Sorry, ik kan niet goed drie dingen tegelijk doen", zegt Ann Demeulemeester (47). "Ik moet me kunnen concentreren." Onze ontmoeting in de kantoorruimte boven haar winkel in Antwerpen start later dan gepland. Demeulemeester heeft een half uur aan de telefoon gezeten, iets met een fotoshoot. Ondertussen werkt ze aan het volgende defilé in Parijs. Voor haar ligt een schriftje met geheugensteuntjes, pagina's vol. Ze moet de schoenenfabrikant spreken, zo blijkt, en de gsm zoemt onophoudelijk. "Ben je familie van Rik De Nolf ?", vraagt Demeulemeester. "Dat is verre familie van mij."
...

Sorry, ik kan niet goed drie dingen tegelijk doen", zegt Ann Demeulemeester (47). "Ik moet me kunnen concentreren." Onze ontmoeting in de kantoorruimte boven haar winkel in Antwerpen start later dan gepland. Demeulemeester heeft een half uur aan de telefoon gezeten, iets met een fotoshoot. Ondertussen werkt ze aan het volgende defilé in Parijs. Voor haar ligt een schriftje met geheugensteuntjes, pagina's vol. Ze moet de schoenenfabrikant spreken, zo blijkt, en de gsm zoemt onophoudelijk. "Ben je familie van Rik De Nolf ?", vraagt Demeulemeester. "Dat is verre familie van mij."De wachtkamersituatie verbaast me niet. Demeulemeester is de first lady van de Belgische mode. Twintig jaar na de befaamde trip van 'de Zes' naar Londen, zijn de lofbetuigingen en titels niet meer te tellen. Uit eigen land, waar ze vrijwel meteen ontdekt en later gehonoreerd werd, maar nog veel meer uit het buitenland. Zelf eerder mediaschuw, heeft de ontwerpster bovendien de naam introvert en gefocust te zijn. Iemand met een ijzeren wil ook, voor wie elke minuut telt. Toegankelijk of niet, bijna twee uur later heeft Ann Demeulemeester me ontwapend, na een gesprek dat vaak een eigen leven gaat leiden. Over de poëtische wind in haar wintercollecties, over moderne romantiek, over de mijlpalen in haar carrière. "Ik kan het allemaal soms moeilijk geloven, maar het is stap voor stap gegaan", zegt de Waregemse met een Antwerps accent. "Heel overwogen, maar zonder langetermijnplanning. Ik ben altijd op mijn gevoel afgegaan. Elke collectie, elke stap, bouwde voort op het verleden."We hebben het over deconstructivisme en andere labels, over kleren die leven en communicatie. Over Patti Smith. Voor het eerste defilé koos Demeuleemster destijds een plaat van haar, tegenwoordig is de muzikante er zelf bij. Ze liep, klarinet in de hand, mee over de catwalk bij de voorstelling van de huidige mannencollectie. De excentrieke bohemienlook, een goede samenvatting van het seizoen, stond meteen op talloze voorpagina's. "Een uit de hand gelopen ingeving van een vriendin", bekent Demeuleester. "Zelf zou ik dat niet vragen. Ik vertel ook niet rond wie ik allemaal kleed. Ik wil niet belangrijk lijken op de rug van iemand anders. Maar het is fantastisch natuurlijk als de energie van je werk mensen aantrekt die je zelf bewondert. Als je respons krijgt. Dan heb ik mijn doel bereikt."Ann Demeulemeestser : Een defilé is als een visioen, en dat probeer je uit te werken. Op het moment zelf, als de puzzel in elkaar valt, sta ik er vol verwondering naar te kijken. Alsof het niet van mij is, alsof ik een toeschouwer ben. Uiteindelijk is een defilé een samenspel van mensen. Het is iets dat je samen creëert, dat heb je niet helemaal in de hand. Het is een realiteit die zichzelf op gang trekt. Als ik door het lint ga, is het omwille van lastminutedingen, omdat zaken anders lopen dan ik me heb voorgesteld. Ik probeer dus alles zo te organiseren dat we op tijd klaar zijn en alles nog eens rustig kunnen bekijken. Zo bescherm ik ook mijn medewerkers. De dag voor een defilé moeten ze normaal kunnen eten en op tijd naar bed kunnen gaan. Nachtjes doorwerken en roepen, dat verbrodt alleen de sfeer. Achteraf worden mijn discipline en strengheid geapprecieerd. In dit beroep sta je altijd onder tijdsdruk. Er moet vier keer per jaar een collectie liggen, je kunt het nooit rustig aan doen. Het is hard doorwerken en reageren als het nodig is. Het wordt nooit een automatisme, al is het vertrouwen binnen het bedrijf groot. We hebben onze tijd genomen om mensen op te leiden, ik hoef niet alles zelf te doen. Als het te veel wordt, denk ik aan de mensen rond me. Tot dan liepen de mannen mee in de vrouwenshows. Ik begreep niet waarom ik mannen en vrouwen moest opsplitsen, terwijl ze toch samen in de wereld staan. Het ene universum is ook niet volledig zonder het andere. Maar na tien jaar besefte ik wel dat de mannencollectie op die manier nooit serieus zou genomen worden. Je mag dan een stijfkop zijn, op de vrouwenshows zitten niet de journalisten en aankopers die je nodig hebt. Maar ik ben wel consequent : er lopen nog steeds mannen mee in het vrouwendefilé. Als ontwerper verdiep ik me in mensen. Hun mannelijke en vrouwelijke kenmerken intrigeren me al sinds het begin. Net als de relatie tussen mannen en vrouwen natuurlijk. Dat leeft allemaal in mijn werk, want ik werk en denk voor mensen. Maar ik deel niet op. In mijn wereld wonen zowel mannen als vrouwen. De ontwerpen volgen hetzelfde traject, ze komen voort uit dezelfde werkwijze. Kleding is een driedimensionale vorm. Dat is waarmee ik werk. En die studie is altijd dezelfde, als ik nu een jurk een bepaalde beweging wil meegeven of een colbert naar voren wil laten doorzakken, alsof het leven erin gepasseerd is. Ik bestudeer de zwaartekracht van een ontwerp, zoek een manier om het een bepaalde 'attitude' te geven. Maar een mannenlichaam is wel anders natuurlijk, net als het gevoelsleven. Mannen spelen geen rol met hun kleding, toch niet zoals dat nu van vrouwen verwacht wordt. Een vrouw kan heel uiteenlopende rollen aannemen, een man blijft eerder zichzelf. Die denkt ook gewoon : zit die broek lekker, hoe voel ik mij hierbij ? Hij ziet niet dat we elk detail bestudeerd hebben. Hij voelt het wel, maar die grote verhalen doen er niet toe (lacht). Mannen hebben evenveel vrijheid om te kiezen als vrouwen. Alleen zijn ze soms wat stroef en benutten ze die vrijheid niet. Dat wil ik ook tonen in de mannencollectie : dat iets heel fragiel en excentriek kan zijn, maar toch mooi en draagbaar. Excessen kunnen. Het is ook mijn taak om de zaken open te trekken en mogelijkheden aan te reiken. Niet om te dicteren, maar om te inspireren. Het raakt me altijd als ik de reacties van de modellen backstage zie. Zij proberen dan een jasje te ruilen voor een schilderij of zo. Van professionals die overal ter wereld kleren passen, vind ik dat een groot compliment. We komen uit een periode van artificiële glamour en een heel conservatieve houding, maar de mensen zijn dat beu. Het tij keert. De ziel van een product en emoties worden belangrijker, dat voel ik in de reacties. Ik word overstelpt met interviewaanvragen. Omdat ik toch wordt gezien als iemand die gevoelens en emotie legt in kleding. Daar ben ik erg blij om. Ik doe het op mijn manier, met mijn persoonlijkheid, maar het is dus toch gelukt. Mode als artificiële fantasie, als een product zonder meer, heeft me nooit aangesproken. Zo heb ik het ook nooit bekeken. Ik krijg er rode kaken van (lacht). Ze veranderen mij niet, denk ik. De appreciatie voor het werk is fijn. Het is als een cirkel die zich sluit. Maar de realiteit is dat je verder moet. Ik denk alleen aan wat we allemaal nog moeten doen, want er moet algauw weer iets goeds liggen. En het is elke keer zo goed mogelijk roeien met de riemen die we hebben. Elke collectie is het beste dat we op dat moment konden geven, en de volgende keer doen we het nog beter. Dat is het goede aan dit beroep. Je krijgt altijd nieuwe kansen. Ik bereik meer mensen als ik en vogueben (lacht). Maar anders doe ik ook gewoon wat ik doe. Mijn klanten appreciëren dat, en de aanhouder wint, denk ik maar. Als de tijdgeest een andere richting uitgaat, maakt dat net een revolte in mij los. Dan word ik contrair. Al ben ik niet blind. Ik blijf alert. Ik zie voortdurend verandering en stel mijzelf in vraag. Dat moet als je aan anderen en naar de toekomst toe denkt. Herhaling is saai, maar ik verwerk wat ik zie wel op mijn manier. Ik ben koppig. Als ik twijfel of er niet in geloof, dan kan ik het niet. Ik ben ook eigengereid, ik wacht niet op God om me te komen helpen. En we zijn onafhankelijk gebleven. Voor mij begint en eindigt alles met Patrick. Iemand die volledig op dezelfde golflengte zit, met wie je kunt overleggen, is onmisbaar. Hij is ook mijn grootste criticus, al zegt iedereen bij ons wel wat hij denkt. Maar zonder Patrick en mijn team zou ik nooit zijn wat ik nu ben. Ann Demeulemeester is een grote ketting waarbij alle schakels even belangrijk zijn. Alleen ben je niets in dit beroep. Dat ligt niet in mijn aard. Ik probeer altijd positief te zijn. Ik wil me niet laten meesleuren door negatieve vibes. Anderen nemen hun beslissingen, ik de mijne. Ik sta sterk genoeg in mijn schoenen. Ik ken de branche, maar ik laat me niet van de wijs brengen. Naar links of naar rechts kijken brengt me alleen in de war. Ik stel mijn vragen, zoek mijn antwoorden. Ik doe het op mijn manier en dat werkt blijkbaar ook. Klein beginnen, ergens komen, dat sprookje kan nog. Dat is hoopgevend voor jonge mensen. Een zakelijke beslissing, al telt ook de ervaring. Alle knowhow die we hebben opgebouwd kunnen we doorgeven. Dat hebben ontwerpers de eerste jaren hard nodig. Al wil ik duidelijk stellen dat ik niemand coach. Haider en Dirk zijn onafhankelijk, je raakt niet aan de eigenheid van een ontwerper. Wij zorgen alleen voor de logistieke, administratieve en financiële ondersteuning, zodat hun creatieve kiemen kunnen groeien. Alles wat zichtbaar is, wat we communiceren, komt bij mij en Patrick terecht. De hele artdirection, van de kleding en de winkels tot de modellen. Dat vind ik heel belangrijk, dat de ziel van het product juist overgebracht wordt. En verder moet je ook niet denken dat je het zelf allemaal beter kunt. Ik bespreek de zakelijke kant met Anne Chapelle (CEO van bvba 32, WD), maar ik respecteer haar terrein. Ik wil haar ambities niet in de weg staan. Ik geloof dat je de ziel van een bedrijf kunt combineren met professionaliteit op zakelijk gebied. Je moet wel, anders ben je niets met creativiteit. Alles moet samenlopen om de trein te doen bollen. Maar net als ik op mijn terrein, kun je ook zakelijk creatief zijn. Het zijn gemotiveerde mensen die graag een tandje bijsteken, maar voor wat hoort wat. En dus maken we goede afspraken, zodat we samen verder kunnen. Bij ons komen mensen ook niet zomaar aanvliegen, ze groeien in hun baan. Een van mijn assistenten werkt al zeventien jaar aan mijn zijde. En als iemand klaar is om door te groeien, zodat het bedrijf beter functioneert, dan zetten we die stap. Dat heb ik geleerd. Ik moest wel, anders houd je dit niet vol. Ik voel dat ik twintig jaar bezig ben. Vroeger was ik dag en nacht aan het werk, maar ik ben helderder en efficiënter als ik af en toe afstand neem. Ik heb ook geleerd te delegeren. Ik wil mijzelf niet als een idioot achterna hollen en ik wil een volledig mens zijn. Eerlijk gezegd, dat lukt. Als ik achterom kijk, ben ik gelukkig. Dat doe ik met mijn eigen mensen, met mijn vier assistenten. Dat is waar ik duw en trek. En als blijkt dat iemand het kan en met je meedenkt, is dat een fantastisch gevoel. En verder weet ik dat ik geen honderd jaar word. Ik denk aan de toekomst van het bedrijf. Ik heb al mijn energie nodig voor mijn eigen huis, voor mijn eigen mensen. In die zin ben ik heel gefocust. Er zijn maar 24 uren in een dag. Ik ben ook te perfectionistisch om les te geven. Ik zou het onderste uit de kan vragen en een afschuwelijke leraar zijn. Mijn mensen weten waarom ik zoveel vraag, maar op een school kun je dat niet maken. Daar zou ik twintig jaar in de tijd moeten teruggaan, en dat wil ik niet. Ik heb nu een bepaald niveau, en ik wil vooruit. Omdat mijn privéleven zich hier afspeelt. Ik kon hier jong het huis van mijn dromen kopen en ik had ook beslist dat mijn eerste creatie een kind zou worden. Daar was ik dan toch al zeker van (lacht). En nadien heb ik alles daar rond gebouwd, zodat ik tegelijk Victor (nu 20, WD) kon opvoeden en werken. Zo heb ik dat nooit aangevoeld. Integendeel, Antwerpen is juist mijn eilandje. Hier word ik met rust gelaten en kan ik in alle stilte werken. Ik behoud hier de normaliteit die misschien zou verdwijnen in Parijs. Daarom is Antwerpen voor mij ook nooit te klein geworden. Ik ben hier gewoon mezelf. Alles is wat het twintig jaar geleden was. Ik ben geboren in West-Vlaanderen. Die roots draag ik voor eeuwig. In die zin voel ik me hier een logé, chauvinisme is mij vreemd. Ik voel me wel betrokken bij wat er leeft. In een beroep waarin je gevoelens en een tijdgeest opvangt en vertaalt, kun je moeilijk anders. In die zin werken de gebeurtenissen in deze stad door, zeker op emotioneel vlak. Ik denk dat ik als modeontwerper geen standpunten moet innemen op gebieden die niet de mijne zijn. Maar ik werk wel met gevoelens. Dingen maken me romantisch, poëtisch of agressief en rebels, en dat uit zich allemaal in mijn werk. Wie daar open voor staat, voelt dat aan, ook zonder grote intellectuele woorden. En verder probeer ik met mijn werk toch gevoelens te bespelen en positieve vibes en moed te geven. Het is geen gemakkelijke wereld. We moeten onszelf beschermen en de mensen rond ons. We zijn niet alleen. Die zin heb ik van Patti gekregen. Ze heeft hem geschreven op de dag na de aanslag op het World Trade Center. We leven in een tijd waarin mensen behoefte hebben aan licht, aan hoop, aan zorg voor elkaar en bescherming. Dus reik ik iets aan, en hopelijk hebben ze er iets aan. De boodschap is dat je je toekomst zelf in handen moet nemen. Je moet ervoor vechten. Zo zit ik ook zelf in elkaar : ik wil en ik zal. De rechte lijn vooruit, dat is mijn karakter. Ik kan heel gedetermineerd zijn. Dan lukt het wel, denk ik dan naïef. Maar de ervaring spreekt me niet tegen. Waar een wil is, is een weg. Voor mij belichaamt zwart juist poëzie en puurheid. Ik kan trouwens niet van zwart alleen leven, ik heb ook wit nodig. Het kleurengamma wordt elk seizoen volledig vernieuwd. Naarmate het bedrijf groeit en mensen verantwoordelijkheden nemen, evolueert dat ook. Maar als je in vijfendertig ensembles de essentie moet vertellen, zoals op een defilé, zit er wellicht veel zwart bij (lacht). Mensen denken dat ik streng ben, maar dat is omdat ik op de achtergrond blijf. Ik heb er helemaal geen boodschap aan om op tv te komen of een mediafiguur te worden. Mijn werk is veel belangrijker dan mijn persoontje, dat is ondergeschikt aan het product. Dat maakt me onsympathiek, omdat ik niet beschikbaar ben. Maar ik leef niet in een ivoren toren. Ik ben gewoon Ann. Ach, ik kan mezelf niet veranderen. Ik geloof in eerlijkheid en integriteit. Dat apprecieer ik ook zelf in mensen. Ik geloof dat je krijgt wat je geeft, en dus wil ik ook leven op een manier die me in staat stelt om dingen mee te maken. We werken hard aan de prijzenpolitiek, maar je kunt niet voor alles een oplossing vinden. Ook omdat je een label positioneert en ik voor een hoogstaand kwalitatief product van eigen bodem kies. Als je de lokale industrie wilt ondersteunen, moet je de sociale wetgeving en de loonkost erbij nemen. Ik weet trouwens dat ook mensen met een kleiner budget, erin slagen om een stuk van mij te kopen. Het is maar wat je belangrijk vindt. Daar kan ik nu niet op antwoorden. Er zijn zoveel factoren die moeten kloppen. Maar ik zeg nooit nooit. Ik heb geleerd elke vraag serieus te overwegen. Ik ben milder geworden. Ann Demeulemeester, Verlatstraat 38, 2000 Antwerpen. Info: 03 216 01 33.Door Wim Denolf I Foto's Etienne Tordoir