Een gezellig bijverschijnsel van de klimaatverandering, naast de bosbranden in Californië, is dat je nu het hele jaar door muggen bezocht kan worden. Vannacht nog zat ik er een achterna in de slaapkamer. Ik haalde uit met het eerste boek dat ik te pakken kreeg, toevallig Dochter van Lenny Peeters. De mug zag kans op te veren, met een gezoem waarvan je zou zweren dat het verontwaardigd was. Ik sloeg opnieuw, raak ditmaal. Het gezoem hield op. Het bewees eens te meer dat je met gevoelens van gekrenktheid niet veel opschiet.

Zoals de meeste mensen houd ik meer van giraffes en olifanten dan van culicidae, zoals steekmuggen wetenschappelijk genoemd worden. Toch voelde ik iets van deernis bij het verhakkelde lijfje dat tussen de ogen van de hamster kleefde op de cover van Dochter. Even tevoren zat het vol leven. Ik had iets stukgemaakt dat geen mens ter wereld nog kon repareren. Is het niet indrukwekkend dat zo'n onooglijk organisme behept kan zijn met verlangens, al is het maar om in het donker in je aders te woelen? Ik las ergens dat muggen nooit verder dan honderd meter afdwalen van de plek waar ze zijn geboren. Je zou haast denken dat ze heimwee naar een plas vies water in een autoband kunnen voelen.

Ik had iets stukgemaakt dat geen mens ter wereld nog kon repareren

Ergens ben ik in het vijfde leerjaar blijven hangen, dol als ik ben op vraagstukken waarin de regel van drie toegepast wordt. 'Een mug weegt ongeveer 10 mg', lees ik bij Frank Deboosere, die ook nog een beetje op de lagere school zit. Een snelle berekening leert mij dat ik een slordige 8.200.000 muggen zwaar ben. De Eiffeltoren schijnt 10.000 ton te wegen. Vanuit het standpunt van de mug bekeken, heb ik het plompe gewicht van 67 Eiffeltorens. Je moet sterk in je schoenen staan als er zoiets achter je aan zit.

Muggen zijn ongedecoreerde helden. Elke nacht gedragen ze zich dapperder dan soldaten uit de Groote Oorlog. Gesterkt door die gedachte waag ik mij naar buiten, in een wereld die soms ook heldenmoed van mij vraagt. Hoe meer ik opschiet in het leven, hoe minder ik van de mensen lijk te begrijpen. Advies aan anderen durf ik allang niet meer te geven. Niet over hartstochten, daarvoor heb je Rika Ponnet en Ovidius. Voor beleggingen is er Paul D'Hoore of de Beursduivel.

Een enkele keer heb ik wel een financiële tip die mensen wat tijd kan besparen. Bijvoorbeeld als het aankomt op internetbankieren. Misschien bezit u ook verschillende 'bakjes', zoals kaartlezers in de volksmond genoemd worden. Jarenlang zocht ik per bank het bijbehorende bakje, dat zich natuurlijk juist altijd onder een hoop rommel schuilhield. Toen verklapte iemand mij dat bakjes één pot nat zijn. Je kunt met andere woorden met het bakje van Argenta bij Axa bankieren, met dat van Axa bij BNP Paribas Fortis en met dat van BNP Paribas Fortis bij een bank die een nog stommere naam draagt. Dat was een aha-ervaring. Het zou zoveel makkelijker zijn als alles in het leven inwisselbaar was, en we niet altijd de neiging hadden om mensen en dingen uniek te vinden.

Op letterkundig vlak, overigens, durf ik wel nog Dochter van Lenny Peeters aan te raden. De kans bestaat dat u dat een uniek debuut vindt.

jean-paul.mulders@knack.be