"Hebt ge een vriend?" Een doorsneevraag, uit de grabbelbak van "Mooi weer hé?" en "Wat doe jij voor werk?" Het meisje schudde van nee. Ze staarde door haar drankje naar de grond. Haar gesprekspartner schraapte de keel en keek naar boven, in de hoop dat daar een andere vraag zou verschijnen. En ik stond erbij. Maar ik had geen zin om er gewoon naar te kijken. Dus mengde ik me. "Hoezo, heb jij geen énkele vriend?" Beide dames keken me verstoord aan. "Dat bedoelde ik niet, ik vroeg of...", repliceerde de vraagsteller. Maar het meisje - dat volgens de sticker op haar borst Ellen heette, of Ellens sticker gestolen had - keek me recht a...

"Hebt ge een vriend?" Een doorsneevraag, uit de grabbelbak van "Mooi weer hé?" en "Wat doe jij voor werk?" Het meisje schudde van nee. Ze staarde door haar drankje naar de grond. Haar gesprekspartner schraapte de keel en keek naar boven, in de hoop dat daar een andere vraag zou verschijnen. En ik stond erbij. Maar ik had geen zin om er gewoon naar te kijken. Dus mengde ik me. "Hoezo, heb jij geen énkele vriend?" Beide dames keken me verstoord aan. "Dat bedoelde ik niet, ik vroeg of...", repliceerde de vraagsteller. Maar het meisje - dat volgens de sticker op haar borst Ellen heette, of Ellens sticker gestolen had - keek me recht aan : "Jawel, van de Chiro, en de volleybal. En mijn beste vriendin natuurlijk. Die is zwanger." "Wat maakt jouw beste vriendin zo leuk?" Het meisje begon een verhaal over de lagere school, en voor de koffiepauze om was, wist ik veel over Ellens beste vriendin, en dus ook heel wat over haar. Ik blijf het bizar vinden, die obsessie met liefjes. Onderzoek maar eens series, boeken, films en liedjes. Of gesprekken op de bus. Turf in Twittergesprekken, kantoorroddels en conversaties op café de gespreksonderwerpen. Breng dromen, biechtgeheimen en loslippigheden in kaart. Exploreer desnoods je dagboek of je internetgeschiedenis. Er valt niet aan te ontsnappen. Het is de liefde, die we niet kunnen verzwijgen. Ze ligt op het puntje van onze tong, én op de maag. Niets schijnt ons meer te beroeren. Romantisch of allesbehalve platonisch, begeerd worden en wanhopig geobsedeerd zijn door die éne. Zelfs de kleinste kleutertjes hebben een themaweek over Valentijn, die andere goedheilig man die chocolade en speeltjes brengt, als je braaf of net stout genoeg bent geweest. Liefde is overal. Of tenminste : één soort liefde. De lust- of liefdesrelatie. De heilige graal van de verbintenissen. Een maatstaf van menselijk succes. Wie geen geliefde heeft, is verdacht of op zijn best onaf. Er zijn banden die ik minstens even belangrijk vind. Het is prachtig dat iemand in mij de parel aan de mensenkroon herkent, maar een echte diamant word ik pas in interactie met anderen. Elke persoon die ik dichtbij laat komen, slijpt een ander facet. Mijn vriendschappen transformeren mij misschien ooit tot een schitterende edelsteen. De éne scherpt mijn filosofisch inzicht, de andere laat me juist van de aardse geneugten proeven, en met mijn middelbareschoolvriend deel ik een voor anderen onbegrijpelijke passie. Er is die persoon die mijn duisternis begrijpt, omdat we hetzelfde moesten trotseren. Of hij, met wie ik al zoveel jaren deelde, dat hij me zonder woorden begrijpt. En zij is een soms wrange spiegel, die me in vraag stelt en zo nu en dan antwoorden fluistert. Ik hoor ze elke dag, of zelden. In groep, of onder ons. De ene brengt rust, de andere avontuur. Elke intieme uitwisseling polijst me. Het zijn speleologen van mijn ondoorgrondelijkheid. Wat doen ze me fonkelen, hoezeer geniet ik ervan hén te zien stralen. En wat bewonder ik ze. Ze leren me iets. Over de wereld, over mezelf of over hen. En ze helpen me om mezelf graag te zien. En dat lijkt me het begin van alles. KATRIJN VAN BOUWEL Wie geen geliefde heeft, is verdacht of op zijn best onaf