IKOON
...

IKOONSinds jaren zoek ik informatie over deze ikoon, misschien kunt u mij daarbij helpen. Volgens kunsthistorica Maria Caremans, experte in oude ikonen, komt dit kleinood uit Griekenland. Dat ziet ze onder meer aan de opgenagelde latten aan de achterkant. Ook de schilderwijze is typisch Grieks. De kwaliteit is eerder volks. Alleen het gelaat van Moeder Gods is fijner (of gaat het om een restauratie ?). De Moeder Gods is van het type "hodigitria", dat wil zeggen de "wegwijzende". Links van haar zien we de heilige Nikolaas, bisschop van Myra. Rechts staat een martelares (met kruis in de hand), die Kuriani of Kuriaki heet. hoewel het ook om Cyriake van Bithynië kan gaan. Zoals vaak op Griekse ikonen zien we onderaan de ruiterheiligen Georgios, gezeten op een wit paard terwijl hij de draak doodt, en Demetrios van Thessaloniki, die de legeraanvoerder van de barbaren die zijn stad belegeren doodt. Doordat de ikoon in een volkse stijl is uitgevoerd, is de datering moeilijk, zegt Maria Caremans. Het felle koloriet verwijst naar de vorige eeuw. De stijl en de kleuren worden niet erg gewaardeerd door verzamelaars. Daarom ligt de waarde niet zo hoog en is het stuk moeilijk te verkopen. Ze schat het op ongeveer 40.000 fr. VALOp deze vaas (30 cm hoog) staat er "Val-St.-Lambert, Belgique". Dit is toch geen typische Val, of wel ? Volgens sommigen is ze veel geld waard. Anderen schatten haar aan de lage kant. Spijtig genoeg is het glas gebarsten. Graag wat uitleg en een waardebepaling. Ook al lijkt dit geen klassiek stuk kristal van Val-Saint-Lambert, toch komt de vaas uit dit bedrijf. De Val heeft immes méér gemaakt dan alleen geslepen kristal. Voor en na de Eerste Wereldoorlog werden ook andere technieken aangewend en leunt de stijl van de produktie dichter aan bij het Franse art-nouveauglas. Deze soort "metalen" vazen zijn inderdaad vrij zeldzaam. De vaas werd voor 1925 gemaakt, want toen werd deze produktie stilgelegd. Ze dateert dus van het begin van de jaren twintig. Ook al zou je zweren dat ze ouder is. Niet verwonderlijk, want de stijl is voor die tijd al wat voorbijgestreefd. Het silhouet van de vaas en de typische art-nouveaubloemen zijn op-en-top vooroorlogs. De fabriek (in 1918 heropgestart) beleefde in het begin van de jaren twintig een grote heropbloei. Ondertussen was de markt grondig door elkaar geschud. Veel glasfabrieken hadden hun deuren definitief gesloten en de afzetmarkt had zich van het oosten naar het westen verlegd. De export naar Rusland viel terug en er werd massaal veel glas uitgevoerd naar Noord- en Zuid-Amerika. De ontwerpers dokterden veel nieuwe modellen en technieken uit. Ziehier een resultaat. Dit soort vazen werd na 1918 ontwikkeld. Hiervoor werd een vrij ingewikkelde techniek aangewend, die weliswaar niet nieuw was. Als basis werd een vaas van geblazen blauw glas gebruikt. Het opppervlak werd door zuren gegraveerd (bijten een laag af van het oppervlak). Door bepaalde stukjes met gomlak te beschermen, ontstond er een motief. Daarna werd de vaas met gedistilleerd water gereinigd en in een bad gelegd. Door middel van elektrolyse werden er fijne laagjes koper op aangebracht. Vervolgens werd het metaal gepolierd. Dit alles gebeurde in het atelier van ene Modest Denoël. Het puur industrieel procédé dat werd aangewend, is een aanwijzing voor de waarde van de vaas. Deze vazen waren echt produkten voor de middenklasse die zich geen dure stukken kon veroorloven. Door de gouden schittering ziet de vaas er kostbaarder uit dan ze is. Ze is ook niet zo waardevol. Indien intakt schatten we haar op 14.000 tot 18.000 fr. Door de barst is de waarde nauwelijks meer dan 2000 fr. We merken op dat het meeste glaswerk van de Val geen hoge prijzen haalt, door de geringe kwaliteit. Zo toont de kunsthandel veel meer belangstelling voor het Franse glaswerk uit die tijd, dat veel kunstiger is. PIET SWIMBERGHE