Het voorbije jaar zochten autojournalisten uit 32 landen naar The Car of the Century. Na diverse eliminaties bleven er 26 voertuigen over voor de finale op 17 december, de uitslag was bij het ter perse gaan nog niet bekend.
...

Het voorbije jaar zochten autojournalisten uit 32 landen naar The Car of the Century. Na diverse eliminaties bleven er 26 voertuigen over voor de finale op 17 december, de uitslag was bij het ter perse gaan nog niet bekend. Eén constructeur telde drie wagens onder de genomineerden: Citroën. Een terechte verwijzing naar de durf en de innovatiedrang van de Franse autobouwer die zowel met de Traction Avant,, de 2 PK als de DS in de finale aantreedt. Nu zijn niet alle vondsten die Citroën bij die modellen inbouwde echt vernieuwend. Maar het Franse huis had tenminste de moed ze te commercialiseren. De beroemde Traction Avant, die tussen 1934 en 1957 liefst 753.123 keer werd gebouwd, was bijvoorbeeld allerminst de eerste voorwielaangedreven auto. John Walter Christie was een Amerikaanse uitvinder die zijn tijd ver vooruit was, zowel waar het concepten voor schepen, militaire voertuigen als auto's betrof. Hij was de eerste om auto's met voorwielaandrijving en dwars geplaatste motor uit te rusten, en bouwde in 1908 een racewagen waarop hij al die principes toepaste. De 2PK werd in 1948 aan het publiek voorgesteld en zou gedurende 42 jaar op bijna 7.000.000 exemplaren worden gebouwd. In die jaren evolueerde het vermogen van de wagen van een schamele 8 tot een nog altijd bescheiden 29 pk. Het eerste type haalde met moeite 60 km/uur, het laatste reed bijna dubbel zo snel. Het geniale aan de 2PK is het minimalisme, dat later door geen enkel model enigszins werd benaderd, en daarom een pijnlijke leemte achterlaat. Wat ons betreft, is de DS (1.456.115 stuks tussen 1955 en 1975) de auto die in één klap de grootste technische vooruitgang boekte. Alles aan de DS was vernieuwend, het was een totaalconcept dat nooit is geëvenaard. Het enige conventionele was de 2 liter-viercilinder motor die een hydraulische pomp aandreef, die het hart was van een heel systeem. Die hydraulische centrale gaf een hydropneumatische vering met een weergaloos comfort - de wagen bleef horizontaal, ongeacht de lasten -, regelde de ontkoppeling van zodra de versnellingspook op het dashboard werd aangeraakt, en stond in voor remassistentie. Het rempedaal was vervangen door een knop, de handrem door een voetrem, en de voorste remmen waren schijfremmen - ook al een revolutie in die tijd, twee jaar nadat ze voor het eerst op Jaguar-raceauto's waren gemonteerd. Het geheel kreeg een futuristisch koetswerk met een panoramische voorruit, zijramen zonder kader, een revolutionair dashboard met een éénspakig stuurwiel en een wielbasis van 312 cm, die een royaal zitcomfort achterin waarborgde. Dat sinds 1955 geen enkele auto een grotere technische vooruitgang heeft demonstreerd, stemt tot nadenken. PIERRE DARGE