Zonder Pol Moyaert, gewezen hoofdredacteur van Weekend Knack, was er nooit een Poirot-prijs geweest. Zeg nooit nooit. Dit keer wel. Pol was charmant, beminnelijk, belezen. We kenden elkaar al lang. Hadden, naast veel andere dingen, liefde voor poezen en boeken gemeen. Niet alleen de grote literatuur, ook misdaadromans. Zeg maar detectiefjes. Pol en zijn vrouw Agnes woonden ooit een paar verdiepingen hoog in een appartement midden in Gent. Ze hadden een grote bibliotheek waarin zowat alle delen van Crime de la Crime stonden, een uitgave van De Arbeiderspers waarin het beste van de internationale misdaadliteratuur verscheen : Ira Levin, James M. Cain, Boris Vian, Patricia Highsmith, Dashiell Hammett. Altijd goed vertaald. Rinus Ferdinandusse gaf advies, de legendarische Nederlandse uitgever Martin Ros stond aan het roer. Een beetje boos waren we, Pol en ik, dat in Vlaanderen het genre als tweederangs werd beschouwd. En het in Nederland toch wel net iets anders was. En toen kwam, heel vaag nog, het idee er iets aan te doen. Pol, als uitstekend wijnkenner, wist dat ook een idee tijd nodig had. Maar de vonk voor de prijs was er. Een naam nog niet. Die is op een dag zomaar gedropt door Pol, die intussen Tessa Vermeiren van Weekend Knack en uitgeverij Roularta warm had kunnen maken voor een Vlaamse misdaadprijs die het genre in Vlaanderen meer bekendheid zou geven. Geloofwaardigheid ook. Een kwaliteitslabel, ook al klinkt dat wat pretentieus. Hoe Pol het allemaal gerealiseerd heeft, weet ik niet. Maar op een herfstdag in 1998 stonden we in het casino van Blankenberge voor de uitreiking van de eerste Poirot-prijs.
...