"Ober, waar is de eendenlever ?" Hij was nog jong, de ontevreden klant aan het tafeltje naast het onze. Een lange, magere slungel met te weinig kont in de slobberjeans. Ja, kan ik het helpen dat ik mijn ogen niet in mijn zak heb ? Anderzijds ben ik een regelrecht hazenhart als het op het uiten van culinair malcontentement aankomt. "Heeft het u gesmaakt ? Alles naar wens ?" Aan mij is geen Benny Bax verloren gegaan, er moeten zich al gruwelijke taferelen in mijn bord afspelen voor ik mijn beklag doe. Des te meer bewonder ik mensen die het wel durven en kunn...

"Ober, waar is de eendenlever ?" Hij was nog jong, de ontevreden klant aan het tafeltje naast het onze. Een lange, magere slungel met te weinig kont in de slobberjeans. Ja, kan ik het helpen dat ik mijn ogen niet in mijn zak heb ? Anderzijds ben ik een regelrecht hazenhart als het op het uiten van culinair malcontentement aankomt. "Heeft het u gesmaakt ? Alles naar wens ?" Aan mij is geen Benny Bax verloren gegaan, er moeten zich al gruwelijke taferelen in mijn bord afspelen voor ik mijn beklag doe. Des te meer bewonder ik mensen die het wel durven en kunnen : stijlvol foeteren. Zoals de jongeman die de eendenlever niet vond. Nochtans was die wel aangekondigd : rillettes van eendenbout met eendenlever heette het op het menu. De ober, een schuchtere donkere jongen, vermoedelijk een Tamil, haalde er prompt de zaalverantwoordelijke bij. Nooit hoorde ik bekakter Haags uit een vrouwenmond, dat we ons in Scheveningen bevonden, was geen excuus. Toen ze ons naar ons tafeltje begeleidde, was haar irritante toontje mij al opgevallen. "Zijn we er kláár voor ?" Alsof we sukkelachtige bejaarden waren, die op een beurt met de klisteerspuit getrakteerd zouden worden. Nu boog ze zich nuffig naar de belendende tafel : dat de eendenlever zich vanzelfsprekend ín de rillettes bevond, articuleerde ze zorgvuldig. Waarop de jongeman koppig het hoofd schudde. "Dan had er rillettes van eendenbout én eendenlever moeten staan", legde hij uit. "Mét eendenlever suggereert dat die er apart bij geserveerd wordt." Zelf zou ik er niet opgekomen zijn, maar puur semantisch had hij een punt, natuurlijk. Intussen draaiden steeds meer hoofden zich verlekkerd richting culinair opstootje. De lippen van de blonde persten zich tot een dun streepje. Dat de prijs van het gerecht dan wel iets hoger geweest zou zijn, snibde ze hooghartig. "Au, die zit", dacht ik. Maar de jongeman liet zich niet van zijn stuk brengen. "Dat eendenlever toch een veel te edel product was om in rillettes te verwerken", antwoordde hij bedaard. Om nog te zwijgen van de bezwaren van de Partij voor de Dieren, dacht ik er ongevraagd bij. De blonde beende op hoge poten weg, de tekst van het menu zou aangepast worden, beloofde ze kil. De rest van de maaltijd verliep zonder incidenten, tot de kritische eter de rekening vroeg. Er sprak ongerustheid uit de blik van de ober en terecht. De klant wees : 6,50 euro voor 3/4 liter water. Water dat in de supermarkt 45 cent kostte, preciseerde hij. Was dat niet een beetje overdreven ? Ik leunde zover het fatsoen mij toeliet opzij om het antwoord van de donkere jongen te kunnen horen. "Ik denk dat u daarmee bijdraagt tot mijn loon, meneer." De klant betaalde, zonder verder commentaar. Pelde vervolgens nadrukkelijk een briefje van 10 euro uit zijn portefeuille. Met die kont in zijn jeans zal het ook nog wel in orde komen, vermoed ik, als hij maar genoeg eendenlever eet. Linda Asselbergs