Hoe komt het dat vrouwen, als je ze een compliment geeft over een kledingstuk dat ze dragen, of het nu een rokje of een cache-coeur betreft, dit compliment meestal niet gewoon in dank aanvaarden, maar geneigd zijn te zeggen : "Oh, dat ? Maar dat heb ik al jaaaren !"
...

Hoe komt het dat vrouwen, als je ze een compliment geeft over een kledingstuk dat ze dragen, of het nu een rokje of een cache-coeur betreft, dit compliment meestal niet gewoon in dank aanvaarden, maar geneigd zijn te zeggen : "Oh, dat ? Maar dat heb ik al jaaaren !" Die vraag hield mij bezig terwijl ik op zaterdagochtend heidens vroeg al op de trein naar Genk zat, waar ik een lezing voor een krans toffe dames zou geven. "Vrouwen willen er niet alleen goed uitzien, ze willen ook dat het lijkt alsof hen dat geen enkele moeite heeft gekost", vertrouwde een übervrouwelijke vriendin mij over de kledingkwestie toe. "Ze willen ravissant worden bevonden, zelfs in vodjes van zeven jaar oud. Je mag niet weten dat hun outfit met zorg bij elkaar is gezocht. Dat doet afbreuk aan hun naturel. Aan hun godinnelijke status." Wat die vriendin zei, leek hout te snijden, hoewel het ook merkwaardig ingewikkeld was. Maar dat vond ik wel vaker van de inside informatie die zij me over vrouwen verschafte. Ze had mij eens beloofd mij alles over ze te zullen leren. Dat beviel mij wel. Voortaan had ik mijn spionne binnen de rangen van het andere geslacht. Mijn roodgelakte, hooggehakte paard van Troje. Intussen gleed de trein verder door het landschap, zoals treinen nu eenmaal geneigd zijn te doen. Het was zo'n dubbeldekker, die in mij nog altijd het kinderlijke verlangen opwekt op de bovenste verdieping te gaan zitten en vanuit zwaluwperspectief de koetjes in de wei te aanschouwen. "Beeeeuuuuuu !", roept mijn dochtertje van achttien maanden dan altijd zeer pertinent, als ze koetjes ziet staan in de wei. Ondanks het feit dat ik jong van hart ben gebleven, vond ik mij toch net iets te opgeschoten voor deze frivoliteit. Het heertje aan de overkant, dat in de International Herald Tribune zat te lezen, zou er niet om kunnen lachen. Dat zag je. Verderop, schuin tegenover mij, zat een jongen die eruitzag als een kapo. Hij had gaten in zijn gebit, kortgeschoren Arisch haar en zijn kop was even arrogant als zijn voeten, die hij ongegeneerd liet rusten op de bank. Het vreemde was dat hij dingen zei die niet bij zijn crapuleuze voorkomen pasten. Namen van elementen. Scheikundige formules in het Frans, zo zacht uitgesproken dat ze powetisch werden. Bérylliom. NHquatreNOtrois. Het was alsof ik naar een gedubde film zat te kijken. "We komen aan in Bokrijk", meldde het informatiepaneel in de trein droogjes. Op dit vroege uur vond ik dat tamelijk grappig. Nooit gedacht dat je in Bokrijk ook kon wonen, achtervolgd door hoongelach. Op het perron stond een reclamebord dat beloofde : "Scherpe prijzen voor anoraks !" Ik proefde het woord : anorak. Lang geleden dat ik dat nog eens gehoord had. Een anorak, wat zou ik dáármee moeten aanvangen ? Het kledingstuk leek mij lelijk en compleet overbodig. Van alle dingen in de wereld was een anorak zowat het laatste wat ik wou kopen. Toch brachten de afgebeelde anoraks, en dan vooral de rode, een wereld van geborgenheid in mij naar boven. Via de vreemde wegen van de associatie deden ze mij aan gure winterdagen denken en aan warme melk. Aan liefde en aan passe montagnes. Aan het mooie, rode, Zwitserse zakmes dat mijn grootmoeder voor mij kocht toen ik twaalf was. Ik zie ons nog staan, in die winkel, ik laaiend enthousiast over dat mes dat een zaagje en een schaartje en een schroevendraaier had. Er waren er zelfs met een tandenstoker en een loep, de grootste modellen, en meter beloofde dat ik er zo een zou krijgen op mijn achttiende verjaardag. Het zijn van die dingen die je onthoudt, ook al is het er nooit van gekomen. Het mes dat ik wél kreeg, een tussensoort, bezit ik nog altijd. Soms kan ik daar verbaasd naar zitten kijken omdat het zo glad en perfect en handig is gebleven, terwijl een universum daaromheen tot puin is vervallen en grootmoe nu zelfs niet meer weet wat het betekent, zakmes - evenmin trouwens als anorak of melk. Met deze woorden blijf ik achter, alsook met de fles shampoo van Yves Rocher die zij mij kort voor haar dood heeft geschonken en waarmee ik mij na het zwemmen wekelijks de haren was, altijd even fronsend. Stimulierendes Shampoo, staat erop te lezen. Anti-Haarausfall. De lieve ontoereikendheid daarvan. Reacties : jp.mulders@skynet.be Jean-Paul Mulders