NAMAAK
...

NAMAAKGraag had ik de waarde van deze tafel (1,5 m diamater) gekend. Ze is afgewerkt met mahonie- en rozehout, en versierd met bronzen beslag. Vermoedelijk stamt ze uit de Napoleontische tijd. We moeten u teleurstellen : deze tafel stamt niet uit de tijd van Napoleon. Ze is een flink stuk jonger. Het gaat om een kopie uit het einde van de vorige, of het begin van onze eeuw. Toen was de empirestijl weer in de mode. Vooral eetkamers werden ermee ingericht. Waaraan zien we dat het om namaak gaat ? Vooreerst zijn de proporties een beetje lomp : de tafelpoten met voluten horen slanker te zijn. De sterke vlammen van het mahoniefineer wijzen op hout van geringe kwaliteit. Bij autentieke meubels zijn de kleurverschillen nooit zo groot. Het fineer is vermoedelijk heel erg dun, minder dan 1 mm dik. Dit wijst erop dat het hout geschild is in plaats van gezaagd. Deze techniek werd pas in de loop van de vorige eeuw ontwikkeld, toen het Empire al lang voorbij was. Van empire-meubels is het fineer minstens 1 mm dik. Ten slotte zit er ook wat te veel bronsbeslag op. Toch heeft deze tafel waarde, we schatten zo'n 50.000 fr. KERAMISAls afstammeling van de familie Heemskerk die een belangrijke rol speelde in de fabriek van Boch Kéramis in La Louvière, bezit ik heel wat fraaie stukken keramiek. Waaronder deze schaal in de stijl van Rouen. Bij mijn weten werd in dit bedrijf alleen Delfts blauw gemaakt. Is dit dan een uitzonderlijk stuk ? In 1870 trok Boch Kéramis inderdaad een getalenteerdefaienceschilder aan uit Delft, Karel Johannes Heemskerk. Hij arriveerde in La Louvière met vijf kinderen, waaronder Maria Margaritha, uw grootmoeder aan vaderszijde. Haar broers hebben, evenals hun vader, lang voor de faiencefabriek gewerkt. Ze waren gespecializeerd in Delftse decors. Boch Kéramis heeft immers tussen 1870 en 1892 veel namaak-Delft gemaakt. Uitzonderlijk was dit niet : de oude Delftse faience werd reeds druk verzameld. Dus was er grote belangstelling voor keramiek met die motieven. Dat geldt evenzeer voor de decors van Rouen, maar het imitatie-Rouen is toch iets zeldzamer. Het was bovendien de tijd van het historisme : architekten, dekorateurs en ontwerpers spiegelden zich gretig aan voorbeelden uit het verleden. Dergelijk keramiek werd ook in tal van andere Europese fabrieken gemaakt. Het verschil met de antieke voorbeelden is duidelijk te zien. Bij Boch Kéramis werd alles piekfijn afgewerkt. De typische bakfoutjes of kleurverschillen van de oude keramiek ontbreken. Bovendien werden ook andere kleuren en glazuren gebruikt. Het was niet de bedoeling van Boch om antiekverzamelaars beet te nemen, want alle stukken zijn duidelijk gemerkt, meestal met de initialen "B.F.K.". Uw grote schotel (38 cm diameter) is een waar pronkstuk. De beschildering is zonder meer virtuoos. De waarde bepalen, is echter moeilijk. Van de Boch-produktie is vooral het werk van na de Eerste Wereldoorlog zeer gezocht. Vazen ontworpen door Charles Catteau zijn heel wat waard. Het zijn ook pronkstukjes van de art-decokunst. De keramiek uit het historisme, zoals uw bord, wordt niet door iedereen gesmaakt. Dit neemt niet weg dat dit bord voor een gespecializeerde verzamelaar toch een paar duizend frank moet waard zijn. Indien u meer informatie wenst over Boch Kéramis, dan raden we aan het boek "150 ans de création et de tradition faiencieres" (La Louvière, 1991) te lezen. Het is vermoedelijk nog te krijgen in het Musée Ianchelevici in La Louvière. PIET SWIMBERGHE