We ontmoeten David Adjaye in zijn kantoor aan de rand van Marylebone, Londen. Zwarte vloer, zwarte muren, rekken vol zwarte dossiers met kleine witte letters. Aan de muren hangen kaarten van Afrika en foto's van mooie mensen, zoals het voormalige model Ashley Shaw-Scott, met wie hij onlangs getrouwd is. De wandrekken van gegalvaniseerd staal wijzen op een werksfeer, maar de zwarte, langwerpige waterpartij, de knalgroene gordijnen en de indrukwekkende lelies suggereren meer een exclusieve club of een hotel. Er hangt bijna een James Bond-sfeertje. De maquettes van bouwwerken staan opgesteld als kunstwerken, terwijl de niet geheel bijpassende beige printers de fraaie elegantie doorprikken. De ingang van het kantoor is, zoals vaak bij projecten van David Adjaye, nauwelijks waarneembaar.
...

We ontmoeten David Adjaye in zijn kantoor aan de rand van Marylebone, Londen. Zwarte vloer, zwarte muren, rekken vol zwarte dossiers met kleine witte letters. Aan de muren hangen kaarten van Afrika en foto's van mooie mensen, zoals het voormalige model Ashley Shaw-Scott, met wie hij onlangs getrouwd is. De wandrekken van gegalvaniseerd staal wijzen op een werksfeer, maar de zwarte, langwerpige waterpartij, de knalgroene gordijnen en de indrukwekkende lelies suggereren meer een exclusieve club of een hotel. Er hangt bijna een James Bond-sfeertje. De maquettes van bouwwerken staan opgesteld als kunstwerken, terwijl de niet geheel bijpassende beige printers de fraaie elegantie doorprikken. De ingang van het kantoor is, zoals vaak bij projecten van David Adjaye, nauwelijks waarneembaar. New York is de stad waar zijn tweede kantoor gevestigd is, een luchtig bureau boven een oude bank in Canal Street. En dan heeft hij nog een derde stek in Accra, de hoofdstad van Ghana. Een architectenpraktijk verspreid over drie continenten : niet slecht voor een veertiger die zeven jaar geleden, toen de bankencrisis uitbrak, bijna over de kop ging. De opdrachten die zijn bureau binnenhaalt, zijn indrukwekkend. Hij heeft een neus voor grootse projecten, zoals het Smithsonian National Museum van de Afro-Amerikaanse geschiedenis en cultuur in de zeer beladen wijk rond de National Mall in Washington DC. Volgend jaar zou het museum moeten opengaan, een eeuw nadat het idee voor het eerst werd geopperd door enkele zwarte veteranen van de burgeroorlog. Daarnaast heeft hij een neus voor contacten met belangrijke mensen. In de eerste jaren van zijn praktijk waren dat vooral creatieve types, met kunstenaars zoals Jake Chapman, Ewan McGregor en Alexander McQueen. Nu zijn het vooral prominente figuren zoals Kofi Annan, voor wie Adjaye een huis in Ghana heeft gebouwd, of de nieuwe burgemeester van New York, Bill de Blasio, die onlangs een bezoek bracht aan het woningbouwproject van Adjaye in Sugar Hill, Harlem, tot en met Barack Obama. Al heeft hij niet graag dat die laatste connectie overdreven wordt : "Ik zit niet bij de verkorte nummers in zijn telefoon." Hij weerlegt dan ook de geruchten dat hij gevraagd zou zijn om de presidentiële bibliotheek van Obama te ontwerpen : de keuze van de architect werd nog niet gemaakt. Maar het Smithsonian Museum zal wel het belangrijkste bouwproject zijn onder het presidentschap van Obama. Kortom, Adjaye heeft betere contacten met het Witte Huis dan de meeste andere architecten. Hij toont plannen van een presidentieel paleis dat hij aan het bouwen is in Libreville, de hoofdstad van Gabon, met beelden van de huidige situatie en de voorgestelde aanpassingen. Op de eerste zijn hekken, muren, wachthuisjes en accommodaties voor het elitekorps van de president te zien. Op de nieuwe plannen een verwelkomende openbare ruimte, met veel bomen en groene structuren. Alles wijst op een liberalisering, op een nieuw, door de architectuur ondersteund tijdperk. Adjaye werd geboren in Tanzania uit Ghanese ouders. Zijn vader was diplomaat, wat verklaart waarom hij zijn opleiding kreeg in uiteenlopende plaatsen in Afrika, Saudi-Arabië en uiteindelijk Londen. De plaatsen waar hij opgroeide als kind spelen een rol in zijn werk. Dat zie je aan de ornamenten, de patronen, de verschillende invloeden uit de hele wereld. Hij laat het licht binnen op een manier zodat je de zonsondergang en de sterren kunt zien. Hij vindt het vervelend altijd weer vragen te krijgen over het feit dat hij als zwarte Afrikaan actief is in een beroep dat in Europa en de Verenigde Staten nog grotendeels wit is. Wat niet betekent dat hij zijn achtergrond als onbelangrijk beschouwt. "Wat moet ik ermee ?" zegt hij. "Ieder heeft zijn eigen visie. Ik ben in de eerste plaats een architect, met een complex parcours, dat wel. Afrika is mijn geboortegrond, maar ik groeide deels op in Londen." Hij zegt dat zijn Afro-Britse identiteit hem een ander perspectief geeft in vergelijking met andere architecten, maar ook Mies van der Rohe en Palladio hebben hun plaats, evenals als de leemarchitectuur in Mali. "Ik heb een lichtjes ander referentiekader." Het Smithsonian National Museum zal een mijlpaal in de carrière van de architect worden. Adjaye ziet het museum deels als een monument. Als het budgettair mogelijk is, komt er een plafond in de vorm van een 'shower' met duizenden stukjes grenenhout en een zwarte zaal met bovenaan een ronde oculus en een glinsterende koker van neerstortend water. Er is een kenmerkende gelaagde structuur, met naar boven toe uitkragende muren, die naar zijn zeggen refereren aan de vormen van de Yoruba-ambachtslieden uit de Afrikaanse gebieden waar de meeste slaven vandaan kwamen. Een groot deel van het museum zit onder de grond, maar je kunt naar boven via een soort paviljoen in de vorm van een boom, dat leidt naar "fantastische uitkijkpunten over de stad", waar je de andere "sleutelmonumenten die deel uitmaken van de Amerikaanse geschiedenis kunt aanschouwen". "We moeten de mensen niet wijzen op het referentiekader, ze zitten er midden in", verduidelijkt hij. "Het is niet zo dat je ernaar kijkt en zegt : oké, nu begrijp ik het trauma van de slavernij. Als het de mensen nieuwsgierig maakt, is het al goed." Het museum zal zijn pronkstuk worden, maar zolang het nog niet voltooid is, blijft het belangrijkste afgewerkte gebouw van Adjaye het Sugar Hill-woningbouwproject in Harlem, New York, dat binnenkort zijn eerste bewoners zal ontvangen. Het is bedoeld voor de lagere-inkomensklassen en deels voor voormalige dakloze gezinnen, maar het omvat ook het Children's Museum of Art and Storytelling. Het gebouw staat op een imponerende plek in Upper Manhattan, in een wijk die de opleving van Harlem weerspiegelt. Dit is een van zijn ruigere creaties, een ruwe betonnen, antracietgrijze blok die kracht uitstraalt door de forse overhang op twee derde van de hoogte. Belangrijk zijn enkele extra voorzieningen, zoals een stadsboerderij op het dak. Het gebouw viel niet bij alle buurtbewoners in de smaak. Een journalist sprak onlangs zelfs van "een naargeestige wachttoren", met een patroon dat "het resultaat is van een avondje prutsen met Photoshop". Voorstanders houden van de manier waarop het gebouw gaat 'fonkelen' dankzij de patronen. Ze veranderen met het weer en het licht. En wat het gebouw ongetwijfeld doet, is de huisvesting voor de armen door deze opvallende constructie in de kijker zetten. Adjaye had niet altijd de reputatie die hij nu heeft. Tijdens zijn beginperiode in Londen hadden zijn gebouwen weleens last van praktische tekortkomingen. Zo is er de Idea Store, een openbare bibliotheek in Whitechapel, met een roltrap die zelden werkt, waardoor de mensen moeilijk boven raken, en een overhangende glazen wand boven het trottoir, die vooral veel afval en slapende daklozen aantrekt. Het digitale scherm en de lichtkrant zijn buiten gebruik, dus werden er wat losse informatieborden toegevoegd, om aan te geven dat dit een bibliotheek is, want dat was lang niet duidelijk. De buitenkant, met de groen-blauw gestreepte glaspartij is best charmant, maar het interieur is verre van aantrekkelijk. Daartegenover staan de verhalen achter zijn nieuwe gebouwen. Hoeveel aandacht hij besteedt aan zaken zoals bouwvoorschriften en de manier waarop ze kunnen worden benut om architectuur beter te maken. De moeite die hij doet, bijvoorbeeld zijn studiereis naar Reggio Emilia, in Italië, om daar enkele kleuterscholen te bestuderen met het oog op zijn Sugar Hill project. Hij heeft zich ontwikkeld en is gegroeid als architect, en misschien is er iets in Amerika dat hem beter maakt als hij daar werkt. Er wordt weleens over zijn creaties gezegd dat er een breuk is tussen exterieur en interieur. De inhoud zit verborgen, en dat start al bij het herkennen van de voordeur, wat bij publieke gebouwen weleens leidt tot mensen die te laat komen, of tot mensen die een bordje 'ingang' op de deur plakken. Zelf is Adjaye niet gesloten of onbereikbaar, maar hij komt wel vlot en glad over. Hij houdt ervan te suggereren en te alluderen, in plaats van te concretiseren. Hij maakt nu vooral furore in Afrika, met een modewinkel in Lagos, de verbouwingen van het presidentiële paleis in Libreville, een museum vlak bij twee slavenforten in Ghana, een woonproject in Johannesburg dat breekt met de trend van de gated communities. Een belangrijke stap, want Afrika was lang een continent dat alles onderging, hetzij vanwege de koloniale structuren hetzij door het ingevoerde modernisme van de grote bedrijven. De mogelijkheden om een eigen moderne architectuur te ontwikkelen waren beperkt, met als gevolg dat Adjaye, half insider half outsider, in een potentieel invloedrijke positie verkeert. Een stad als Lagos, zegt hij, "heeft een nieuw, eigen bewustzijn", maar "de architectuur is nog altijd verschrikkelijk : dozen zonder enige relatie met hun omgeving". Zoals altijd, beschrijft hij op briljante wijze wat hij daar allemaal zou kunnen realiseren. We hopen van harte dat hij de helft ervan kan waarmaken. Door Rowan Moore & portret Axel DupeuxAdjaye krijgt niet graag vragen over het feit dat hij als zwarte Afrikaan actief is in een beroep dat nog grotendeels wit is : "Wat moet ik ermee ? Ik ben in de eerste plaats een architect. Met een complex parcours, dat wel" De inhoud van zijn gebouwen zit verborgen, en dat start al bij het herkennen van de voordeur. Wat al eens leidt tot mensen die een bordje 'ingang' ophangen