Wat zijn bananen toch bloedmooie vruchten. De gedachte overvalt mij om 14.36 uur, terwijl ik volslagen nuchter ben en vrij van drugs. Dat laatste is niet onbelangrijk, want ik kan mij voorstellen dat de schoonheid van een banaan je lam kan slaan als je bijvoorbeeld stoned bent, of aan de vloeibare XTC hebt gezeten. In onbenevelde toestand, om het zo maar eens te zeggen, worden bananen verondersteld je tamelijk onverschillig te laten.
...

Wat zijn bananen toch bloedmooie vruchten. De gedachte overvalt mij om 14.36 uur, terwijl ik volslagen nuchter ben en vrij van drugs. Dat laatste is niet onbelangrijk, want ik kan mij voorstellen dat de schoonheid van een banaan je lam kan slaan als je bijvoorbeeld stoned bent, of aan de vloeibare XTC hebt gezeten. In onbenevelde toestand, om het zo maar eens te zeggen, worden bananen verondersteld je tamelijk onverschillig te laten. Dat is bij mij meestal het geval. Haast dagelijks treed ik de werkelijkheid nuchter tegemoet, ook al heeft ze randen die snijden als een cuttermes. De stekende werkelijkheid, waarin mensen nooit meer levend worden eens ze zijn gestorven. De snoeiharde, schrijnende werkelijkheid, die naar plaatstaal en smeerolie ruikt maar gelukkig verzacht wordt door meisjes met paardenstaarten. Door lavendel die bloeit op het terras. En door de zon, die vanachter het huis van de buren komt en je rug verwarmt, precies op de plek waar het zeer doet van altijd achter die ellendige computer te zitten. Ik leg een cd op van The Flaming Lips, een groep van wiens bestaan ik op de hoogte ben gebracht door een bijdetijdse vriendin. Gelukkig zijn die er nog, want ik ben in de jaren aanbeland waarin een mens zijn grip dreigt te verliezen op die wereld. Ik ben ervoor beducht tot de bevolkingsgroep te gaan behoren die het hoofdzakelijk over sterilisators heeft, en over tegenvallende beursprestaties. Mannen en vrouwen die gesetteld zijn geraakt en zich fysiek een beetje laten gaan, omdat ze menen dat de buit toch binnen is. Zij vergissen zich, want binnen is de buit nooit. De schaapjes zijn nooit op het droge. Zelfs de voorspoedigsten onder ons dansen op een wak, waar zij elk moment doorheen kunnen zakken. Met dat alles ben ik nog steeds niet gesetteld geraakt. Vroeger verachtte ik het en nu ben ik soms bang dat het misschien nooit zal gebeuren. Dat ik zo'n lonesome cowboy zal blijven, die weliswaar spannende dingen beleeft maar op familiebijeenkomsten nooit over neuspeertjes zal kunnen praten. Misschien is dat mijn lot, waarmee ik moet leren leven. Het is nog altijd beter dan dat van de soldaten bij Stalingrad of de Somme, aan wie ik dikwijls denk. Net als ik de planten wil begieten, gaat de bel. Ik denk dat het misschien het Meisje met de Fluwelen Stem is maar het zijn twee oudere vrouwen, twijfelachtig gekapt, die vragen of zij binnen mogen komen om mij een paar vragen te stellen. Even hoop ik dat het een gruwelijke misdaad betreft, waarvan ik kroongetuige ben geworden zonder mij daar bewust van te zijn. Zij willen echter dingen weten over mijn serviesstukken. Of ik borden gebruik van aardewerk of porselein, en wijnglazen van glas of kristal. Vermits ik dat zelf niet kan zeggen, haal ik van elk een exemplaar in de keuken, om dat door de vrouwen te laten betasten. "Glas", zegt de donkerste van de twee met iets duisters in haar woorden, waaruit ik kan afleiden dat glas meer voor paria's is. Ik blijf echter beleefd, zelfs als ze vragen of ik nog vrienden heb die ze met hun vragen lastig mogen vallen. Mijn makkers aan de aardewerk-Gestapo verlinken ? Dat soort vent ben ik niet. Toch nog bevredigd nemen ze afscheid en bedanken mij voor de hulp. Zo'n halfzachte ben ik, dat ze mij voor dit soort dingen altijd weten te vinden. Ook om de weg aan te vragen, of een muntstuk voor de winkelkar. Ik neem mij voor in de toekomst niet zomaar iedereen binnen te laten. Ik lees nog wat in Het leven is een geschenk maar je krijgt het niet cadeau van de Canadese tekenaar Seth, waaraan ik de afgelopen weken verkleefd ben geraakt. Het verhaal speelt in een blauwig decor van fabrieksgebouwen, verlaten dorpen en spoorlijnen waar maar geen einde aan komt. "Het leven is geen reeks goede en verkeerde keuzes", zegt een van de personages. "Het is moeilijker om er richting aan te geven dan de meeste mensen denken. Je wordt meegesleurd." Al bij al, en desalniettemin, vind ik het een prima avond om naar Volver te gaan kijken in de grote boze stad. Daarna wil ik in de Hotsy Totsy een partijtje schaken. Pas onlangs kwam ik erachter dat in die worsteling van denkkracht flink wat erotiek kan schuilen, als je het tenminste met de juiste dame doet.reacties : jp.mulders@skynet.bejean-paul mulders