Hier in het appartement is van alles aan de hand. De lift is kapot, de afvoer verstopt. In de gangen lopen witbestofte mannen en uit de ingewanden van het gebouw klinkt lawaai van metaal op metaal. Er moet materie worden beteugeld die zich weerspannig gedraagt. Ik ben een geestelijke mens, ik weet mij niet graag door materie belaagd. Het liefst zou ik in een wereld wonen waar de dingen niet stuk kunnen gaan. Ik kijk om me heen en maak mij zorgen, want dat is het wrede aan dit werk : the show must go on, al wurmen zich excrementen uit de septische put of drijft de planeet uit haar baan.
...

Hier in het appartement is van alles aan de hand. De lift is kapot, de afvoer verstopt. In de gangen lopen witbestofte mannen en uit de ingewanden van het gebouw klinkt lawaai van metaal op metaal. Er moet materie worden beteugeld die zich weerspannig gedraagt. Ik ben een geestelijke mens, ik weet mij niet graag door materie belaagd. Het liefst zou ik in een wereld wonen waar de dingen niet stuk kunnen gaan. Ik kijk om me heen en maak mij zorgen, want dat is het wrede aan dit werk : the show must go on, al wurmen zich excrementen uit de septische put of drijft de planeet uit haar baan. Hoe valt trouwens te verklaren dat zulk onheil graag in salvo's komt, alsof dingen er na onderlinge afspraak de brui aan geven ? Het is mij vaak opgevallen : je internet ligt plat en dan blijkt ook de accu van de auto kapot en tot overmaat van ramp glipt je sleutelbos door het rooster van de riolering. Omgekeerd zijn er periodes waarin je ongehinderd over het biljartlaken van je bestaan kan zeilen. Het internet meldt - het internet heeft altijd wel iets te melden - dat er in dit land veertig procent meer maagverkleiningen zijn uitgevoerd het afgelopen jaar. Dat nieuws verheugt mij. Zolang er maagverkleiningen zijn, is er hoop. Het aantal maagverkleiningen moet zo ongeveer evenredig zijn met de economische toestand van een natie. Pas als dat cijfer drastisch terugloopt, is het tijd om ons zorgen te maken. Het zou kunnen dat er dan te weinig voedsel is. Dat heb ik in mijn levenstijd nog niet meegemaakt. Crisissen genoeg, daar niet van. Werkloosheid en af en toe een zelfverklaarde ramp. Maar altijd lagen er in de supermarkten voldoende bananen en ananassen. Dat maakt van België een prachtig land. Intussen probeer ik nog steeds mijn aandacht bij elkaar te rapen. Ik staar naar mijn computerscherm. De wallpaper is een foto van het hotel dat de ouders van mijn vader runden in het plaatsje Averbode, honderd jaar geleden, toen niemand hier te lande nog het woord runnen in de mond nam. Averbode stond toen bekend om de 'heilzame' invloed van zijn bossen. Norbert Mulders - D'Hondt, staat in grote letters op de gevel. Pension logement hotel Prince Albert café restaurant. Ik heb die grootouders nooit gekend maar het lijken mij geen mensen van weinig woorden. In het deurgat van het pand staat wijdbeens mijn grootvader, een knevel onder zijn neus, de handen losjes op zijn rug. Had die niets nuttigers te doen ? Hij had zijn kuiten kunnen strekken om bijvoorbeeld Hitler onschadelijk te gaan maken. Dat moet op het moment van die foto, 1910, nog gemakkelijk uitvoerbaar zijn geweest en het had de wereld een hoop miserie bespaard. Zou er nu ook zo iemand bestaan, in wie het toekomstige kwaad imminent is verzameld ? Er staan klapstoelen voor het etablissement, ik wou dat ik daar koffie kon gaan drinken om die onbekende grootouders incognito gade te slaan. De foto van hun hotel houdt mij bezig. Ik zie de schaduw van de dakkapellen. Weerspiegelingen in de ruiten van allang gerooide bomen. Het meest tot mijn verbeelding spreken de wolken boven het huis. Dat juist die bewaard zijn gebleven, terwijl andere wolken onopgemerkt voorbij zijn gedreven en roemloos weer verregend. "De lucht is mooi he, papa ?" zei onlangs mijn dochter bewonderend, in de auto. "Rood en geel en blauw." Ze wees naar een indrukwekkende wolkenpartij in de verte. Dat ze in staat was daar esthetisch door te worden getroffen, verbaasde mij - meer misschien nog dan haar gebruik van het woord inderdaad, dat ouwelijk klinkt uit dat mondje van dertig maanden. Maar laat ik ophouden van mijn dochter iets bijzonders te maken. Van bijzonder is nog maar zelden veel goeds voortgekomen. Niet boven het maaiveld uitsteken, dat is de boodschap. Het geheim van een lang en deugdelijk leven. Uit de kelder komt nu het lawaai van een haakse slijpschijf, of hoe heten die dingen ? De sloper in het slakkenhuis, waait de titel van een vergeten boek mij aan. Ik verlang naar de tijd dat het stof is gaan liggen. Reacties : jp.mulders@skynet.be Jean-Paul Mulders