De jaarwisseling trekt zich in haar loopgraven terug. Nog even, en alles ziet er weer uit alsof er niets is veranderd. Hier wat verder, op de steenweg, houdt een gestileerde kreeft koppig stand op een pancarte. Ze heeft twinkellichtjes in haar steeltjesogen en een glas champagne in haar scharen. Gelukkig 2006 ! toost ze de voorbijzoevende automobilist toe, alsook dat het verglijden in alweer een nieuw jaar een stuk draaglijker wordt als daar het gepaste voedsel bij genuttigd wordt, in casu te weten : tienpotige, groenachtig grijze schaaldieren met lange achterlichamen en scharen aan het eerste paar poten, die achteruitlopen en zwemmen en die rood worden als ze worden gekookt.
...

De jaarwisseling trekt zich in haar loopgraven terug. Nog even, en alles ziet er weer uit alsof er niets is veranderd. Hier wat verder, op de steenweg, houdt een gestileerde kreeft koppig stand op een pancarte. Ze heeft twinkellichtjes in haar steeltjesogen en een glas champagne in haar scharen. Gelukkig 2006 ! toost ze de voorbijzoevende automobilist toe, alsook dat het verglijden in alweer een nieuw jaar een stuk draaglijker wordt als daar het gepaste voedsel bij genuttigd wordt, in casu te weten : tienpotige, groenachtig grijze schaaldieren met lange achterlichamen en scharen aan het eerste paar poten, die achteruitlopen en zwemmen en die rood worden als ze worden gekookt. Niet het feit dat wij mensen kreeften eten vind ik griezelig, noch onze gewoonte om ze daartoe - bij voorkeur na een vluchtig oogcontact - levend in kokend water te gooien. Eng vind ik het cynisme om ze dan ook nog eens af te beelden op pancartes aan de openbare weg, lokkend, uitnodigend, toostend, alsof de hommer nu al plezier beleeft aan de gedachte straks door ons te worden opgepeuzeld. Zelfs zonder lidkaart van Gaia gruw ik van die hebbelijkheid van taveernehouders en horecabazen om levende wezens op zogenaamd grappige wijze hun eigen consumptie te laten promoten. De smakeloosheid is vanonder haar steen gekropen, denk ik dan, als ik weer zo'n stuk pluimvee zie tapdansen. Op mijn vensterbank staan 26 nieuwjaarskaartjes nog steeds op antwoord te wachten. Tezamen met de sollicitatiebrief, zijn ze het soort schrijven dat ik het meest verafschuw. De twee hebben met elkaar gemeen dat er een soort onoprechtheid in gebakken zit, die er onvermijdelijk toe leidt dat je moeilijk uit je woorden komt. Hoe stompzinnig ik nieuwjaarskaarten aan de ene kant ook vind, er zit toch ook een verwaterde vorm van bekommernis in, van hoop op een betere wereld. Vandaar dat ik koppig blijf terugschrijven, ook al heb ik de voorgaande jaren alle bruikbare adjectieven al uitgeput, met uitzondering misschien van iriserend en tongstrelend. Maar die staan nogal grotesk bij een jaar waarvan tenslotte geen mens weet wat hij ervan mag verwachten. Men moet het niet zoeken om uit de wolken te vallen. Terwijl ik zit te schrijven, zo met mijn tongpunt uit mijn mond, loer ik met een half oog naar de eindejaarsconference van Geert Hoste. Dat deze sympathieke man messcherp uit de hoek zou komen, had ik nu wel niet verwacht. Toch stoort het mij dat een groot aantal van de door hem op de korrel genomen satrapen in de zaal aanwezig is, en dat er op hen ingezoomd wordt als hun strapatsen aan bod komen. De Antwerpse Visakaartenaffaire ? Een rood aangelopen Patrick Janssens vult het scherm. De nog steeds onopgeloste, grotesk geworden zaak-Remmery ? Schaapachtig glimlachend verschijnt de overbekende zaakvoerder in beeld. De glunderende aanwezigheid van deze lieden verbaast mij. Er wolkt iets ongezonds uit op. Hoe kan satire zelfs maar een schijn van scherpte bewaren als er een gezellig clubje van wordt gemaakt, waarbij de machthebbers zich jolig aanschurken tegen de nar ? In plaats van gretig op de uitnodiging in te gaan, hoorden deze dames en heren doodsbenauwd te zijn voor de striem van het woord. Zij zouden moeten hopen niét in Hostes conference voor te komen in plaats van daar te zitten blinken, fier als een aap met zeven lullen. Nog een geluk dat Saddam Hoessein niet tot hier is geraakt. Ik zie hem al, geflankeerd door Yves Leterme en Phara De Aguirre. Blozend als een schooljongen, terwijl Geert Hoste grapjes maakt over mosterdgas en massagraven. Als ik, laat op de dag, de brievenbus ledig, blijkt er een doodsbrief in te zitten. Het grijze rouwrandje, voorzien van palmtak en kruisje, geeft mij het bekende schokje dat met de ontvangst van dergelijke post gepaard gaat. "Ze zijn er vroeg bij dit jaar", mompel ik, hopend dat het om een onbekende zal gaan. "Goed nieuws", lees ik aan de binnenkant in schreeuwerige kleuren. "Er is niemand gestorven. INTEGENDEEL... In 2006 gaan wij alle inwoners van Gent en omstreken helpen om gezonder te leven !"Reclame. Voor een fitnessketen. De grootste van het land. De smakeloosheid is op haar steen geklauterd. Zij regeert. reacties : jp.mulders@skynet.beJean-Paul Mulders