Het is 11 september als ik in New York ben. In de gigantische Borders-boekhandel in de nieuwe Time Warner-building aan Columbus Circle is het eerste boek dat in het oog springt bij de ingangsdeur een namenlijst van de slachtoffers van de aanslag op het World Trade Center. De meeste namen kregen een kleine biografie mee of een anekdote, maar veel meer dan een mooi vormgegeven opsomming is het niet. Alleen ginder komt iemand op het idee om, met weinig moeite, van miserie een commercieel boek te maken dat ongetwijfeld veel geld zal opbrengen.
...

Het is 11 september als ik in New York ben. In de gigantische Borders-boekhandel in de nieuwe Time Warner-building aan Columbus Circle is het eerste boek dat in het oog springt bij de ingangsdeur een namenlijst van de slachtoffers van de aanslag op het World Trade Center. De meeste namen kregen een kleine biografie mee of een anekdote, maar veel meer dan een mooi vormgegeven opsomming is het niet. Alleen ginder komt iemand op het idee om, met weinig moeite, van miserie een commercieel boek te maken dat ongetwijfeld veel geld zal opbrengen. Amerikanen zijn en blijven pioniers, schrijft David Brooks in zijn nieuwste boek On Paradise Drive ( Simon & Schuster). In alles zien ze opportunities. Zelfs problemen creëren mogelijkheden voor hen. De mogelijkheid om nieuwe horizonten op te zoeken, zoals de vroege settlers dat deden. Amerikanen duiken volgens Brooks niet in hun problemen. Ze keren ze de rug toe en gaan verder, op zoek naar een nieuwe plek, een nieuwe gelegenheid om hun droom te verwezenlijken. Misschien kunnen ze daarom ook de put van het inferno niet als pijnlijke wonde onberoerd laten, maar willen ze op die plek weer torens optrekken die naar de hemel reiken. Volgens Brooks worden wij, niet-Amerikanen, over en weer geslingerd tussen onze liefde- en haatgevoelens voor 'het domme blondje' dat Amerika in onze ogen is. Het naïef-optimistische domme blondje dat het normaal vindt dat de hele wereld haar graag ziet. Onbevangen stapt ze op elke vreemdeling af om hem te overtuigen dat zij het goed voor heeft met het leven. Soms zijn haar argumenten oorlogswapens. Ze is ongenuanceerd bereid te vechten of zelfs te sterven om haar idee over vrijheid en gelijkheid over de wereld te verspreiden. Het domme blondje heeft volgens Brooks wel een klein zusje : de 'kosmische brunette'. Degene die zich oprecht afvraagt waarom de wereld niet van haar houdt en ze kan daar best argumenten voor vinden. Ze pijnigt zich de hersenen over wat er mis is met haar land, zij is degene die vindt dat er toch wel veel fout loopt. Zij was allicht degene die ik zag lopen in de kleine mars voor vrede in Irak op de campus van Harvard, een paar dagen voor 11 september. Soms heeft die kosmische brunette iets meer voeling met de rest van de wereld dan haar blonde zusje. "Vrijheid en gelijkheid, staan in de grondwet van dit land", zegt Judith mij in Boston. "Maar ze zijn de broederlijkheid vergeten. Er is in Amerika geen respect voor wie het niet alleen kan rooien." Amerikanen willen volgens David Brooks een leven dat op een golf course lijkt. Natuurlijk is er hier en daar een rough, maar daar moet je absoluut zo snel mogelijk uit. Altijd beter, altijd meer, altijd weer een nieuwe doelstelling in de verte. Zo dicht mogelijk bij het ideaal van het eindeloze groene grasveld. Elimineren en achterlaten wat je hindert. Dus moet je werken, consumeren, verhuizen. Steeds meer, steeds opnieuw. Want niets is ooit ideaal, je blijft streven. Energie heb je nodig voor zo'n leven en energie is er in dit land in overvloed. Wie die energie niet kan opbrengen, bestempelt een Amerikaan snel als 'bang'. Europeanen die geschiedenis, tradities, geboortegrond en familiebanden belangrijk vinden, zijn in hun ogen angstige wezens. Amerikanen, schreef Alexis de Tocqueville al in de negentiende eeuw, blijven vreemden voor elkaar. Kinderen en intieme vrienden, verder gaat de wereld niet. De anderen met wie zij leven, zien ze niet, voelen ze niet. Het straatbeeld van een stad als New York is daarvan een illustratie. Loop rond in een bonte buurt als Hell's Kitchen, Midtown Manhattan, 9th Avenue, en je ziet de eenzame, wat vreemde oude man naast de hippe vogel, naast de gepoederde dame met het kanten parasolletje, naast de kantoorjuffrouw in mantelpak, op hoge hakken. Ze lopen samen over het trottoir als in een beeld uit een stomme film. Alleen verenigd door het alles overheersende lawaai van de wereldstad. Eilanden op een continent van vrije mensen. :: Reacties : tessa.vermeiren@knack.be :: www.weekend.be Op de site van Weekend Knack ontdekt u wat u op tafel kunt zetten, waar u uw vakantie kunt doorbrengen, wat u in uw kleerkast moet hebben, hoe u uw huis renoveert... En u kunt er ook uw mening kwijt.TESSA VERMEIREN