Modestudenten zijn volgens de regel de ontwerpers van morgen en morgen is erg onbestemd. Het algemene, internationale modelandschap is oneffen, vol fata morgana's, hier en daar zelfs platgebombardeerd. Landkaarten, kompassen en wichelroedes helpen allang niet meer: iedereen, zelfs de gevestigde namen, moet steeds opnieuw op zoek naar een eigen weg, ze zijn enkel en alleen aangewezen op zichzelf. Want dat mode meer is dan vestimentair ornament en een economisch verzetje wordt al langer dan vandaag gesuggereerd, maar de jaren '90 hebben dit vermoeden uiteindelijk ook hardgemaakt, zonder veel logica of aanleiding. Minimalisme, conceptualisme, ironie; millenniumisme, absurdisme, constructivisme zijn naar eigen willekeur aan te lengen met krachttermen als post-, neo-, retro-, anti- of ultra- : een mondvol of de buik vol, het hangt af van welke kant van de zijlijn men verkiest. Het mag dan ook geen wonder heten dat sommigen afhaken ("dit gaat ons te ver") en dat het hoofd van weer anderen op hol slaat ("het kan nog verder"): de nineties-mode is een verwarrende vonkenregen waaraan het grote publiek de handen komt warmen en waarbij het tegelijk geamuseerd kan toekijken naar de opschietende en vallende gensters. Kijk naar de smaakmakers van het moment die logischerwijs het referentiekader van de modale modestudent uitmaken. In de rechterhoek: Hussein Chalayan, Junya Watanabe of Susan Cianciolo, namen die dwalenden uit de tempels trachten te verdrijven en schoon schip willen maken met een stoffige modegeschiedenis. In de linkerhoek: Raf Simons, Walter Van Beirendonck of Olivier Theyskens, onderling niets met elkaar te maken maar wel schoolvoorbeelden van de einzelgängermethode als overlevingsplan. En ergens i...