voor de geboorte van mijn tweede en derde kind de spulletjes van mijn oudste in orde aan het maken was. Al die tijd die daarin kroop, het was waarschijnlijk goedkoper geweest om nieuwe kleren te kopen. Maar ik wilde zo graag dat nieuwe kindje in dat kruippakje zien ... Ik kan niet goed dingen weggooien, overal zitten herinneringen aan. Ach, ik denk gewoon veel te veel na. Het wordt erger met de leeftijd, mijn man zegt soms : 'Wat moet dat later worden ?' Ja, toen ik klein was droeg ik de onmogelijkste outfits : een groene bloes en gele sokken, dat soort combinaties. Mijn moeder liet mij de vrijheid, ook al leek het nergens naar. Met mijn eigen kinderen probeer ik dat ook, hoeveel zin ik ook heb om hen zelf aan te kleden. Er zijn zoveel leuke kinderkleren tegenwoordig. Ik neem ze natuurlijk mee naar de winkels die ik wil, maar kiezen doen ze zelf, anders blijven de kleren toch maar in de kast liggen. Als ik ze laat doen, trekken ze elke dag hetzelfde aan. Mijn oudste, Janelle, heeft haar eigen valiesje en dat wil ze dan ook zelf pakken. Zo'n kind wil niet te veel spullen meesleuren. 'Dit is mijn jurk, dit ben ik.' Dat kledingsstuk maakt deel uit van hun identiteit. We hebben daar al eens ruzie over gemaakt. (lacht) Straks zitten ze bij de psychiater : 'Help, mijn moeder was te dominant. ' Het eerste deel, dat was meer mijn geëngageerd verhaal. Donquichot noemt mijn mama mij : ik blijf geloven in de goede zaak, maar ik denk ook na over wat er concreet moet en kan veranderen en hoe. Ook in mijn nieuwe cd Sisters and Empathy komen ernstige onderwerpen als seksueel misbruik aan bod. Hoe ouder ik word, hoe meer de jurist in mij wakker word, ooit hoop ik mijn doctoraat te kunnen schrijven. Tijdens mijn studies heb ik veel over filosofie gelezen, maar toen was ik eigenlijk te jong om er alles uit te halen. Nu ik wat meer geleefd heb, wil ik die boeken opnieuw lezen. Maar om op de vraag terug te keren : het tweede deel van de show, dat waren mijn oudere singles, het feest. En ja, die outfits, daar wordt over nagedacht. Het is een onderdeel van je persoonlijkheid, je zendt signalen uit via je kleren. Artiesten gebruiken hun outfit om zich te onderscheiden. Dat was altijd al zo, maar nog nooit zo extreem als nu. Er zijn zoveel artiesten, er komen zoveel cd's en dvd's uit, er is gewoon geen plaats meer. Je hebt zo weinig tijd om te vertellen wie je bent dat je ook via je uiterlijk aandacht moet vragen. Amy Winehouse, Duffy ... Dat imago is op het karikaturale af. De jongens van Coldplay hebben alle interviews voor de promotie van hun laatste cd in dezelfde speciaal ontworpen kleren gedaan. Modeontwerpers zitten in hetzelfde schuitje, ze moeten hun collecties heel uitgesproken plaatsen om herkend te worden. Ik kom daar natuurlijk niet aan op hoge hakken en in een fleurige jurk en hoed. En ook niet in een korte short natuurlijk, ik wil de mensen daar niet choqueren. Als je in Afrika wilt dat de dorpshoofden je te woord staan, kun je er maar beter voor zorgen dat ze je ernstig nemen. Anderzijds, ik ben een artiest en wil als dusdanig erkend worden. Ik ga daar niet als een armoedzaaier rondlopen, dat zou hypocriet zijn. Als je ziet hoe sommige backpackers er bijlopen. Ik ben zelf backpacker geweest, in Azië onder andere, maar ik heb er nooit armzalig bij gelopen. De lokale bevolking heeft daar geen respect voor, die dragen zelf mooie stoffen. Op locatie draag ik ook mijn mooie kleren, maar ze vallen niet uit de toon. Ik heb weinig flashy spullen. Met wat ik nu aanheb (een zwarte pantalon, wit T-shirt en beige hesje in delicaat tricot van Margiela) kan ik net zo goed voor de Raad van Europa een speech houden over vrouwenmishandeling. Eigenlijk probeer ik te allen tijde zoveel mogelijk mezelf te blijven. Ik zal nooit iets dragen waarin ik mezelf niet herken. Maar ik kan kleren ook heel goed naar mijn hand zetten. Nee, niet door accessoires, die gebruik ik heel weinig. Ook bij de shoot voor Hampton Bays, bijvoorbeeld. Niet dat ze niet mooi zijn, maar ik hou van puur. Door Linda Asselbergs