Is blauw echt een vermoeiende kleur ? Is wit altijd koel en saai ? En kan je helder rood beter vermijden in de keuken ? Wij legden deze vragen voor aan specialisten : imago- en kleurenconsulente Federica Derie, restauratrice Angèle Boddaert-Devletian, interieurarchitect Marc Lauwers en modeontwerpster Kaat Tilley. Ieder van hen heeft dagelijks te maken met kleur en dat bleek al van bij het begin van het gesprek, want nog voor we aan de stellingen toekwamen, werden enkele basisprincipes aangekaart.
...

Is blauw echt een vermoeiende kleur ? Is wit altijd koel en saai ? En kan je helder rood beter vermijden in de keuken ? Wij legden deze vragen voor aan specialisten : imago- en kleurenconsulente Federica Derie, restauratrice Angèle Boddaert-Devletian, interieurarchitect Marc Lauwers en modeontwerpster Kaat Tilley. Ieder van hen heeft dagelijks te maken met kleur en dat bleek al van bij het begin van het gesprek, want nog voor we aan de stellingen toekwamen, werden enkele basisprincipes aangekaart. "Kleur is een complex gegeven", zegt Federica Derie, meteen implicerend dat het té simplistisch is om het thema in zeven stellingen te vatten. Tegelijk brengt ze kleur terug tot zijn essentie : "Het is in feite niets anders dan licht, en licht is de meest waarneembare vorm van energie. Kleuren zijn vibraties. Vandaar dat ze, zelfs zonder dat we het beseffen, een enorme impact hebben op mensen."Het kan dus niet anders dan dat onze beleving van kleur beïnvloedt wordt door het licht : 's ochtends vroeg of 's avonds laat, daglicht of kunstlicht, zonneschijn of een bewolkte hemel... De omstandigheden bepalen de intensiteit van een kleur. "De instroom van daglicht hangt samen met de oriëntatie van een huis, maar ook met het klimaat", zegt Marc Lauwers. "Zonnige tinten moet men vermijden in meer noordelijk gelegen gebieden omdat ze daar net een omgekeerd effect hebben. Ze zullen er eerder koel aandoen. Zonnige kleuren horen nu eenmaal thuis in een zonnig klimaat." En : er is niet zomaar één geel of oranje of paars,... Er zijn tientallen nuances en ondertonen, die je onmogelijk op een hoopje kan gooien. Redenen genoeg om deze halve en hele waarheden van naderbij te bekijken.Federica Derie : Lichte kleuren weerkaatsen het licht beter, waardoor in een interieur een gevoel van ruimte ontstaat. Donkere kleuren absorberen het licht. Een donker plafond - heel modern : in zwart bijvoorbeeld - geeft al snel het gevoel dat het op je afkomt. Angèle Boddaert-Devletian : Dat hangt af van de oriëntatie. Een kamer die geen mooi licht krijgt, wordt niet per se aangenamer of leefbaarder door lichte tinten te gebruiken. Vaak zijn dat ruimtes die noorderlicht vangen. Zachte kleuren met een koele ondertoon kan je dan beter vermijden. Ze zullen dat koude licht alleen maar accentueren. In dergelijke ruimtes kan je de wanden beter een diepe en warme kleur geven. Kaat Tilley : Niet noodzakelijk. Alles hangt af van de lichtinval. In sommige situaties zijn het net de warme tinten - roze, oranje en rood ; tinten die met elkaar communiceren -, die echte ruimtelijkheid creëren. Federica Derie : Het zuivere, wat blauwige wit is inderdaad koel. Maar van zodra je er een toets geel aan toevoegt, krijg je een warmer, gebroken wit. Crème, bijvoorbeeld, of eierschaalwit. Die zou ik voor het interieur veel sneller aanraden dan de koelere witten. Die laatste hebben een kouder, sterieler effect. Vandaar dat koel wit meteen aan ziekenhuizen doet denken. Of een kleur positief en negatief ervaren wordt, hangt heel erg van de persoon af. De beleving is altijd subjectief. Positief gaan mensen wit verwoorden als futuristisch en fris, schoon en puur. Angèle Boddaert-Devletian : Wit kan prachtig zijn. Alleen wordt het te pas en te onpas gebruikt. Als je uitsluitend wit gebruikt en het licht erg koel is, kan de ruimte onherbergzaam worden. Wat wordt onderschat, is het effect van kunstlicht, meer bepaald van neonlampen : dergelijk licht geeft wit een triestige aanschijn. Stel je een kamer voor die zielloos strak is, met lage, effen plafonds, effen deuren en te strak gepleisterde wanden. In zo'n ruimte kan het licht niet weerkaatsen en krijg je nergens een schaduwwerking. En dat laatste is erg belangrijk. Moulures aan het plafond, bijvoorbeeld, zorgen voor een schaduwspel dat het wit reliëf geeft en verlevendigt. Kaat Tilley : Het wit-wit, recht uit het potje, vind ik een enorm harde tint. Zelf gebruik ik eigenlijk nooit een kleur recht uit een potje. Het is misschien 'schilderkunstig', maar ik meng altijd : grijswit, beigewit... Als je een vlakke muur wit verft, krijg je natuurlijk een plat vlak. Je bekomt een veel mooier resultaat door er structuur aan toe te voegen. Zelfs zonder de kleurschakeringen te veranderen, creëer je daardoor veel meer leven in een ruimte. Federica Derie : Sómmige felle kleuren. Helder rood, grasgroen... zou ik inderdaad niet meteen aanraden voor de keuken. Zeker niet als je snel geagiteerd wordt. Want rood versterkt de agitatie. Ook in een kantoor waar veel gediscussieerd wordt, kan je helder rood beter vermijden. Maar je kan bijvoorbeeld wel kiezen voor oranje in combinatie met een zacht groen. Oranje werkt activerend en geeft werklust. Het zal ook de eetlust stimuleren. Denk maar aan McDonald's waar oranje is gebruikt om ervoor te zorgen dat mensen makkelijker gaan eten en dus meer geld uitgeven. Oranje kan dus wel in de keuken, het straalt vriendelijkheid uit. Natuurlijk gaat het in een interieur niet over één tint, maar over combinaties. En sommige combinaties stralen meer harmonie uit dan andere. Angèle Boddaert-Devletian : Als je gaat verven, speelt de samenstelling een enorme rol. Synthetische verven hebben iets doods, ze zijn weinig meer dan een laag plasticfolie. Het is normaal dat je daar slecht op reageert. Felle kleuren van synthetische makelij (dus zonder natuurlijke pigmenten) en niet gecombineerd met zachtere tinten, zijn daarom onverteerbaar in de eetkamer of keuken. Diezelfde kleuren in een natuurlijke samenstelling zijn zoveel rijker. Maar dan nog zou ik ze niet meteen in de keuken gebruiken. Marc Lauwers : Het is inderdaad uit den boze om dergelijk felle kleuren te gebruiken voor het aanrecht en het tafelblad, omdat daarop de voedingswaren rechtstreeks worden uitgestald. Zo'n kleur is erg vermoeiend als je een tijdlang het eten moet voorbereiden of rustig wil genieten van de maaltijd. Een muur in een opgewekte kleur kan wel, maar liefst niet achter het aanrecht. Wat ik absoluut zou vermijden, zijn de gekleurde details. Handgrepen en dergelijke. Dat getuigt van te weinig karakter en durf. Kaat Tilley : Ik hou erg veel van warme tinten. In een keuken vind ik de gelen erg interessant. De groenen ook. Roodtinten zouden kunnen, maar daarvoor zou ik niet meteen kiezen. Hoewel, voor tafelporselein vind ik rood eigenlijk mooi. Federica Derie : Groen brengt rust maar kan ook erg koud zijn. In een frisse of slecht georiënteerde kamer is groen onaangenaam. Marc Lauwers : Dit is zeker niet altijd waar. Een slaapkamer anno 2005 heeft meer functies dan alleen slapen, hij wordt vaak gebruikt als multifunctionele ruimte, zeker bij jonge alleenstaanden. Er staat een pc, een tv, je eet er een hapje... Bovendien zijn er tal van groentinten die niet zo rustgevend zijn : geelgroen, grasgroen en blauwgroen (turkoois), om er maar enkele te noemen. Om er tot rust te komen heeft een slaapkamer een zekere soberheid nodig, gekoppeld aan een bepaalde warmte-uistraling. En dat bereik je door een afgewogen keuze van kleuren én materialen voor zowel de vloer als voor de wanden en het meubilair. Angèle Boddaert-Devletian : Niet waar ! Maak er een blauwgrijs of groengrijs van en het wordt prachtig. Vooral als je ook nog zicht hebt, via vensters, op het echte felle groen van de natuur (geen synthetische kleur !). Dan ontstaat er een harmonieuze complementariteit. Marc Lauwers : Of je een kleur snel beu geraakt, is uiteraard erg persoonlijk. Daarom is het ook belangrijk om in de kleurkeuze niet te veel de trends te volgen. Het interieur dreigt daardoor aan persoonlijkheid te verliezen. Dat hebben we gezien in het voorbije decennium toen de beige-, grijs- en bruintinten de boventoon voerden. Dàt gaat na een tijd ook vervelen. De keuze van een kleurenpalet moet in de eerste plaats gericht zijn op de persoonlijke voorkeur van de bewoner. Als dat palet in balans is, zelfs met overwegend blauw, zal het resultaat een hoge mate van voldoening geven. Federica Derie : Blauw is wat mij betreft geen kleur voor een living. Donkerblauw al helemaal niet. De kleur van diep water is inderdaad wat ik een 'gevaarlijke kleur' noem. Maar lichtblauw, neigend naar lichtpaars en purper, werkt ontspannend. Lichtgroen heeft diezelfde uitstraling en is daarom zeer geschikt voor bad- en slaapkamer. Kaat Tilley : Blauw is niet meteen een kleur waar ik spontaan voor kies, omdat het erg koud kan overkomen. Behalve de turukooistinten. In mijn open atelier thuis heb ik bijvoorbeeld een hemelsblauw, erg diep van tint, gebruikt. Dat is zalig. Je krijgt het gevoel dat je buiten aan zee zit en naar een strakblauwe lucht kijkt. Federica Derie : Ik zou het eerder omkeren : depressieve, sombere mensen zijn geneigd om donkere kleuren te kiezen. Let wel : er zijn mensen die vanuit hun persoonlijke stijl donkere kleuren dragen en daar heel goed mee staan. Je kan dus niet concluderen dat iedereen die zwart draagt, depressief is. Maar het omgekeerde klopt wel. Als kleurenconsulente ontmoet je die mensen pas op het moment dat ze zeggen : nu is het genoeg, nu ga ik er iets aan doen. En dan hoor ik inderdaad dat ze niet aan kleur toekomen. Dat heeft opnieuw met die vibraties te maken. Zwart heeft geen vibraties, doet energetisch niets. Ook donkere kleuren hebben die werking : hoe donkerder je gaat, hoe dichter bij zwart, hoe minder vibraties. Angèle Boddaert-Devletian : Dat is inderdaad zo, als je ze alleen gebruikt. Gecombineerd met bijvoorbeeld wit of een fellere kleur kunnen ze wel prachtig zijn. Donkere ruimtes kunnen de belevingswaarde van je woning vergroten. Schilder bijvoorbeeld een ruimte die toch al donker is, in donkere tinten. Het geeft een kamer een mysterieuze noot. Kaat Tilley : Dat is mogelijk. In dat geval zal alles afhangen van het licht. Niet alleen het daglicht maar ook het kunstlicht. Met donkerbruine, aubergine of zelfs zwarte accenten kan je een heel interessante ruimte creëren, maar het licht speelt daarin een primaire rol. Ik hou enorm van sfeer en indirecte belichting. In mijn eigen verlichtingslijn heb ik gewerkt met kleine lampjes die een soort sterreneffect geven. Licht veroorzaakt een spel van schaduwen, het kan de warmtegloed van een kleur ondersteunen, het kan verfrissend werken of juist heel cosy maken... Ik vind dat de rol van lampen vaak onderschat wordt. Angèle Boddaert-Devletian : De familie van de roden is bijzonder rijk en uitgebreid. Er zitten prachtige tinten bij. Felrood en signaalrood zijn inderdaad agressief. Maar diep-rood wordt sinds eeuwen gebruikt als achtergrond voor schilderijen en kunstwerken. Stel je in een woning één dieprode kamer voor, bijvoorbeeld een bibliotheek of kunstkamer, dan krijgt dit huis meteen een extra dimensie. Marc Lauwers : In combinatie met warme, aangename materialen en vloeiende vormen kunnen deze kleuren zelfs een zekere tederheid oproepen. Een kleur staat nooit op zichzelf, maar moet bekeken worden in functie van andere factoren. Wanneer je deze zogenaamd 'agressieve' kleuren zou combineren met 'harde' materialen, in hoogglans uitgevoerd en gebruikt in een 'scherp' omlijnd design, dan zullen ze uiteraard een vorm van woede uitdrukken. Maar dat krijg je ook met tal van andere kleuren. Elke kleur, in hoogglans en uitermate strak aangebracht, komt hard en nadrukkelijk over. Een matte uitvoering doet een kleur ietwat vergrijzen. De weerkaatsing is minder expliciet, waardoor het geheel softer overkomt. Door Hilde Verbiest / Foto's Michel VaerewijckKleuren zijn vibraties. Vandaar dat ze, zelfs zonder dat we het beseffen, een enorme impact hebben op mensen