Opgroeien in de Kempen is buitengewoon. Ik kon fietsen, in bomen klimmen, in meren zwemmen in de zomer. In mijn tienerjaren werd het echter beklemmend. Uit- eindelijk ben ik er ook vertrokken om die reden. Ik zou er nooit mezelf gevonden hebben. In Brussel, waar ik nu woon, belanden zoveel mensen. Waar ze vandaan komen ? Who cares ?
...

Opgroeien in de Kempen is buitengewoon. Ik kon fietsen, in bomen klimmen, in meren zwemmen in de zomer. In mijn tienerjaren werd het echter beklemmend. Uit- eindelijk ben ik er ook vertrokken om die reden. Ik zou er nooit mezelf gevonden hebben. In Brussel, waar ik nu woon, belanden zoveel mensen. Waar ze vandaan komen ? Who cares ?Ik kan er enorm van genieten als het Nederlands inventief gebruikt wordt. Toen ik 17 was, wou ik absoluut in het buitenland gaan wonen. De wereld zien. Later besefte ik dat ik mijn moedertaal miste. Onze taal zit vol smakelijke uitdrukkingen. Er zit een doorleefdheid in. Ook al spreek ik vlot Frans, Engels en Spaans, in die talen kan ik nooit datzelfde emotionele niveau bereiken. Ik voel in de communicatie in Brussel een groot respect. Dat de stad officieel tweetalig is, geeft de vele andere talen een marge. Zet drie individuen met een totaal andere achtergrond bij elkaar en ze zoeken een gemeenschappelijke taal. Niet één is dominant. Het Frans mag dan wel een belangrijke voertaal zijn, er is een grote tolerantie voor fouten. Je hoeft het niet perfect te spreken om verstaan te worden. Toen ik in 1998 in Brussel arriveerde, was het centrum verloederd. Mensen die eind jaren negentig strijd leverden tegen de leegstand, werden uiteindelijk zelf uit het centrum geweerd. Het grote geld deed zijn intrede, de gewone burgers moesten plaatsruimen voor commerciële projecten. Uiteraard creëerde dat misnoegdheid. Een aantal organisaties, zoals City Mine(d) en Cinema Nova, zetten kritische evenementen op touw en verschaften mensen inzicht in de urbanistische plannen van Brussel. Ik wil hulde brengen aan wie en wat mij gevormd heeft. Om die reden vind je in mijn boek Tot later heel wat referenties. Naar strips, muziek, literatuur... Ik zie de roman als een toegangspoort tot van alles anders. De literaire traditie bulkt van de samples. We moeten iets doen met de digitale databanken die vandaag aangelegd worden, zoals Europeana. Laat de werken in die onlinebibliotheken toch niet achter slot en grendel zitten. Auteursrechten zijn in principe zeventig jaar na de dood van de auteur verlopen : we hebben het recht om dat materiaal te gebruiken, mét respect en met bronvermelding. Als op dat wereldpatrimonium rechten blijven gelden, zoals met Disney het geval is, werkt dat verstikkend. Als je daarmee aan de slag wilt, moet het op een verdoken manier. Het lijkt me veel mooier om daar net heel open in te zijn : 'Kijk, dit zijn mijn voorbeelden.' Ik heb van mijn roman ook een onlineverhaal gemaakt dat je in tien minuten kunt lezen. Logisch eigenlijk : het verhaal is geïnspireerd door mensen in Brussel die soms geen Nederlands spreken en geen boeken lezen. Vanaf het moment dat ik in een job de routine begon te voelen, raakte ik verveeld en gedemotiveerd. Op één keer na - en ik heb vele jobs gehad - heb ik altijd zelf mijn ontslag gegeven. Ik ben blij dat ik uiteindelijk in de kunstenwereld terechtkwam : daar kon ik projectmatig werken. Ik voel de nood om continu bij te leren. Als mensen minder productgericht werkten, zouden we een gezondere maatschappij hebben. Door de drive om voortdurend winst te maken en te groeien, gaat er tijdens het productieproces veel verloren. Het is belangrijk alert te blijven en het proces te laten bepalen waar je naartoe gaat. An Mertens (°1973) studeerde Romaanse talen en literatuur. Ze is auteur en kunstenaar. Sinds 2008 maakt ze deel uit van Constant, een door kunstenaars gerunde werkplaats in Brussel, met een focus op vrije software en open cultuur. Op 16 september verschijnt haar roman 'Tot later' bij De Bezige Bij Antwerpen.DOOR PETER VAN DYCK & FOTO WOUTER VAN VAERENBERGH