C hrysler is alive and well. De kleinste en eigenzinnigste van de Amerikaanse constructeurs lanceert dit jaar liefst tien nieuwe modellen en dat voor een merk dat in West-Europa slechts 0,7 procent van de markt bezet. Die geringe aanwezigheid verontrust de Amerikanen nauwelijks, nu blijkt dat de betrouwbaarheid van hun modellen beter is dan die van de Europese. Ze geloven rotsvast in hun nieuwe creaties. De roadster van de Crossfire moet het volgens de ontwerpers hebben van zijn head turning design en tijdens de testrit in Zuid-Frankrijk klopt dat inderdaad. Of hadden de positieve reacties veeleer te maken met het classic yellow waarin de tweezitter was uitgevoerd ? ...

C hrysler is alive and well. De kleinste en eigenzinnigste van de Amerikaanse constructeurs lanceert dit jaar liefst tien nieuwe modellen en dat voor een merk dat in West-Europa slechts 0,7 procent van de markt bezet. Die geringe aanwezigheid verontrust de Amerikanen nauwelijks, nu blijkt dat de betrouwbaarheid van hun modellen beter is dan die van de Europese. Ze geloven rotsvast in hun nieuwe creaties. De roadster van de Crossfire moet het volgens de ontwerpers hebben van zijn head turning design en tijdens de testrit in Zuid-Frankrijk klopt dat inderdaad. Of hadden de positieve reacties veeleer te maken met het classic yellow waarin de tweezitter was uitgevoerd ? De kap van de Crossfire functioneert bijna geheel automatisch. De rijder brengt met een handomdraai en een duwtje de kap boven de voorruit in stelling, een druk op de knop volstaat om de rest van het manoeuvre in 22 seconden elektrisch te beëindigen. Open oogt de wagen aardig, maar de vele wervelingen in het interieur verbazen ons ; de windvanger die het ergste in toom moet houden, blijkt nog niet productierijp. Nog een verrassing : de bijzonder kleine koffer en de zeer kleine laadopening. Met open kap blijft van die bagageruimte vrijwel niets over, in elk geval een stuk minder dan bij de SLK op wiens basis de Amerikaan gebouwd is. De roadster kost 36.300 euro. Onder de motorkap steekt een 3.2 liter V6, gekoppeld aan een vijftrapsautomaat. Dat geheel schiet bij een kickdown maar aarzelend uit de startblokken, en dat is niet zo best bij een inhaalmanoeuvre. Met de manuele zesbak ervaren we een veel pittiger Crossfire : geen sportwagen pur sang, maar een blitse cruiser met betrouwbare krachtenopbouw en een veilig inhaalgedrag. Een nog opmerkelijker verschijning is de Chrysler 300C Hemi. Die is net geen vijf meter lang, oogt behoorlijk massief en kondigt de terugkeer van de achterwielaandrijving voor berlines aan, nadat ons jarenlang is uitgelegd dat voorwielaandrijving hipper is. Vergeleken met zijn voorganger zien we een interessante evolutie : bij eenzelfde buitenlengte is de wielbasis tot meer dan drie meter gegroeid, en dat is goed nieuws voor de passagiers achterin. Gelijk wordt het cab forward-principe (waarbij de passagierscel naar voren werd geschoven) van tafel geveegd en vervangen door een lange neus. De zit is hoog, de flanken lopen hoog door en de zijruiten zijn smal. De styling is volgens de makers 'mannelijk', maar dat gebrek aan elegantie vertaalt zich in een middeleeuwse luchtweerstandscoëfficiënt van 0.34. Onder de kap maakt een potente 5.7 liter V8 Hemi de dienst uit (die naam verwijst naar de legendarische 300 uit 1955, die vanwege zijn relatief discreet uiterlijk en zijn straffe motor als de bankers muscle car werd omschreven). De nieuwe 300 erft de halfbolvormige verbrandingskamers van zijn verre voorganger en een persoonlijkheid waar men niet naast kan kijken. Ondanks zijn 1875 kg sprint hij met een vijftrapsautomaat vlot weg. Zelfs op een bochtig parcours blijkt hij nog redelijk in zijn sas. Om het verbruik in normale omstandigheden binnen de perken te houden, worden bij rustig rijden vier cilinders uitgeschakeld, een ingreep die volgens de ontwerpers 10 tot 20 procent benzine laat sparen. Op een gevarieerd parcours haalden we 12,9 liter/100 km. Toch lijkt de 300C met zijn V8, die erg veel auto biedt voor 49.850 euro, in de eerste plaats voor filantropen bestemd. Kopers dragen bij aankoop 4957 euro af aan de staat, en elk jaar nog eens 2160 euro belastingen. Wie niet zo gul met zijn geld omspringt, kan dit jaar nog kiezen voor de 3.5 (41.019 euro) of 2.7 (36.421 euro) zescilinders of wachten op de turbodiesel, maar daarover blijven de communicatiegoeroes opmerkelijk zwijgzaam. Chrysler-adepten zien dit jaar ook nog de PT cabrio, een high performance Crossfire en enkele Jeep-varianten in de showrooms verschijnen. Pierre Darge