SEVRES
...

SEVRESMijn oom won deze vazen in 1928 en 1937 als nationaal roeikampioen. Aan de merktekens te zien, gaat het om Sèvres-porselein. Zijn ze waardevol ? We moeten u teleurstellen, want deze vazen zijn minder waardevol dan u denkt. De manufaktuur van Sèvres was in de vorige eeuw een van de meest beroemde porseleinfabrieken van Europa. Objekten uit die tijd zijn vrij waardevol en gezocht. Gedreven door het sukses bleef men er tot een eind in onze eeuw vroegere suksesnummers kopiëren. Daarnaast werd ook wel, op kleine schaal, vernieuwend gewerkt. In Sèvres werd dus ook art-nouveau- en art-decoporselein gemaakt. De vorm van deze vazen leunt aan bij de art deco. Maar dat is ook alles. Voor de rest zijn ze erg klassiek en daardoor minder waardevol. De typische art-nouveau- of art-decostukken zijn veel meer waard. Lang niet al wat het merktekentje van de manufaktuur draagt, heeft hoge waarde ! ANTIEKIs dit een antieke schaal ? Waaraan zie je dat ? De achterkant is donkerbruin getint. Deze schotel is zonder twijfel twee eeuwen oud. Het gaat om faience. Dit is aardewerk met een bruingele scherf. Dat kan men zien op de plaatsen waar het glazuur is afgebrokkeld. Om er een mooie beschildering op aan te brengen, werd de oppervlakte met een laagje wit tinglazuur bedekt. Dit is een kostbaar materiaal. Dus sprong de pottenbakker er profijtig mee om. Voor minder kostbaar schotelgoed bracht hij aan de achterkant geen tinglazuur aan, maar loodglazuur, dat merkelijk goedkoper is. Loodglazuur is licht doorschijnend en toont de onderliggende scherf. Het gaat ongetwijfeld om een Franse schotel. De schilder heeft zich geïnspireerd op voorbeelden uit Rouen, destijds het belangrijkste keramiekcentrum van Frankrijk. Daar was vanaf midden zeventiende eeuw het zogenaamde lambrekijn-decor populair. De schotel is wel niet zo oud, vermoedelijk uit de tweede helft van de achttiende eeuw. Ze komt niet uit een vermaarde manufaktuur, want ze is grof afgewerkt. Deze boerenfaience was bestemd voor de kleine man. Spijtig genoeg vergat u de afmetingen te vermelden. Een grote schotel is gemakkelijk 10.000 fr. of meer waard. BRONSMijn grootvader gaf me dit beeldje (40 cm hoog) van "E. Drouot". Wie was dat ? Edouard Drouot (Sommevoire, 1859 Parijs, 1945) was een leerling van de beroemde bronsskulpteurs Thomas en Mathurin Moreau, aldus konservator Norbert Hostyn. Hij had zijn atelier in Parijs en legde zich toe op de uitbeelding van ruiters, arbeiders en boeren. De waarde van het beeld bedraagt ongeveer 50.000 fr indien het om een oude geut gaat én van brons is. Gaat het evenwel om "zamac", ook wel zinc d'art genoemd, dan is het nauwelijks 10.000 fr. waard. BRITIn 1943 kreeg ik van mijn vader enkele schilderijen van ene John Howard Power, een Brits kunstenaar. Het werk is evenwel niet gesigneerd. Weet u wat meer over deze man ? Wij vinden hem in geen enkel boek terug. Volgens konservator Norbert Hostyn van het Museum voor Schone Kunsten van Oostende wordt hij wel vermeld in de "Dictionary of British Artists, 1880-1940" van Johnson & Greutzner, een indrukwekkend naslagwerk met meer dan 41.000 namen van Britse kunstenaars. Het boek vermeldt onder meer dat hij in Cork heeft gewoond, en tussen 1925 en 1937 exposeerde in de Royal Hibernian Academy. Dat is alles. Dit landschap is modern en figuratief van stijl. Het lijkt bijna opzettelijk naïef geborsteld. Dat betekent echter nog niet dat het goed scoort op de kunstmarkt ! Volgens de konservator heeft het daar maar een geringe waarde. PIET SWIMBERGHE