Hoe weet je dat de crisis straks voorbij is ? Gewoon omdat er een nieuw decennium aanbreekt en periodes altijd per tien jaar worden gerekend. Hebben we het niet over de thirties, forties en fifties ? Zo simpel zit dat. Maar hoe gaan we het volgende tijdperk noemen ? After ten misschien, want iets als tenties is onuitspreekbaar en incorrect. We kunnen er ooit een leuke titel voor bedenken als de Dolle Jaren, zoals de jaren twintig van de vorige eeuw. Misschien worden ze wel 'dol', want hebben we niet een beetje genoeg van al die sérieux ? Omdat we ons de komende jar...

Hoe weet je dat de crisis straks voorbij is ? Gewoon omdat er een nieuw decennium aanbreekt en periodes altijd per tien jaar worden gerekend. Hebben we het niet over de thirties, forties en fifties ? Zo simpel zit dat. Maar hoe gaan we het volgende tijdperk noemen ? After ten misschien, want iets als tenties is onuitspreekbaar en incorrect. We kunnen er ooit een leuke titel voor bedenken als de Dolle Jaren, zoals de jaren twintig van de vorige eeuw. Misschien worden ze wel 'dol', want hebben we niet een beetje genoeg van al die sérieux ? Omdat we ons de komende jaren alleen al om ecologische redenen gedeisd moeten houden, mag er best wat frivoliteit bij. De eerste jaren van een eeuw worden zelden voor vol aangezien, ze zijn slechts een aanloop tot de jaren tien. Soms begint een nieuw tijdperk wat vroeger, de hippiecultuur van de seventies begon al eind sixties. Het gaat om meer dan cijfertjes, want we voelen al een tijdje dat er iets nieuws op komst is. Misschien wordt de komende periode net zo gevarieerd als de jaren twintig, toen zowel het dadaïsme en futurisme als het surrealisme avant-garde waren. Straks zijn er ook meer modeontwerpers, designers en architecten uit andere culturen, die minder opkijken naar Palladio en Le Corbusier en van de eigen tradities houden. Waarschijnlijk wordt de nostalgie naar het recente verleden nog groter. Terwijl de muziek de jaren tachtig en negentig herkauwt, verpatsen designantiquairs vintage meubelen van amper een kwarteeuw oud. After ten wordt vrijer en afwisselend. De minimalistische interieurs en architectuur van de jaren negentig zullen er opeens oud en te netjes uitzien. Toen trachtten sommige architecten en ingenieurs ons een strenge eenheidsstijl op te dringen. Sommigen volharden daar ook nu nog in. Net als de ouwe Adolf Loos vinden ze versiering een verspilling en zelfs een misdaad. Oubollig, niet ? Laat gebouwen en meubilair op ornamenten lijken, versier naar hartenlust en toon ons gerust wat kitsch. Ik durf de terugkeer voorspellen van de decorateur en de selfmade man. Oké, Ado Chale (p. 82) is een kunstenaar op jaren, maar zijn tafels worden weer wereldwijd hip bevonden. Benoît Vliegen (p. 56) smukt zijn flat op met trouvailles en kleur. Is zijn interieur dan klassiek of hedendaags ? Het is net zo eigentijds als een clean designinterieur. Het is een mythe dat een interieur pas contemporain is vol nieuw design. Misschien genieten we straks van een huis met een minimalistische bibliotheek en een pluchen slaapkamer. Laat me "leve de autodidact !" roepen, de ontwerper-zonder-scholing die knutselend uitvindt. Zoals Christophe Gevers die op Classica een plaatsje krijgt (p. 51). Zijn authenticiteit wordt straks nog meer gewaardeerd. De volgende Gevers komt uit een ontwikkelingsland en ligt niet wakker van Loos of Corbu. Laten we ook zelf meer de handen uit de mouwen steken. Bricoleurs worden daarbij nu ook geholpen door nieuwe technieken, vertelt Leen Creve in dit nummer (p. 30). Zo worden interieurs weer persoonlijker en minder 'showroom'. Crisis of niet, we staan voor een nieuw tijdperk waarvan je de creatieve wortels in dit nummer ontdekt. Best spannend ! piet.swimberghe@knack.be Piet Swimberghe, redacteur Wonen