Met de tijd verliest rieslingwijn op fles zijn jeugdig fruit : zijn mineraal of 'bloemig' karakter vermindert. Dat zet zich om in een diep genuanceerde onderbouw van het boeket, een soort golvende, fijne complexiteit die bij oppervlakkige consumptie gemakkelijk onopgemerkt kan blijven. Deze finesse vraagt een zekere bedachtzaamheid. Maar tegelijk brengt deze ontwikkeling de wijn dichter bij de universele tafel : hij is niet meer gevangen in een wat exotisch keurslijf (dat hem trouwens vaak naar de oosterse zoetzure keuken verwijst).
...