Twee jaar geleden reisden journaliste Annemie Struyf en fotografe Lieve Blancquaert naar Kenia om een boek te maken over aids. Ze kwamen niet alleen thuis met een schokkend verhaal en een reeks schitterende fo-to's, maar ook met een adoptiedochtertje : Hope. Haar moeder was kort na de bevalling gestorven en het kind was daarna totaal aan haar lot overgelaten. Tot de seropositieve Achieng de verzwakte baby vond, op sterven na dood. Zonder aarzelen nam ze het kind onder haar hoede en redde zo haar leven. Maar Achiengs gezondheid ging zienderogen achteruit. En dus vroeg ze Annemie om Hope te adopteren en haar zo een nieuwe toekomst te geven in België. De vier kinderen van Annemie waren dolgelukkig met hun nieuwe zusje. Van vondeling tot troetelkind : Hopes lot is verweven in het dagboekverhaal Mijn status is positief. "De tv-serie is niet de verfilming van het boek", zegt Annemie. " De moeder van mijn dochter begint precies waar het boek eindigt."
...

Twee jaar geleden reisden journaliste Annemie Struyf en fotografe Lieve Blancquaert naar Kenia om een boek te maken over aids. Ze kwamen niet alleen thuis met een schokkend verhaal en een reeks schitterende fo-to's, maar ook met een adoptiedochtertje : Hope. Haar moeder was kort na de bevalling gestorven en het kind was daarna totaal aan haar lot overgelaten. Tot de seropositieve Achieng de verzwakte baby vond, op sterven na dood. Zonder aarzelen nam ze het kind onder haar hoede en redde zo haar leven. Maar Achiengs gezondheid ging zienderogen achteruit. En dus vroeg ze Annemie om Hope te adopteren en haar zo een nieuwe toekomst te geven in België. De vier kinderen van Annemie waren dolgelukkig met hun nieuwe zusje. Van vondeling tot troetelkind : Hopes lot is verweven in het dagboekverhaal Mijn status is positief. "De tv-serie is niet de verfilming van het boek", zegt Annemie. " De moeder van mijn dochter begint precies waar het boek eindigt." Annemie Struyf : Hope is nu tweeënhalf jaar. Vroeg of laat zal ze zich vragen beginnen stellen over haar afkomst. Wie was mijn biologische moeder ? Wat voor een vrouw was zij ? Waar en wanneer ben ik geboren ? Wie was mijn vader ? Waarom heeft niemand voor mij gezorgd ? Als ik Hopes geschiedenis wou achterhalen, moest ik zelf teruggaan naar Kenia. En liefst zo snel mogelijk, want binnen vijftien jaar zouden al de sleutelfiguren uit haar leven gestorven zijn aan aids. Maar er was ook een grotere, meer omvattende vraag die mij dreef : "Wat was er van Hope geworden als zij als weeskind onbeschermd in Afrika was achter- gebleven."Precies dàt ben ik gaan uitzoeken. Het was een echte speurtocht, zonder scenario. Zeer spannend en risicovol, maar uiteindelijk heb ik ontzettend veel gevonden. Uit getuigenissen komt Salomé tevoorschijn als warme, sympathieke vrouw die heel veel miserie heeft gekend. Ik heb nu echt het gevoel dat ik haar ken en voel me verwant met haar. Ook voor Hope is het belangrijk dat ze weet wie haar moeder was. Soms vind ik het jammer dat ik Salomé nooit heb kunnen vertellen dat het uiteindelijk allemaal goed gekomen is met haar laatste dochter. Want au fond wenst elke moeder toch het allerbeste voor haar kinderen. Door een gelukkig toeval heb ik ook Dorina gevonden, de plaatselijke vroedvrouw die Hope op de wereld heeft geholpen. Een fantastische vrouw van rond de zeventig jaar. Toen ik haar vroeg of er haar bevallingen waren bijgebleven uit haar lange carrière, begon ze spontaan te vertellen over de geboorte van Hope en de kritieke toestand van Salomé. In een oud boekje vond ze zelfs nog de geboortedatum van Hope. Dorina stond er trouwens op dat we die dag bij haar bleven om een bevalling te filmen. In een piepklein hutje, tussen de kippen, zonder ziekenwagen of medisch materiaal in de buurt : in zulke omstandigheden is een kind baren een kwestie van leven of dood. Gelukkig overleefde de moeder de geboorte. Ze noemde haar dochter zelfs Annemieke. Het was een schatje ( lacht). Ja, al had ik het daar persoonlijk erg moeilijk mee. Tijdens de opnames stelde ik de confrontatie met hem steeds uit. De dag van de ontmoeting was ik misselijk van de stress. Ik had een dubbel gevoel : hij had zijn kind achtergelaten, maar toch moest ik hem voortdurend paaien. Hij was mijn enige kans om Hopes broers of zusjes, grootmoeder of grootvader te vinden. Diep in mijn hart vind ik hem geen onmens, maar een zwakke man. Ik heb hem gevraagd waarom hij niets concreets gedaan had om Hope te redden. "It's Gods plan", was zijn stereotiepe antwoord. Ach, hij is geen uitzondering : Afrikaanse mannen zorgen doorgaans niet voor hun kroost. In Afrika word je een weeskind als je moeder sterft. Daarom vond ik het voor Hope ook belangrijker een beeld van haar moeder te scheppen dan van haar vader. Ik ben hem dankbaar omdat hij me heeft geleid naar een aantal sleutelfiguren. Maar gevoelens van sympathie of verwantschap zal ik nooit voor hem hebben. Aan Hopes broertjes en zusjes en aan vele andere weeskinderen heb ik heel duidelijk gezien welk donker lot haar te wachten stond : ontbering, prostitutie, verkrachting en hiv. Hope was een koekoeksjong, door haar bloedeigen vader kansloos achtergelaten op straat. Niet eens in de buurt van een school of weeshuis. Zonder Achieng en mij was ze één van de 13 miljoen aidswezen in Afrika geworden. Eigenlijk is Hope mijn persoonlijke aanleiding om het grotere verhaal van deze weeskinderen te vertellen. Toen Lieve Blancquaert en ik in Afghanistan waren voor het boek Insjallah, mevrouw, dacht ik dat we het vrouwonvriendelijkste land ter wereld gezien hadden. Maar Afrikaanse vrouwen stellen het niet zoveel beter. Cultuur, tradities en onderontwikkeling drukken hen in een uiterst kwetsbare positie. Toch zijn het meestal de vrouwen die voor de kinderen zorgen, op het veld werken en eten op de plank brengen, terwijl de mannen vaak in de schaduw zitten te keuvelen. Haast elke zwarte vrouw is me komen vragen of ik haar niet aan een blanke man kon uithuwelijken. Zij weten maar al te goed dat gelijkheid tussen mannen en vrouwen en respect voor vrouwen in Europa belangrijke waarden zijn. Een condoom dragen vinden de meesten onmannelijk en vooral taboe. Polygamie is ook heel erg wijd verspreid, dus mannen hebben veel partners met wie ze onbeschermd vrijen. Bovendien zijn er ontelbare rituelen, overtuigingen en tradities die het hiv-virus razendsnel helpen verspreiden. Het maakt er de aidspreventie niet gemakkelijker op. Hiv heeft complete stammen ontwricht. Het beeld van de grote Afrikaanse familie die goed voor elkaar zorgt, is een mythe. Er zijn steeds minder volwassenen om kinderen te beschermen of normen en waarden door te geven. Hele generaties twintigers, dertigers en veertigers, die de economie draaiende moeten houden, sterven gewoon uit. Wij waren op bezoek in een huis waar een meisje van elf zorgde voor twee broertjes van zes en vijf jaar. Die drie weeskinderen waren 'vadertje en moedertje' aan het spelen, maar dan in het echt. Een intriest beeld dat ik nooit zal vergeten. Tegelijk slaat bij mij dan de schrik toe, want die kinderen zijn vogels voor de kat. Verscheidene Afrikaanse artsen hebben me bevestigd dat negentig procent van de Afrikaanse meisjes wordt verkracht voor hun twintigste. Seks met een jonge maagd of zelfs met een klein kind geldt bij velen nog steeds als een manier om van het virus af te raken. Ook dat is een verhaal dat ik wil vertellen, want in het Westen worden zulke gruwelijke overtuigingen vaak doodgezwegen. Met ontwikkelingssamenwerking willen we Afrika vooruithelpen. Dat is heel nobel, maar er zijn veel gapende wonden waar geen vinger op wordt gelegd. Multicultureel is nu het toverwoord : culturen moeten naar elkaar toegroeien en begrip voor elkaar opbrengen. Maar ik vrees dat de kloof vaak onoverbrugbaar is. Op Hopes adoptie kreeg ik wel eens de reactie : denk je zo de problemen in Afrika op te lossen ? Die pretentie heb ik niet, maar Hopes leven is tenminste toch gered. Het neemt alleszins vreemde wendingen aan, zowel voor Hope als voor mij. Soms zou ik wensen dat er een grote macht was die het beste met ons voorhad, en dat alle miserie uiteindelijk op een bepaalde manier zin heeft. Maar als er zo'n masterplan is, waarom werkt het dan alleen in Europa ? Sinds ik in Afrika zoveel jonge mensen heb zien sterven, besef ik dat het lot me erg gunstig gezind is. Als ik nu doodga, heb ik in verhouding tot de wereldbevolking lang en fantastisch geleefd. Maar begrijp me niet verkeerd : het liefst zou ik oud worden en nog lang de energie overhouden voor nieuwe boek- en televisieprojecten. Zeker en vast. Ik heb me heel kwetsbaar opgesteld en ik ben zeer diep gegaan, als moeder én journaliste. Bij de opnames moest ik voortdurend balanceren tussen die twee rollen. Ik voel dat ik op een grens gestoten ben : persoonlijker kan en wil ik niet meer gaan. Ach, ik ben geen missionaris ( lacht). De televisiereeks en mijn boeken wil ik vooral zo toegankelijk mogelijk houden. Ik wil authentieke verhalen vertellen over gewone mensen, die iedereen aanspreken. De moeder van mijn dochter is zeker niet alleen kommer en kwel. Het is een mix van ontroerende, leuke, schokkende en aangrijpende momenten. Daarom ben ik ook blij dat de reeks op Eén wordt uitgezonden. In primetime dan nog, en niet op Canvas ergens rond middernacht. De zoektocht heb ik uiteindelijk voor haar gedaan. Ik hoop dat zij ooit blij zal zijn dat ik haar roots heb achterhaald. Er zijn een paar heel mooie ontmoetingen geweest met mensen die binnen afzienbare tijd zullen sterven. Al het beeldmateriaal gaat nu in een grote doos. Maar op het moment dat Hope naar haar afkomst vraagt, zal ik haar voorzichtig eerst het boek laten lezen en dan de reportages laten zien. Al weet ik natuurlijk niet hoe zij erop zal reageren. Ik heb er alles in gestoken wat ik kon. Beter kon ik het niet. Het gevaar is natuurlijk dat ik kritiek iets persoonlijker zal nemen dan anders. Maar eigenlijk ben ik gerust : het is nu eenmaal een verhaal dat verteld moest worden. En zelfs al kraakt iedereen de reeks af, dan nog ben ik in het reine met mezelf en met Hope. Want het gaat tenslotte niet alleen over haar, maar vooral over al die andere weeskinderen die niemand ziet. Thijs Demeulemeester