SCHRIJVER

Voor heel wat Afrikanen is voetballen dé manier om uit te breken. In Ghana leerde ik Osman Dapko kennen, een twintiger die twee keer per dag traint. Hij laat zich filmen en stuurt dvd's naar Belgische voetbalmanagers, in de hoop ontdekt te worden. Ik vroeg hem : "Zou jij je prachtige vrouw en je pasgeboren kind willen verlaten om bij een Belgische club uit tweede klasse te gaan spelen ?" Met het kindje op de arm antwoordde hij : "Ja, dat zou ik zeker doen." Eerst was ik sceptisch toen ik zijn wanhopige verhaal aanhoorde. En toch, toen ik 's avonds afscheid van hem nam, wou ik hem zijn. Als ik ergens de kracht van Afrika samengebald zag, dan was het wel in deze jongen.
...

Voor heel wat Afrikanen is voetballen dé manier om uit te breken. In Ghana leerde ik Osman Dapko kennen, een twintiger die twee keer per dag traint. Hij laat zich filmen en stuurt dvd's naar Belgische voetbalmanagers, in de hoop ontdekt te worden. Ik vroeg hem : "Zou jij je prachtige vrouw en je pasgeboren kind willen verlaten om bij een Belgische club uit tweede klasse te gaan spelen ?" Met het kindje op de arm antwoordde hij : "Ja, dat zou ik zeker doen." Eerst was ik sceptisch toen ik zijn wanhopige verhaal aanhoorde. En toch, toen ik 's avonds afscheid van hem nam, wou ik hem zijn. Als ik ergens de kracht van Afrika samengebald zag, dan was het wel in deze jongen. Ik heb affiniteit met die droom. Toen ik begon te schrijven, behoorden Hermans, Reve en Mulisch, maar evengoed het Ghanese voetbalwonder Abédi Pélé tot mijn referentiekader. Toen ik hem in de jaren '90 op tv bezig zag, ging een enorme belofte van hem uit. Alles wat hij met zijn voet aanraakte, zou in goud veranderen. Wat Afrikanen typeert, is hoe ze ergens bezieling in leggen, of het nu in muziek, de toekomst of het voetbal is. Het Afrikaanse gevoel zit in bewegingen en in sferen, in het omgaan met de natuur, in de architectuur ook. Als ik in Mopti in Mali de rode aarde en de stadswallen zie, herken ik daar Marrakech in. In Afrika kom ik altijd weer iets tegen dat mij mezelf beter doet begrijpen. Al wat ik achter mijn werktafel niet kan doorgronden over mijn identiteit en mijn verleden wordt me daar plots helder. Ik leef met de gedachte dat mijn leven mislukt is. Ik heb nooit beantwoord aan de verwachtingen van mijn vader en mijn moeder. Ik had altijd gezeur met mijn boeken en trok me dat veel te erg aan. Hoe hard ik ook probeer, ik ben nooit tevreden over wat ik schrijf. Hardlopen is de enige manier waarop ik de gedachte kan ontmijnen dat mijn leven op drijfzand gebouwd is. Als ik loop, krijg ik het gevoel dat ik toch in iets kan slagen. Ik heb het ook nodig om eens alleen met mezelf te zijn. Enkel als ik ren, ontspan ik echt. Waarom het nooit goed genoeg kan zijn ? Mijn vader wou mij lang klein houden. Hij deed altijd denigrerend over wat ik deed en presteerde. Ik denk dat hij zich zo tegenover mij opstelde omdat hij bang van me was. Mijn vader, een slager, had veel stress en ik was een heel energiek en opstandig kind. Hij kon geen aansluiting bij me vinden. Omdat hij dat als heel bedreigend ervoer, ging mijn vader tegen mijn gedrag in. Dat zorgde ervoor dat het vuur in mij nog heviger ging branden. Dat leidde er uiteindelijk toe dat ik mijn ouders weghield uit mijn gevoelsleven, en dat is het ergste wat een kind kan doen. We waren in een strijd verwikkeld op leven en dood. Een strijd om erkenning. Al hebben we nu weer een betere relatie, dat zindert tot vandaag na. "Door te schrijven, kon ik wegvliegen uit de kamer waar ik zat", zei collega Rachida Lamrabet tegen me. Door te schrijven, kwam de wereld naar haar toe. Als schrijver verwerf je controle over de wereld. Net als bij Rachida was schrijven iets wat ik moest doen. Taal was het enige middel om de signalen van misère, de contradicties en hypocrisie die ik om me heen zag een plaats te geven. Zo werd het een emancipatoire handeling. Het kreeg iets bevrijdends. De Benali's hebben een groot aanpassingsvermogen. Daardoor zijn we niet afhankelijk van een omgeving. We hebben een vrij cynische voorstelling van het leven : uiteindelijk sta je er toch alleen voor. Het is voor ons niet vanzelfsprekend dat je wordt geholpen. Je moet niet te veel rekenen op de anderen. Voor alles draag je zélf de verantwoordelijkheid. Dat is een gekmakende gedachte en toch hang ik die nog altijd aan. Ik heb echt moeten leren om mensen te vertrouwen. - Naar aanleiding van het WK voetbal in Zuid-Afrika, dat op 11 juni begint, reisde de in Marokko geboren Nederlandse schrijver Abdelkader Benali (34) door Afrika. Het verslag daarvan, De Weg Naar Kaapstad, verschijnt medio mei bij De Arbeiderspers. De auteur stelt het boek op 27 mei voor in het Zuiderpershuis in Antwerpen.DOOR PETER VAN DYCK - FOTO CHARLIE DE KEERSMAECKER