Elke modeschool heeft zijn reputatie. Central Saint Martins in Londen bracht in het verleden enfants terribles als John Galliano en Alexander McQueen voort. De Antwerpse Koninklijke Academie voor Schone Kunsten vormde de Zes van Antwerpen. Veel ex-studenten van La Cambre in Brussel gaan aan de slag als hoofd van een bestaand modehuis.
...

Elke modeschool heeft zijn reputatie. Central Saint Martins in Londen bracht in het verleden enfants terribles als John Galliano en Alexander McQueen voort. De Antwerpse Koninklijke Academie voor Schone Kunsten vormde de Zes van Antwerpen. Veel ex-studenten van La Cambre in Brussel gaan aan de slag als hoofd van een bestaand modehuis. Al zeven jaar speurt Knack Weekend, samen met de collega's van Le Vif Weekend, de slotshows van internationale modescholen af, op zoek naar de ontwerpers van morgen. Met onze modewedstrijd Fashion Weekend plukken we hen uit de biotoop van het klaslokaal en laten hen defileren comme il faut. Op een lange catwalk met een groot zwart doek, dat spreekt, maar ook met een productieteam, geluids- en lichttechnici, modellen, professionele haar- en make-upstilisten, en een groot publiek van professionals en modeliefhebbers. De inzet : een geldprijs van 10.000 euro, professionele contacten in de modewereld én het ontnuchterende besef dat het draaiboek en het kostenplaatje van een defilé niet van de poes zijn. Elf masterstudenten kregen dit jaar een ticket voor onze zevende wedstrijdeditie, die plaatsvond in Tour & Taxis. We kozen onze favorieten uit de afstudeerdefilés van vier internationale scholen : de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten (Antwerpen), La Cambre Ecole Nationale Supérieure des Arts Visuels (Brussel), Central Saint Martins College of Art and Design (Londen) en de Artez Hogeschool voor de Kunsten (Arnhem). Het was de eerste keer dat een school uit Nederland - het land van ontwerpers Viktor & Rolf - deelnam aan het event. "Amai, die holocaustcollectie ! Dat was gewaagd. Maar wie dráágt dat ?" Altijd geestig om 'mode-leken' bezig te horen tijdens zo'n show. Draagbaarheid is voor de meeste modestudenten immers nog geen prioriteit. Voor ze de schoolbanken verruilen voor het echte werk, experimenteren ze liever nog een laatste keer met technieken, vormen en atypische inspiratiebronnen als, slik, de Jodenvervolging. "Aan de basis van mijn collecties ligt steeds een onbegrip dat ik wil ophelderen", zei Nederlander Franciscus Van Der Meer backstage over zijn donkere collectie. De winnaars dan, want het werden er uiteindelijk twee. Zowel de Brit Matthew Harding (25, student Londen) als de Française Léa Peckre (26, student Brussel), twee ontwerpers met een eigenzinnige esthetiek, wisten de jury het meest te bekoren. "Peckre wegens de subtiele manier waarop ze artisanaal borduurwerk combineert met nieuwe technieken, en een macaber thema als kerkhoven op een poëtische wijze vertaalt", aldus het juryrapport. "En Harding fascineerde met de wijze waarop hij transparante jersey spande over gegolfd metaal en daarmee een krachtige visie op vrouwelijkheid neerzette." Hardings collectie viel trouwens recentelijk ook in de smaak bij de Britse straatketen Topshop, die eind dit jaar enkele stuks in productie brengt. Nog meer goed nieuws viel tijdens de prijsuitreiking uit de lucht. Juryvoorzitter Nathalie Rykiel, dochter van en creatief directeur van het Franse huis Sonia Rykiel, had zo genoten van de collecties van Nathalie Fordeyn (23) en Marie Cramer (28), twee studenten uit Antwerpen, dat ze hen prompt een stageplaats aanbood. Overige juryleden waren Sandrina Fasoli (het ontwerpersduo dat in 2003 de eerste editie van Fashion Weekend won), Raf Vander-smissen (medewerker van Dries Van Noten), accessoireontwerpster Natalia Brilli, Franc' Pairon (oprichtster van La Cambre en huidig directeur van de Parijse master in mode en accessoireontwerp aan het Institut Français de la Mode) en de moderedacties van beide organiserende magazines. Juryvoorzitter Rykiel, graag uw eindoordeel over deze zevende editie ? "Ik vond het een enorm sterke selectie kandidaten. Ik sta versteld van de geestesarbeid die ze allemaal in hun werk steken. Jodenvervolging, lugubere kerkhoven, het Chelseahotel in New York : het inspireert hen. Al vind ik dat sommige studenten té veel focussen op hun intellectuele studie en het resultaat veraf staat van eenvoudige, mooie, draagbare kleren. Mode is uiteraard een toegepaste kunstvorm en artistiek temperament is noodzakelijk, maar soms vond ik het te ver gezocht. Voor mij is de allure van een vrouw nog altijd belangrijker dan haar outfit. Daarom laten wij onze modellen tijdens een defilé ook nooit statisch lopen. Ik vraag hen altijd al dansend, lachend of kletsend over de catwalk te gaan. Als vrouw, niet zomaar als mannequin. Maar goed, in dit geval zijn het uiteraard studenten die experimenteren en uit de kleren van Léa Peckre bijvoorbeeld straalt heel veel vrouwelijkheid. De schouders en buste waren goed bestudeerd. Oda Pausma uit Arnhem gebruikte dan weer een heel uitnodigende saffraankleur. En hoewel het vrouwbeeld van Matthew Harding te streng en stijf is naar mijn smaak, vind ik zijn werk wel formidabel. Het kleurenpalet en borduurwerk van Marie Cramer zijn indrukwekkend, ik hoop dat de stage haar bevalt."Door Elke Lahousse Foto's Wouter Van Vaerenbergh