Thuis werken betekent: werken wanneer je wil, de kinderen opvangen, lekker in het zonnetje zitten... Of niet soms?

"Ik werk ook weleens thuis, en soms gaat dat sneller dan op kantoor", zegt Rik Vancoillie van de bediendenvakbond BBTK in Brussel. "Ik ben geen tegenstander van thuiswerk, maar er moeten wel een aantal zaken afgesproken worden." Als vormingswerker vangt hij signalen op die wijzen op gevaren. Eén daarvan - die ook Richard Sennett vermeldt - is dat wie thuis werkt, meer onder controle staat dan op kantoor. Vancoillie: "Het is een illusie dat men gezellig thuis zit. Je bent thuis om te werken, en dan gelden alle controlemethodes, misschien zelfs meer dan anders. De normale arbeidstijden zijn niet van toepassing, het aantal uren per dag of van wanneer tot wanneer je moet werken, ligt niet vast. Je moet dus altijd oproepbaar en bereikbaar zijn. Op elke e-mail van je werkgever moet je reageren, zowel 's maandags als 's zondags. Als je op kantoor bent, zie je je chef en is er overleg mogelijk. Als je thuis werkt, ligt dat moeilijker."

Vancoillie wijst er ook op dat de activiteiten van telewerkers perfect te volgen zijn: "Men kan zien wanneer je je computer aanzet, erop werkt en uitzet, want je bent on line met de onderneming. Elk woord dat je tikt, kan men lezen. Wat je doet, is meer dan ooit controleerbaar. Je moet uiteraard een bepaalde prestatie leveren, zowel thuis als op kantoor. Maar je bent je er van tevoren niet altijd van bewust dat de vrijheid beknot kan worden."

Het grote probleem is volgens hem dat de grens tussen vrije tijd en arbeidstijd vervaagt: "In mijn job bestaat een grote vermenging van beide omdat vakbondswerk een engagement is, dat is ook een persoonlijke keuze. Maar de meeste mensen willen op een bepaald moment klaar zijn met hun werk."

Hij waarschuwt voor het feit dat de arbeidstijd vaak naar de avond of de nacht verschuift, en hij vraagt zich af of dat een stap vooruit is. Vancoillie: "Als je overdag de kinderen opvangt of je krijgt bezoek, dan ben je algauw geneigd om het 's avonds af te werken. Maar dan zou je eigenlijk vrij moeten zijn voor andere bezigheden. Door die 24-uurseconomie raak je de structuur kwijt, en dat heeft consequenties. We evolueren naar een economie waar iedereen z'n eigen arbeidsuren heeft, en ik weet niet zeker of dat een goede zaak is. Zou het toch niet beter zijn als iedereen ongeveer op hetzelfde moment vrij is en iedereen op hetzelfde moment werkt? In de verpleging is nachtdienst een noodzaak, maar moeten we dat voor andere beroepen ook invoeren?"

Sommige mensen klagen erover dat ze door thuiswerk sociaal geïsoleerd raken. Voor Vancoillie is dat een bekend fenomeen, maar volgens hem is dat meer dan eenzaamheid. "Voor wie altijd thuis werkt, verminderen de doorgroeimogelijkheden in het bedrijf. Je maakt minder kans op een leidinggevende functie, want die capaciteiten zijn niet meer aan de orde. Door thuiswerk praat je niet enkel minder collega's en chefs, ook de waardering voor je arbeid neemt af."

Hij vreest dat in de toekomst ook het statuut dreigt te vervagen. "Het bediendenstatuut zou kunnen afglijden naar een systeem van werken volgens opdracht of naar een zelfstandigenstatuut. Ik ben daar niet tegen, maar dan moeten voor- en nadelen voor de betrokkene duidelijk zijn. Het mag niet tersluiks gebeuren."

Het BBTK werkt momenteel aan een minimumarbeidsreglement voor onderhandelingen met de werkgever. Er moeten afspraken worden gemaakt over arbeidstijd, uurrooster, overleg over de opdrachten enz. Vancoillie benadrukt dat het niet zijn bedoeling is om als vakbondsman alles tot in de details te regelen, maar: "Het gaat om het comfort van de werknemer, en dat komt ook de werkgever ten goede: die krijgt kwaliteitswerk, want de werknemers staan minder onder stress omdat ze niet de file staan en kunnen thuis aandachtig werken."

Johanna Blommaert