Ze moet nog 63 worden, maar de Amerikaanse Patricia 'Pattie' Moore weet al hoe het voelt om als 85-jarige de bus te nemen, aardappelen te schillen, of vernederd te worden in de supermarkt. Van 1979 tot 1983, of van haar 26 tot haar 29, ging Moore door het leven als oude dame. In de kleren van haar grootmoeder, met wandelstok en rolstoel, een bril die haar zicht vertroebelde, plugs in haar oren en braces om haar ledematen begaf ze zich door de straten van Noord-Amerika. Moore begon haar empatische avontuur om te achterhalen hoe ouderen behandeld worden in onze samenleving. "Maar mijn metamorfose draaide om meer dan dat. Als industrieel vormgever wou ik ontdekken waar alledaagse gebruiks- voorwerpen en diensten tekortschieten in de behoeften van ouderen. Wat hebben zij nodig voor een comfortabele oude dag ?", zegt ze aan de telefoon vanuit Phoenix, in de Amerikaanse staat Arizona.
...

Ze moet nog 63 worden, maar de Amerikaanse Patricia 'Pattie' Moore weet al hoe het voelt om als 85-jarige de bus te nemen, aardappelen te schillen, of vernederd te worden in de supermarkt. Van 1979 tot 1983, of van haar 26 tot haar 29, ging Moore door het leven als oude dame. In de kleren van haar grootmoeder, met wandelstok en rolstoel, een bril die haar zicht vertroebelde, plugs in haar oren en braces om haar ledematen begaf ze zich door de straten van Noord-Amerika. Moore begon haar empatische avontuur om te achterhalen hoe ouderen behandeld worden in onze samenleving. "Maar mijn metamorfose draaide om meer dan dat. Als industrieel vormgever wou ik ontdekken waar alledaagse gebruiks- voorwerpen en diensten tekortschieten in de behoeften van ouderen. Wat hebben zij nodig voor een comfortabele oude dag ?", zegt ze aan de telefoon vanuit Phoenix, in de Amerikaanse staat Arizona. Met haar experiment veroverde Patricia Moore al snel een plaats in de geschiedenis van Amerikaanse culturele studies. Haar ontdekkingsreis door de wereld van ouderen en hulpbehoevenden werd door sociologen al uitvoerig bestudeerd en onder meer vergeleken met het undercoveravontuur van de Britse schrijver George Orwell, die aan het begin van zijn schrijversloopbaan vijf jaar als zwerver doorbracht in Parijs en Londen en zich in de onderlagen van de maatschappij begaf tussen de allerarmsten. Maar voor Moore bleef het niet bij een eenmalig experiment. De inzichten die ze opdeed tijdens haar inspectietocht door de wereld van ouderen, bepalen vandaag nog altijd haar werk als industrieel vormgever. Vanuit Phoenix, waar Moore in 1980 haar eigen bedrijf Moore & Associates vestigde, vertelt ze hoe het undercoverproject haar leven veranderde, niet enkel professioneel, en wat ze als twintiger al opstak over ouder worden. Patricia Moore : Om te begrijpen wat ik gedaan heb, moet ik misschien eerst iets vertellen over de tijdgeest waarin ik mijn carrière begon. In 1974 werkte ik in New York voor Raymond Loewy's designfirma, toen een van de grootste designbedrijven ter wereld. Van Raymond Loewy wordt gezegd dat hij de man is die Amerika vormgaf. Hij ontwierp het Coca-Cola-flesje, bedacht het logo voor Shell, tekende de verpakking van Lucky Strike sigaretten, ontwierp het interieur van de Air Force One, en zo veel meer. Hij nam me halfweg de jaren zeventig in dienst en ik was toen de enige vrouw onder zijn 350 werknemers. De sfeer op de werkvloer was vergelijkbaar met wat je vandaag in de televisieserie Mad Men ziet : er werd gerookt, gedronken, en de mannen op kantoor ontvingen veel geld om allerlei producten en diensten te bedenken voor de blanke, bemiddelde middenklasse. Ik was de enige die ook aandacht had voor de noden van vrouwen, ouderen of personen met een beperking. Ik was de kleine stoorzender tijdens de brainstormsessies op kantoor. Als ik mijn collega's vroeg of personen met artritis onze prachtig ontworpen wasmachine of koelkast wel konden openen, kreeg ik altijd te horen : "Maar Pattie, we ontwerpen niet voor die mensen !" Dat frustreerde mij, omdat ik als kind grotendeels opgevoed was door mijn grootouders. Ik had gezien hoe mijn grootmoeder met keukengerief sukkelde tijdens het koken, of hoe ze verkrampte van de pijn als ze de koelkast niet open kreeg, omdat haar vingers vergroeid waren door artritis. In mijn ogen moest zij zich behelpen in een wereld vol designfouten, die makkelijk vermeden konden worden. Ik wou producten ontwerpen die gebruiksvriendelijk zijn voor iedereen, inclusief ouderen, en er niet enkel fancy uitzien in de huizen van de glamoureuze rijken. Raymond Loewy, die toen zelf al in de tachtig was, stond gelukkig open voor mijn inbreng. Hij had oren naar de verhalen over mijn grootouders en mijn visie op design. Toen ik hem voorstelde om undercover te gaan als bejaarde vrouw, om uit te zoeken wat ouderen echt nodig hebben, lichtten zijn ogen op als een kerstboom. Hij gaf me zijn zegen, en zo begon ik in 1979 mijn ontdekkingstocht. Op een cocktailfeestje had ik Barbara Kelly ontmoet, de make-upartist van Saturday NightLive. Zij leerde me hoe ik mijn gezicht kon bewerken tot ik er echt als een bejaarde vrouw met rimpels uitzag. In mei zal het ondertussen 36 jaar geleden zijn dat ze mijn make-upstoel voor de eerste keer omdraaide en ik mezelf na vier uur werk in de spiegel zag. Het was net alsof ik mijn grootmoeder zag, de moeder van mijn vader. Kelly leerde me hoe ik valse hangwangen moest aanbrengen, hoe ik kraaienpootjes en wallen onder mijn ogen kon insinueren met sneldrogende gomoplossing. Ik smeerde vloeibaar latex over mijn gezicht, die ik daarna droogde met een haardroger, om rimpels te creëren. Ik wou niet acteren en doen alsof ik oud was. Ik wou letterlijk in de schoenen kruipen van een tachtigjarige en ervaren hoe dat was. Dus spalkte ik mijn knieën, om stijfheid te simuleren en omzwachtelde mijn benen met een verband, om alles daarna met steunkousen te bedekken. Ik stopte oordopjes in mijn oren, om mijn gehoor te verslechteren, en smeerde vaseline onder mijn contactlenzen, voor een cataracteffect. Om de ongemakken van artritis te dupliceren, kleefde ik plakband rond mijn vingers, die ik dan met een katoenen handschoen bedekte. Ik droeg ongemakkelijke schoenen, en soms gebruikte ik een prothese om mezelf een kromme rug te geven. Ik had een wandelstok en rolstoel, die ik afwisselend gebruikte. Ik wou de alledaagse beproevingen van een oude mens ervaren : de bus nemen, boodschappen doen in de supermarkt, 's avonds op straat wandelen, om te achterhalen in welke mate onze samenleving afgestemd is op ouderen. Daarbij varieerde ik tussen drie typetjes en vermommingen : ik had outfits voor een rijke weduwe met bontmantel en persoonlijke chauffeur, een dakloze vrouw met een plastic draagtas, en een gewone grootmoeder uit de middenklasse. Over een periode van drie en een half jaar bezocht ik in die afwisselende gedaanten zo'n 116 steden en dorpen in veertien Noord-Amerikaanse staten. Soms was ik twaalf uur per dag verkleed, maar daarna moest mijn gezicht wel vijf dagen herstellen van de zware make-up. Ik ontdekte al heel vroeg in mijn onderzoek dat je financiële situatie een grote rol speelt in hoe je als oudere mens behandeld wordt. In mijn bontjas werd ik door winkeleigenaars vriendelijker behandeld, in de hoop dat ik mijn gouden American Expresskaart zou bovenhalen in hun boetiek. Mensen op straat reageerden ook bezorgder, als ik bijvoorbeeld hulp nodig had om over te steken, of op de bus te stappen. Maar in mijn rol als dakloze vrouw, smeten jongetjes op straat stenen naar mijn hoofd. Ik leerde het meest van mijn personage als grootmoeder uit de middenklasse. Maar ook zij kreeg in winkels vaak te weinig wisselgeld terug, omdat de persoon aan de kassa misbruik maakte van mijn slechte ogen. Die keer dat ik door een straatbende werd overvallen en op de grond voor dood werd achtergelaten. Dat was in New York. Een groepje mannen viel me langs achteren aan en ik werd meermaals in mijn rug gestampt. Ik krulde ineen van de pijn en tot vandaag heb ik aan mijn rug en pols nog altijd last van de verwondingen die ik toen opliep. Ik heb er soms nog altijd nachtmerries over en als ik op straat een jogger achter mij hoor naderen, word ik nog altijd zenuwachtig. Toen ik begin jaren tachtig trouwde en zwanger probeerde te raken, bleek dat de verwondingen aan mijn bekken zo ernstig waren dat mijn lichaam geen kind kon dragen, waardoor ik telkens een miskraam kreeg. Er bestond toen nog geen chirurgische ingreep om mijn kwetsuur te genezen. Dus hebben mijn man en ik nooit kinderen kunnen krijgen. Maar hoe pijnlijk het ook is dat mijn hele toekomstbeeld door die aanval veranderde, toch vond ik de algemene wreedheid en onbehulpzaam die ik toen ervoer als oudere erger dan het feit dat ik kinderloos ben gebleven. Ik leerde dat grote steden verrassend genoeg de beste plekken zijn om oud te worden. Omdat openbaar vervoer en allerlei verzorgingsdiensten er beter uitgebouwd zijn dan in kleinere dorpen. Maar los van stadsvoorzieningen, hadden veel productdesigners in die tijd geen oog voor de noden van ouderen. Ik vind dat design je levenskwaliteit moet verbeteren, ongeacht je leeftijd of noden. Dus als jij als tachtiger je medicatiedoosje niet meer kan opendraaien, omdat je stijve vingers hebt, dan is er niets mis met jou als mens. Dan is dat in mijn ogen een ontwerpfout. Mijn designfirma, Moore & Associates, is gespecialiseerd in het ontwikkelen van producten en diensten, van aardappelschillers tot verzorgingstehuizen, die geschikt zijn voor consumenten van alle leeftijden en met uiteenlopende noden. Mijn eerste project dat wereldwijd bekend werd, waren de Oxo Good Grips. Een set keukengerief die ontworpen is om door elke generatie te gebruiken, met comfortabele rubberen handvatten die veel gebruiksvriendelijker zijn voor oudere handen dan al die mooi ogende, maar ongemakkelijke pureestampers of aardappelmesjes. Elk project waar ik aan begin, vertrekt vanuit de vraag : en wat met mijn grootmoeder ? Wat met mijn grootvader ? Al heb ik tegenwoordig eerder mijn moeder in gedachten als ik ontwerp, zij wordt 87. Ik geef workshops en lezingen aan studenten overal ter wereld, en altijd hamer ik erop dat hun toekomstige klanten misschien mensen zullen zijn die lopen met wieltjes, of kijken met hun vingertoppen, of luisteren met hun ogen, of praten via technologie. Maar een goede designer kan al die uitdagingen aan. Mijn experiment is de geschiedenisboeken ingegaan om aan te tonen hoe empathie designers kan inspireren om betere producten te ontwerpen. Ik ben daar vereerd door, maar alle aandacht eromheen geneert mij ook. Het is voor mij zo vanzelfsprekend om rekening te houden met concrete situaties waarin mensen van allerlei pluimage je product zullen gebruiken. Als je gezondheid verandert en je bepaalde dingen niet meer kunt doen, heeft dat een negatieve impact op je zelfbeeld. Dat heb ik duidelijk gezien bij mijn grootmoeder. Het goede nieuws is : design kan veel ongemakken opvangen. Ik ben daarin een optimist. Het glas is voor mij altijd halfvol. Ik wil het hebben over mishandeling van ouderen, en hoe we daar als designers en maatschappij op moeten reageren. Een zwaar onderwerp, maar belangrijk, want zo gauw oudere mensen slachtoffer worden van geweld of mishandeling, zijn ze geneigd om thuis te blijven en uit hun sociale leven te stappen. Hoe kunnen we diensten en producten creëren die ouderen weer veilig doen voelen ? Ik ben helaas een ervaringsdeskundige op dat vlak, al overkwam het mij toen ik 26 was. DOOR ELKE LAHOUSSE"Ik kreeg in winkels vaak te weinig wisselgeld terug, omdat de persoon aan de kassa misbruik maakte van mijn slechte ogen" "Als je bepaalde dingen niet meer kunt doen, heeft dat een negatieve impact op je zelfbeeld. Het goede nieuws is : design kan veel ongemakken opvangen"