Zie het onder ogen, besef, sidder en beef : hoe ouder we worden, hoe meer we op onze ouders gaan lijken. Je (groot)ouders op The Loveboat uit de vermaledijde seventies of Nicole en Hugo zwalpend op de zeven zeeën, tot zover mijn vooroordeel over cruiseschepen. Maar zie, in Marseille ga ik zelf aan boord voor een minicruise langs de Franse Rivièra, naar Sanary, Saint-Tropez en Nice. Tja, niemand is immuun voor de glamour van de Franse Rivièra. Zelfs (of vooral ?) übercoole Ab Fabbers niet. Naar verluidt zal Absolutely Fabulous, The Movie zich aan de Côte d'Azur afspelen. "Ik hou van de Franse Rivièra, vooral in de lente. We denken dat het hilarisch zou zijn als Edina en Patsy gingen feesten op het jacht van een oligarch, dronken in slaap vallen en ontwaken midden in de oceaan", verklapte Jennifer Saunders aan The Times. "Alleen al om als mijn alter ego op de rode loper in Cannes te staan, zou ik een film draaien", vult de Britse diva in The Independent aan.
...

Zie het onder ogen, besef, sidder en beef : hoe ouder we worden, hoe meer we op onze ouders gaan lijken. Je (groot)ouders op The Loveboat uit de vermaledijde seventies of Nicole en Hugo zwalpend op de zeven zeeën, tot zover mijn vooroordeel over cruiseschepen. Maar zie, in Marseille ga ik zelf aan boord voor een minicruise langs de Franse Rivièra, naar Sanary, Saint-Tropez en Nice. Tja, niemand is immuun voor de glamour van de Franse Rivièra. Zelfs (of vooral ?) übercoole Ab Fabbers niet. Naar verluidt zal Absolutely Fabulous, The Movie zich aan de Côte d'Azur afspelen. "Ik hou van de Franse Rivièra, vooral in de lente. We denken dat het hilarisch zou zijn als Edina en Patsy gingen feesten op het jacht van een oligarch, dronken in slaap vallen en ontwaken midden in de oceaan", verklapte Jennifer Saunders aan The Times. "Alleen al om als mijn alter ego op de rode loper in Cannes te staan, zou ik een film draaien", vult de Britse diva in The Independent aan. Zelf ontwaak ik gelukkig niet verloren dobberend in het midden van de oceaan, wel op een ligbed op het zonnedek, verzonken in een zwoele siësta, terwijl broeierig Marseille op mij wacht. Met een capaciteit van net geen zevenhonderd passagiers en acht dekken is de Azamara weliswaar niet echt een klein schip - 181 meter lang - maar aan boord heerst de ontspannen ambiance van een boetiekhotel. Geen gigantisch atrium vele dekken hoog, geen klimmuren of indoorsquashbanen, geen drijvende mini-stad met een hopeloze wirwar aan gangen en liften. Place to be is het op één na hoogste dek, rond het zwembad of aan de bar, waar ook een hoekje gereserveerd is voor rokers. The Azamara Journey is absoluut overzichtelijk, met een handvol restaurants en een looppiste rond het bovenste dek. Het Windows Café, met een mooi terras op het achterdek, wordt al snel mijn favoriete plek voor een lunch in de open lucht. Waar je me niet meer zult terugvinden - na een snelle verkenning van alle uithoeken van dek 5 - is in het casino, een verzameling eenarmige en andere bandieten. Glamoureus is de kade voor cruiseschepen in Marseille vooralsnog niet. Bouwkranen domineren de skyline. Als het grootsteedse beton in deze stoffige woestenij al enige associatie oproept, dan is het enkel de vervreemding van Albert Camus. Marseille, volgend jaar Europese Culturele hoofdstad, programmeert in 2013 alvast de expositie Camus en het Middellandse Zeegebied. Ongetwijfeld is dan ook de facelift van de haven klaar. In afwachting pendelt een Azamarabus van de aanlegsteiger naar de quai des Belges in het historische centrum, waar het cruisepubliek opgaat in de winkelende massa. Loodrecht op de kade vertrekt La Canebière, de centrale as, het Marseille van immigranten en van pieds-noirs, van Tatidraagtassen onderweg naar een groezelig stationskwartier. Ten zuiden van de oude haven, langs de rue Paradis, valt meer te windowshoppen. Hoe smaller de zijstraten, hoe boeiender de boetiekjes en bistrootjes, zo lijkt het. Tot ik op de hoek van de rue Vacon op een Disney Store bots. De American Dream is werkelijk overal. Gelukkig bieden de terrassen van de Vieux-Port soelaas. En ja, langs de quai Rive Neuve wordt een film gedraaid. Zonder twijfel een policier, genre To catcha Thief, de Hitchcockklassieker die zich afspeelt aan deze kust. Betrapt als een dief voel ik mij als later op de avond een medepassagier me vraagt waaraan ik het gezelschap van zoveel mooie dames (een gevarieerd gezelschap reisagentes) te danken heb. Draait niet elke komedie om een persoonsverwisseling ? De volgende ochtend ligt Sanary-sur-Mer, een haven zo schilderachtig als een haven kan zijn, er onder een staalblauwe lucht uitnodigend bij. Een trotse kerktoren, palmbomen langs de promenade, het geroep van de visventer galmend over rimpelloos water. Bontgeschilderde houten visserssloepen leggen vrolijke accenten, terwijl op de kade de lokale fanfare een welkomstlied speelt voor de passagiers die met een tenderboot aan land komen. Een glaasje aperitief ? Aangeboden door de lokale toeristische dienst, merci. Spectaculaire bezienswaardigheden heeft het vissersdorp gelukkig niet, en evenmin een faam die pelgrims of fashionista's van heinde en verre aantrekt. In het voorjaar ligt het dorp er enigszins verstild bij, even charmant als discreet. Een handvol souvenirwinkels, een bar-tabac, een bibliotheek met gratis wifi en op de promenade terrassen face à la mer. Sanary-sur-Mer verbeeldt nog steeds de frivole Rivièra van Cary Grant en Grace Kelly, haren in de wind, rock-'n-roll in de fifties, ondeugend maar o zo onschuldig. To catch a Thief ?Ooit was het anders, minder lichtvoetig. Net voor de Tweede Wereldoorlog streek hier een vlucht Duitse intellectuelen neer, onder wie Thomas en Heinrich Mann, Bertolt Brecht, Franz Werfel en Arnold Zweig, die er verbroederden met de Britse ex-pats Aldous Huxley en D.H. Lawrence. Bij duikers staat de plek bekend als de bakermat van het moderne duiken sinds Jacques Cousteau en zijn Musketiers van de Zee er voor anker gingen. Net als deze illustere voorgangers, koopt chef Frédéric op de lokale markt een ruime voorraad schelpen en verse vis. Vanavond staat er in de restaurants van de Azamara niet alleen een Indisch buffet op het menu, maar ook visbarbecue langs het zwembad. Later op de avond zingt Jamila in de Cabaret Lounge en nodigt Abba uit ten dans. Als dat maar goed komt. Vroeg de volgende ochtend slenter ik door Saint-Tropez, op een moment dat het voor sommigen nog onduidelijk is of de nacht nu al voorbij is of het feest net begint. De lookalikes van Patsy en Edina, ik moet er hoegenaamd niet naar op zoek. Een hooggehakte jongedame in een schreeuwerig I am not a good girl-jurkje nodigt waggelend ten dans, elders slaapt een schone slaapster op de stoep. Triest is de drama queen op een ankerpaal, dronken en huilend, zelfbeklag om tien uur in de ochtend. Patsy ? Even later wordt ze weggevoerd door vier agenten. De goegemeente staat versteld. Zijn de Ab Fab-opnames al begonnen ? Waar hangt die candid camera ? Of leven deze figuranten het melodrama dat zich hier elke dag afspeelt, ergens tussen droom en daad, in een parallel universum ? Saint-Tropez is tenslotte opgetrokken uit sterrenstof. Zeker en vast genieten de oligarchen, kapiteins van imposante jachten die als kroonjuwelen langs de kade schitteren in de zon, van hun gouden kooi. Voorwaar, mensenkijken in Saint-Tropez, het lijkt Le Zoute op speed. Het strand is zonder twijfel de strook zand met de hoogste concentratie it-bags ter wereld. Onder een breedgerande hoed zont een Iraanse prinses, misschien een filmster op het punt van haar doorbraak ? Bij haar zware make-up verbleekt de gemiddelde sluier. Verderop, in een strandbar, vieren Vlaamse vriendinnen hun Erasmusproject. Voeten in het zand, witte wijn en reggae - voorlopig lijkt de twist nog niet uit Saint-Tropez. Terug in de stad loop ik de heuvel op, waar schilders het licht in de baai vastleggen op doek, in vlugge strepen vlak voor de zon verdwijnt. Nu komen in de steegjes kaarsen op tafel, de aanzet tot alweer een wilde nacht. Haast je aan boord ! Vanaf La Colline du Château, de middeleeuwse burcht op een heuvel aan de haven van Nice, geniet ik van een schitterend panorama over de hoofdstad van de Côte d'Azur en de Rivièra. Schimmig aan de einder liggen Cap d'Antibes en Cannes, schiereilanden in zee, appelgroen op hemelsblauw. In het noorden glimmen de Alpen, de toppen nog sneeuwwit. Het meisje van de toeristische dienst wijst mij de villa van Elton John aan, een paleis hoog op een kam, discreet aan de rand van de metropool. Sterrenstof. Alles lijkt binnen handbereik. Aan mijn voeten de jachthaven, zeilmasten en de zeven zeeën, de wereld. Landinwaarts de witte toppen van het Parc National du Mercantour, een ruw gebergte waar naar verluidt wolven leven. Maar evengoed kun je er tot Pasen comfortabel skiën, onder meer in Valberg, op goed anderhalf uur rijden van het strand. In de zomer vind je in Valberg een gloednieuwe golf van hoog niveau, op 1700 meter boven zeeniveau. Te veel keuze. De lokroep van Cannes, in het zog van To cath a Thief, klinkt nu onweerstaanbaar. Het filmfestival, elk jaar in mei, werd voor het eerst georganiseerd in 1946. In het Palais des Festivals et des Congrès, een moderne mastodont van glas en beton (en geen architectonisch wonder) beleef ik niet de fantastische uitreiking van de Gouden Palm, maar wel mijn meest nerdy night ever : de prijsuitreiking van de As d'Or op het internationale spelletjesfestival. Nooit eerder was ik op een feestje met zo weinig vrouwen en zoveel jonge mannen met paardenstaarten en capuchons. Tegenover het Festivalpaleis prijkt een standbeeld van lord Brougham, een Brits politicus en zakenman die Cannes aan het begin van de negentiende eeuw 'ontdekte'. "Cannes is niet alleen maar glamour", vertelt gids Olivia Zurcher terwijl ze mij wegwijs maakt in het winkelparadijs. "De exuberante kant van Cannes vind je vooral op de Croisette en in de belangrijkste winkelstraten. Maar in de parallelle straten verder van het strand leeft het gewone Cannes, met winkelmogelijkheden voor elk budget." Niks mis met het strand, zeker niet met La Plage du Rado, een familiezaak uit 1958 waar je desgewenst eet met je voeten in het zand. Ik bestel de vis van de dag, een gegrilde zonnevis. Het goede leven, wat went het snel. Nog even flaneren onder de palmbomen, en dan misschien nog ergens een koffie ? Wie aan de hectische (nuja) drukte van de belangrijkste congresstad van het land wil ontsnappen, kan met een boot naar het eilandje Sainte-Marguerite. Op een kwartier varen van Cannes ligt het Fort Royal, met het Musée de la Mer waar jarenlang de mysterieuze man met het ijzeren masker gevangen zat. De rust onder de pijnbomen op weg naar het Belvédère du Dragon lijkt eindeloos ver weg van het getik van stiletto's op de rue d'Antibes. TEKST EN FOTO'S JO FRANSENHET GOEDE LEVEN, WAT WENT HET SNEL. MISSCHIEN NOG ERGENS EEN KOFFIE ?