Meer dan twintig jaar werkt de Italiaanse architect Antonio Citterio al voor keukenmerk Arclinea. Hij kent hun wereld ondertussen door en door. En die van hun concurrenten.
...

Meer dan twintig jaar werkt de Italiaanse architect Antonio Citterio al voor keukenmerk Arclinea. Hij kent hun wereld ondertussen door en door. En die van hun concurrenten. Antonio Citterio : "Een keuken is niet zomaar een functioneel meubel. Het is veel meer. Vroeger zijn er veel fouten gemaakt in het keukenontwerp. Keukens werden gezien als leuke designprojecten, met mooie details. Maar in werkelijkheid is een keuken complex. Design is een deel van de oplossing, niet de ultieme oplossing. Het gaat om de vraag : Hoe gebruiken mensen hun keuken ? En welke soort ruimte heb je daarvoor nodig ? De laatste tien jaar zijn het samen met de badkamers de meest innovatieve producten op de interieurmarkt. Met een nieuwe keuken of badkamer verander je echt de geest en de dimensies in het huis. Ik ben ervan overtuigd dat mensen in de keuken meer dromen dan in gelijk welk ander deel van het huis. Eten bereiden en samen eten brengt echt plezier in het leven. Toen ik klein was, eind jaren vijftig, leefden we in de keuken. Alles gebeurde er. Nu keren we daar naar terug. De keuken krijgt almaar meer ruimte : we doen residentiële projecten in Hongkong, Singapore, hier in Europa... en overal zien we dat gebeuren. De kloof tussen eten maken en het opeten is weer kleiner. Toch zijn keukens nog altijd klinisch. Niet meer functioneel klinisch zoals in de jaren tachtig, maar wel esthetisch klinisch. Ik vind dat minimaal én barok. Natuurlijk. Barok is iets waar je mee wilt pronken. Het originele barok was met heel veel curves, nu zien het tegenovergestelde : zeer formeel. Niet realistisch. Een van de eerste minimale keukens ooit werd bij jullie in België gemaakt. Mijn vriend John Pawson bedacht die voor Obumex. Als hij zoiets doet, is dat vanuit een religie. Dat begrijp ik. Maar die esthetiek overnemen, zonder die religieuze sfeer, dat is absurd. Soms zie ik foto's van fantastische keukens, waar ik me niet kan bij voorstellen dat iemand er in leeft. Of iets vuil maakt ? Of kookt ? Als ik een nieuwe keuken maak voor mijn familie, dan denk ik aan mijn zoon, mijn dochter, mijn vrouw. Als ik zeg dat de keuken het hart van de leefruimte is, dan meen ik dat. Lignum betekent hout en lapis betekent steen. De materialen zijn de keuken. Neen, maar de aanpak is anders. Steen wordt normaal gebruikt als werkblad. Maar een werkblad kan evengoed uit inox, hout of kunststof. Bij Lignum et Lapis is de steen een structureel element : de kast wordt erin gehangen. Arclinea wil zoveel mogelijk gebruikmaken van de lokale knowhow. De fabriek ligt in Vicenza, een streek van vakmensen met een onwaarschijnlijke ervaring in steenbewerking. Ze hebben een lange traditie, die beroemd is over de hele wereld. Een terechte vraag. Ik had er gewoon nog nooit aan gedacht. Vijf jaar geleden toonde Silvio Fortuna ( zie kader) me hoe je smalle steen kunt bewerken en hoe je verbindingen tussen stenen kunt versterken. We deden toen een aantal experimenten. Ik was niet tevreden, maar het bleef in mijn hoofd spoken. Toen ik aan dit project begon, was het niet de bedoeling om steen te gebruiken. Op dat moment was ik ook aan mijn huis in de bergen aan het werken. Het is een huis van honderd jaar oud, ik vond dat het niet zou kloppen als ik daar een compleet hedendaagse keuken installeerde. Dus probeerde ik te werken met een frame in steen met daarin inox kasten. Ik dacht terug aan die steenexperimenten en de klik was gemaakt. Ineens wist ik hoe ik die traditionele techniek kon vertalen naar een hedendaags idee. Mijn aanpak is die van tijdloosheid. Iets wat je echt heel lang kunt gebruiken, in duurzame materialen. Als een product te extreem is, is het niet duurzaam. Beide in één. Want het is een groot misverstand om die te splitsen. Ik wil dezelfde aandacht voor interieur, architectuur én urbanisme. Ik laat de studenten rond een hotel werken, of een masterplan... Veel architecten denken alleen maar aan de buitenkant. Wat je ziet van op straat. Wat ik mijn studenten wil leren, is om ook te kijken naar wat je binnen ziet en voelt. Ik wil dat ze aandacht hebben voor emotie. Design- of architectuurstudenten hebben veel mogelijkheden. Maar tegelijkertijd is de situatie té open. En ze werken zo gemakkelijk via de computer. Architectuur is niet meer belangrijk in de realiteit, maar als 3D-beeld. Dat is gevaarlijk. Het leven van een gebouw wordt niet meer naar waarde geschat in een periode van twintig jaar of dertig jaar, maar als schets in architectuurmagazines. Dat is vreemd. Want het functionele en emotionele in een gebouw of een huis moeten samenvallen. Er zijn veel jonge architecten met talent, maar het probleem is dat ze nu de juiste aanpak moeten vinden. De aanpak van de realiteit. Misschien kunnen we meer denken aan architectuur vóór de maatschappij. Want de laatste twintig jaar zagen we architectuur voor de architecten en voor hun ego. Nu betalen we de rekening daarvoor. Als maatschappij. Als de hedendaagse gebouwen niet te onderhouden blijken te zijn, of niet duurzaam zijn. Als er geen echte relatie is tussen de functie van een gebouw en de echte mensen, dan hebben we grote fouten gemaakt in de architectuur en zullen we de rekening betalen. Als je aan architectuur doet, doe je dat vanuit een positieve gedachte en een positieve geest. Je denkt aan de kwaliteit van het leven van de persoon die erin zal wonen of werken en die persoon behoort tot een maatschappij. Dan is het zeer belangrijk om dat idee in het achterhoofd te houden. Je werkt voor de toekomst. Op een positieve manier. We moeten nu stoppen met de gekke dingen. De economische crisis is dus erg goed. Het zal de zotte projecten in design en architectuur doen stoppen. Door Leen Creve