Voor 6
...

Voor 6 5 kleine appels, in vieren gesneden 18 spruitjes 3 citroenen 6 el geklaarde boter 3 tl rietsuiker 4 el mosterdzaad, bij voorkeur een mengsel van geel en bruin 1 dl appelazijn 90 g rietsuiker 1 dl water 3 el whisky 1 tl zout Voor de appel/spruitjesspies: 1. Rijg aan elke spies drie stukjes appel en drie spruitjes. Sprenkel er wat citroensap over zodat de stukjes appel niet bruin worden. Leg de spiesen op een bakplaat en bestrijk ze met boter. 2. Steek de houtskool in de tafelgrill aan en zorg voor een mooie en zachte gloed. Gril de appel-spruitjesspiesjes zonder rooster, waarbij je ze in het begin vaak draait. Bestrijk ze af en toe met wat meer boter. Zodra de appels een mooi gekaramelliseerd, goudbruin oppervlak hebben en de spruitjes licht geroosterd zijn, zijn de spiesen klaar. Zet opzij en bestrijk ze opnieuw met geklaarde boter. 3. Plaats het rooster. Snijd de citroenen doormidden. Strooi suiker over de snijvlakken en druk die met je vingers aan, zodat de suiker een beetje in het vruchtvlees verdwijnt. Gril de citroenen met het snijvlak omlaag tot ze kleur krijgen en de suiker is gekaramelliseerd. 4. Leg de spiesen op een snijplank en bestrooi ze met het ingelegde mosterdzaad. Serveer ze met een halve citroen erbij. In whisky gemarineerd mosterdzaad: 1. Breng water met wat zout aan de kook. Voeg het mosterdzaad toe, zet het vuur lager en kook het zaad tot het volledig zacht is. Dit duurt 40-60 minuten. Giet het vocht af. 2. Breng de azijn, suiker, het water, de whisky, het zout en gekookte mosterdzaad aan de kook en roer tot de suiker is opgelost. Neem de pan van het vuur en laat afkoelen. Giet alles in een gesteriliseerde glazen pot en bewaar in de koelkast.