Deze schilderijtjes zijn zeker sinds 1930 in onze familie, weet u er iets meer over?
...

Deze schilderijtjes zijn zeker sinds 1930 in onze familie, weet u er iets meer over?Ze zouden best een kleine honderd jaar ouder kunnen zijn dan 1930. Het zijn achterglasschilderingen, ook wel églomisés genoemd, een term die eigenlijk verkeerd wordt gebruikt. Dat verklaren we straks. De techniek bestaat al zeer lang, want ze werd reeds toegepast in de Oudheid. In de Middeleeuwen duikt ze eerst op in Duitsland en wordt in de Renaissance, de 15de eeuw, gebruikt in de streek van Venetië. Vanaf de 17de eeuw dringt het procédé door in de volkskunst. Behalve schilderijtjes werden ook flessen en glazen wijzerplaten van klokken beschilderd. Een achterglasschildering wordt op de achterkant aangebracht. De schilder gaat net omgekeerd te werk als bij een gewoon schilderij. Hij begint met de details en eindigt met de achtergrond. Daarvoor maakt hij gebruik van een onderliggende tekening, meestal een gravure. Het schilderen zelf was een serieproductie, waarbij verschillende handen telkens een apart detail verzorgden. De schildering gebeurde met waterverf en een zeldzame keer ook met olieverf. Vooral de details zijn van waterverf en de fond van een beschermende laag olieverf. Op basis van deze techniek ontwikkelde in de 18de eeuw de schilder en vergulder J.B. Glomi (gestorven in 1786) een eigen decoratie waarbij hij een zwarte achtergrond combineerde met bladgoud. Hiermee versierde hij glasplaatjes die onder meer werden gebruikt om lijsten van spiegels en koffertjes te bekleden. Zijn naam werd later verbonden aan heel de achterglasschilderkunst. Ten onrechte, menen de specialisten ter zake die een duidelijk onderscheid maken tussen een églomisé en een achterglasschildering. Deze techniek werd niet overal in Europa toegepast. Vanaf de 18de en 19de eeuw situeren de belangrijkste centra zich in Centraal-Europa, voornamelijk in de omgeving van glasblazerijen. De belangrijkste ateliers treffen we aan in Beieren, het Zwarte Woud, de Elzas en Lotharingen. De meeste schilderijen - zoals ook deze twee - komen uit het Zwarte Woud, waar er ook een belangrijke productie was van horloges. Aanvankelijk schilderde de achterglasschilder daarvoor vooral wijzerplaten. Centrale figuur in deze productie was ene Lorenz Winterhalder die in Rötenbach uurwerken verkocht. Hij liet ook dergelijke achterglasschilderingen maken die zo'n succes hadden, dat hij de horlogehandel vaarwel zei om zich volledig te wijden aan de schilderijenhandel. Zijn vier zonen volgden hem daarin op, twee van hen vestigden zich in het buitenland: één in Rusland en de andere in Frankrijk. De schilderijen van Rötenbach werden al snel stereotiep van compositie. Vooral heiligen werden uitgebeeld, om als ex-voto of als religieus souvenir te worden verkocht in bedevaartoorden. Maar er waren ook, zij het in mindere mate, afbeeldingen van vorsten en elegante dames. Typisch voor de achterglasschilderingen van het Zwarte Woud zijn de eenvoudige composities, de zwarte fond en het gebruik van voornamelijk rood en blauw. Maar het is lang niet altijd makkelijk om uit te maken of gelijkaardige schilderijen niet in de Elzas of Lotharingen werden gemaakt door Duitse inwijkelingen. We merken nog op dat de productie in de eerste helft van de 19de eeuw zeer hoog lag. Een getalenteerde groep schilders kon dagelijks honderd glasplaten beschilderen. In totaal werden vele honderdduizenden achterglasschilderingen vervaardigd die zelfs naar de Verenigde Staten werden uitgevoerd. Beide schilderijtjes werden tussen 1825 en 1850 gemaakt. Jammer genoeg werd de originele lijst vervangen. De oude lijsten zijn doorgaans nauwelijks geprofileerd en van vurenhout waarop een laag zwarte lak is aangebracht. Daarop zijn ook bloemen geschilderd. Dergelijke achterglasschilderingen worden al lang verzameld. Ook nu nog bestaat er een grote belangstelling voor, maar ze zijn wel vrij zeldzaam geworden. De waarde schommelt, afhankelijk van de voorstelling. Bijzondere heiligen zijn zeldzamer dan Christus en Maria. We schatten de waarde van deze exemplaren, per stuk, op 15.000 fr. Speciale onderwerpen zijn meer waard. Piet Swimberghe