"Ik was zestien toen ik met mijn moeder naar België kwam. In 1966 was dat. Zoals nogal wat Spanjaarden toen, op zoek naar een beter leven. Het was hard om Sevilla achter te laten. Wat miste ik de warmte. De warmte van de zon, dat alleen al. Maar toch vooral de Andalusische warmte. Het zuiderse temperament, de betrokkenheid."
...

"Ik was zestien toen ik met mijn moeder naar België kwam. In 1966 was dat. Zoals nogal wat Spanjaarden toen, op zoek naar een beter leven. Het was hard om Sevilla achter te laten. Wat miste ik de warmte. De warmte van de zon, dat alleen al. Maar toch vooral de Andalusische warmte. Het zuiderse temperament, de betrokkenheid." "Ik kom uit een zigeunerfamilie. Gitanos. Zigeunerbloed, dat is passie. Dat zingt, danst en huilt net zo natuurlijk als het eet en drinkt. Iedereen kan flamenco leren zingen. Maar ik hoor van bij de eerste seconde of het een zigeuner is die zingt. Of niet. Onmogelijk uit te leggen waarom. Het is een soort pijn, een verdriet, een melancholie, die de flamenco echt maakt. En die enkel zigeuners kennen. Het zit in onze genen. Mijn grootmoeder van 92 bijvoorbeeld. Zodra de gitaar begon, sprong ze recht, klapte ze, trok ze haar rokken op, zong, danste. Het is sterker dan onszelf. Ook mijn vader was een gevierde flamencozanger en -danser. Manuel Cortés Jiménez, zijn artiestennaam : Gitanillo de Marchena. Hij is niet meegekomen naar België, kon Spanje niet achterlaten. Hij zou wel volgen, zei hij. Maar hij stierf kort na ons vertrek. Ik heb nooit afscheid kunnen nemen, en die pijn blijft snijden." "In 1978 ontmoette ik mijn compañero Wannes Van de Velde. We werden zielsgenoten, deelden een liefde voor muziek. Voor flamenco. Dertig jaar hebben we samen gemusiceerd, het leven geproefd en gevoeld. Hij kwam hier vaak bij ons thuis. En dan zongen we tot in het holst van de nacht. Toen zijn stem op het einde te verzwakt was, zong hij met zijn gitaar. 'Ik zal sterven met mijn gitaar in mijn armen', zei hij me altijd. Hij heeft woord gehouden. Toen ik zong op zijn begrafenis, voelde ik me meer dan ooit verbonden met mijn vriend. El pobrecito. Ik mis hem verschrikkelijk." "Tegenwoordig is mijn zoon mijn gitarist op mijn optredens. Hij heeft leren spelen bij verschillende gitaarvirtuozen in Spanje. Zodra hij thuiskomt 's avonds, zijn we vertrokken. Zingen, spelen, dansen. Heerlijk om dat met mijn zoon te delen." "La pasión, dat is wat me gaande houdt. Dat is mijn motor. Mijn vuur. Passie voor het leven, in de eerste plaats. Ik ben verliefd op het leven. Hoe hard het ook al geweest is." "Maar passie is ook lijden. Want beminnen, dat is ook pijn hebben. Pijn bij afscheid, pijn omdat hevige liefde zo kan branden. Wie gepassioneerd wil leven, moet bereid zijn pijn te voelen. Mag niet bang zijn gekwetst te worden. Het één kan niet zonder het ander." "In het Spaans hebben we er een woord voor, el duende. Niet te vertalen, maar dat typeert bij uitstek la pasión, zoals ik het aanvoel. Het is die vonk, die sprankel, die glinstering, die iets of iemand boven de rest doet uitstijgen. Dat wat je kippenvel geeft. Bezieling. Begeestering. Door jezelf te geven, door te beminnen. La pasión, dat is graag zien. Es amar, no ?" www.amparocortes.com Guinevere Claeys