door Griet Schrauwen / Foto Wim Beddegenoodts
...

door Griet Schrauwen / Foto Wim BeddegenoodtsSchrijverIk ging voor één jaar naar Parijs, bijna vijf jaar later woon ik er nog. Eindelijk verlost van de ontstoken teen van Balkenende die drie weken lang voorpaginanieuws was. Maar dat doet elk land : als het wat te ingewikkeld wordt, plooit het zich terug op zichzelf en de kleine dingen. Parijs heeft iets koortsachtigs. Iedereen werkt, ik dus ook. Hardwerkende mensen zeggen graag dat ze hun eigen luiheid bevechten. Maar hard en regelmatig werken houdt ook je geest scherp en je eigen krankzinnigheid buiten de deur. Twee goede redenen, vind ik. Ik ben net terug van twee maanden in zuidelijk Afrika, waar we materiaal verzamelden voor zeven documentaires die de VPRO vanaf februari uitzendt. Als je kijkt naar die verre volkeren, kijk je tegelijkertijd naar jezelf. Hoe verwerk je een oorlog ? Zuid-Afrika, Namibië en Mozambique : drie scena-rio's die veel vertellen over hoe wij met ons verleden in Europa zijn omgegaan. Nu werk ik als een haas een essaybundel afdie in het najaar uitkomt. Leeftocht. Veertig jaar onderweg. Verhalen met een strekking, dingen die ik mezelf uitleg in brieven en dagboekaantekeningen. Over engagement, over het veranderende Europa. In mijn familie ben ik het roze varkentje. Mijn moeder trouwde met een Indonesiër, met wie ze drie mooie bruine dochters kreeg. Hij werd in de oorlog onthoofd. Nadat ze met haar dochters in een jappenkamp had gezeten, kwam ze terug naar Nederland. Ze had al een andere man leren kennen, en daar ben ik uit ontstaan. Mijn vader had Italiaans bloed, zei hij. In werkelijkheid was zijn overgrootvader met een inlandse vrouw getrouwd. Ik groeide op met die halfzussen en ouders met oorlogservaringen in een huis vol repatrianten. Allemaal mensen uit een andere wereld. Ik kreeg altijd te horen dat ik daar buiten stond, omdat ik van na de oorlog ben en hun land niet kende. Al heel jong vond ik een eigen continent. Ik heb foto's van een verkleedpartij toen ik tien jaar oud was. Ik ging er als neger naartoe, met een masker op een rieten rokje aan. Ik wilde zwart zijn. Ik vond dat mooier. En dat vind ik nog steeds. Amper negen procent van de wereld is wit. Maar die negen procent doet alsof de hele wereld wit dénkt. Dat is afgelopen. De blanken zullen zich schikken in nieuwe verhoudingen. Ik ben daar geen seconde bang voor, en ik wil me niet scharen achter de mensen met radicale plannen die haat zaaien. Tegelijk begrijp ik ook heel goed waarom die zoveel aanhang hebben. Het is makkelijk om een liberaal standpunt in te nemen in mijn mooie flat in een fraaie wijk, waar elke dag het vuilnis wordt opgehaald, ook op zondag. Als je arm woont, word je als eerste geconfronteerd met nieuwkomers en illegalen. De nieuwkomers zo goed mogelijk opleiden, is het enige wat we als samenleving kunnen doen. Ze zoveel mogelijk in het gesprek betrekken, ook al moet je soms op je onderlip bijten van woede, want er zitten absolute klootzakken en achterlijke idioten tussen. Ze zijn er. Wat moet je doen ? Deporteren ? Er zit niks anders op dan er met zijn allen doorheen te gaan. Het is leuk om ouder te worden. Je kiest voor dingen die je werkelijk wil doen en je laat de andere dingen varen. Als je jonger bent heb je hormonen die maken dat je eindeloos achter je pik aanrent. Dat doe ik natuurlijk nog, maar minder. Toen ik kinderverlamming had, kregen de katholieke kinderen in het ziekenhuis na het avondgebed nog een schuimpje. Ik niet, want ik was niet katholiek, maar de zusters hebben me ontzettend verwend. Het waren de mooiste momenten van mijn leven. Het was er beter dan thuis. Toen mijn vader leefde, was het raar bij ons. Hij was zeer getraumatiseerd. Zes keer per jaar werd het behang vervangen want er droop menig soepkom en de inhoud van etensborden van af. Nou, dat betekende ook dat we geregeld nieuwe borden kregen. Ik dacht dat álle jonge mensen ongelukkig waren. Ik was het alleszins. Tijdens mijn middelbare school stond ik om vijf uur op om huiswerk te maken. Ik werkte keihard en haalde amper vijven en zessen. Ik was gewoon dom. Pas aan de universiteit vond ik mijn weg en werd ik goed. Mijn vader stierf toen hij 41 was. Van vaders kant werd niemand ouder dan vijftig. Mijn moeder is niet dood te krijgen. Ze is 97 en helderder van geest dan ik. Aan moeders kant worden ze stokoud : ik had boerentantes van 103. Ik ben twintig jaar in therapie geweest. Acht jaar daarvan psychoanalyse, vier keer per week. Ik kan het iedereen aanbevelen. Veel mensen vrezen dat ze daardoor hun creativiteit verliezen. Dat is niet zo. Je blijft even gek, maar je haalt de boomstammen uit de rivier waardoor alles weer vrij kan stromen. En het is zoals iedere kapitein weet : een schip moet maar een paar graden van koers veranderen en je komt in een andere haven. Door Griet Schrauwen / Foto Wim Beddegenoodts Adriaan van Dis (60) op het literair festival ZuiderZinnen, 16 september 2007. www.zuiderzinnen.com