KLOK
...

KLOKGraag wat meer informatie over deze staande klok (2,4 m hoog) van blank eikehout. Op de wijzerplaat staat "Peeters A. Opglabbeek No. 83". Wat wordt daarmee bedoeld ? Deze mooie staande klok is ruim twee eeuwen oud. De "No. 83" staat voor "anno 1783". Het gaat om wat men in de handel een "eerlijk" meubel pleegt te noemen. De kast is degelijk en evenwichtig afgewerkt, zonder veel franjes, en heeft een uitstekende patina. Oorspronkelijk waren veel eikehouten meubelen bleek van tint. Ze werden in de vorige eeuw donker gebeitst. Jammer is dat, want zo gaat de originele patina verloren. Dus mag deze kast niet worden gekleurd. Spijtig genoeg hebben we alleen een detailfoto van de kap. Zo kunnen we ons moeilijk een idee vormen van de voet. Het uurwerk dat erin steekt, is eenvoudig. De wijzerplaat is van koper, de wijzers van staal, de cijferring van tin en de spandrels (hoekversiering) van lood. Staande klokken zijn in waarde gedaald. Tot in de jaren zeventig waren de kopers talrijk. Thans is de belangstelling voor eenvoudige klokken veel geringer. Bovendien dient men ook rekening te houden met de hoogte. In moderne huizen zijn de plafonds te laag voor zo'n hoge klok. Bijgevolg ligt de waarde vermoedelijk tussen de zestig- en de tachtigduizend frank. PRONKKASTWe erfden dit meubel van een Spaanse tak van onze familie. Het was sinds lang in hun bezit. Kunt u meer vertellen over de origine, het gebruik en de waarde van het meubel ? Het gaat om een kunstkabinet of een pronkkast. Dit soort meubels verscheen in de zestiende eeuw in het interieur. Ze kregen een plaats in het bureau. Daarom worden ze cantoor genoemd. Bovendien werd er schrijfgerei in opgeborgen, samen met kostbaarheden als juwelen en waardepapieren. Het meubel was vooral in de zeventiende en het begin van de achttiende eeuw populair. Later is daaruit de secretaire geëvolueerd. De grote kunstkasten stonden op een speciaal gemaakt tafeltje. Bij kleinere modellen als deze ontbrak het onderstel. Het tafeltje waarop dit cantoor staat, hoorde er ooorspronkelijk niet bij. Het is zeker van Spaanse makelij en is vermoedelijk een goede honderdtwintig jaar oud. De herkomst van het pronkkastje stelt ons voor een probleem. In de handel worden kunstkabinetten belijmd met ebbehout al te gemakkelijk aan Antwerpen toegeschreven. In deze stad werden er inderdaad veel gemaakt, maar ook in andere centra vervaardigden ebenisten dit soort luxemeubilair. Misschien gaat het wel om een Keuls kastje. Ook de datering is onduidelijk. Het is geen sinecuur om de ouderdom van zo'n objekt op basis van vrij onduidelijke foto's te achterhalen omdat verschillende criteria onzichtbaar zijn. Zo speelt de dikte van het fineer een grote rol. Dikke plaatjes hout, van 1,5 tot 2 millimeter of meer, wijzen op een hoge leeftijd. Dun fineer, minder dan 1 milimeter, doet denken aan een negentiende-eeuwse kopie. Ook het hout dat voor de konstruktie werd gebruikt, speelt een rol. Voor veel oude meubels werd goedkoop without aangewend, in plaats van eik. We dienen er ook rekening mee te houden dat veel kabinetjes in de vorige eeuw werden opgefrist en verfraaid. Misschien is dit ook hier het geval. Kleurverschillen in de benen plaatjes (lijkt geen ivoor) duiden op een restauratie. Misschien zat er achter de middendeur oorspronkelijk een perspektiefje : een nis met spiegels. Dat zou van dichtbij moeten worden bekeken. Het meubel lijkt, althans gedeeltelijk, antiek. Het kan nog uit de late zeventiende eeuw stammen. Het is mooi, maar niet van hoge kwaliteit. De gravering van de plaatjes is te grof. Om de waarde te bepalen, dient het meubel grondig te worden onderzocht. Het lijkt waardevol, maar is geen fortuinen waard. PIET SWIMBERGHE