Hij is 37, maar hij heeft het allemaal al gezien - de hoogtes en de laagtes. Als kind bracht hij twee jaar door in het ziekenhuis, als model werkte hij naast Naomi Campbell op de set, als de man achter Café d'Anvers raakte hij alles weer kwijt. En nu is hij terug van weggeweest, of minstens: onderweg van weggeweest. Al is hij wel van plaats gewisseld. Net als de ex-modellen Ellen von Unwerth en Mario Sorrenti staat hij nu achter de camera.

Weggedoken onder een veelkleurig mutsje wandelt Michel De Windt de redactie binnen, met een heldere blik, en een pak onder de arm dat hem dierbaar is. Uit een leren tas met zijn initialen erop schuift hij nog een ander pak, gewikkeld in een zijden sjaal. Een kleinood, een geschenk van zakenman Giancarlo Giammetti ter gelegenheid van diens veertigjarige samenwerking met de couturier Valentino. Met schitterende foto's van Michel De Windt.

"Het was maart 1983, ik had net mijn legerdienst achter de rug, toen ik in Brussel door iemand van een modellenagentschap werd aangesproken: of ik niet eens een defilé wilde lopen. Totaal verrassend was dat niet, ik had wel een paar keer op de catwalk gestaan voor een jeanszaak in ruil voor een paar broeken. Maar nu was het serieus, ik won de wedstrijd devenir mannequin en was vertrokken, als in een sprookske. Ik was twintig en heb tien jaar lang in het wereldje meegedraaid, en daar goed geld verdiend. In die eerste jaren kreeg ik voor één defilé van Yamamoto of Comme des Garçons vijftien- of twintigduizend frank, en dat vond ik veel geld - hoewel het veel minder was dan wat vrouwen voor hetzelfde werk kregen. Ik had een goede agente die me de wereld rondstuurde en ik zeilde op de golven van een irreëel leven mee. Ik was een luxenomade. Ik verdiende goed, gaf veel uit en spaarde veel. Maar die periode betekende voor mij vooral a ticket to the world."

Voor de buitenwereld was De Windt een knappe gast. Antwerpse vrouwen spreken nu nog over die schone vent. "Natuurlijk voelde ik mij gevleid, maar ik blijf ook met beide voeten op de grond. Elke dag realiseerde ik me dat het sprookje van de ene op de andere dag voorbij kon zijn. Ik kom uit een heel modeste familie, ik heb mijn vader nooit gekend, mijn moeder was vaak ziek en had veel hulp nodig. Ik weet hoeveel een arbeider verdient en wat hij daarvoor moet doen, en als je dan in één keer 1,2 miljoen frank verdient voor een parfumcampagne van Rochas, voor welgeteld drie uur op de set, dan valt ge op uw gat. Dan schaam je je daar een beetje voor. Om mij heen zag ik anderen die zich lieten meesleuren door de glamour en de schijn."

"Maar er was meer dan het geld. Ik heb aan die periode een enorme mensenkennis overgehouden. Je krijgt onderweg met zoveel karakters te maken, je vertrekt zo vaak met een equipe, je zit samen in de boot, je leert wat tolerantie is, je leert geven en nemen. En ondertussen bid je elke dag dat het sprookje met het makkelijke geld nog even mag blijven duren. En groeit het besef dat, als je neus ook maar een ietsje anders had gestaan, je die kans nooit gekregen zou hebben."

Het gespaarde geld investeerde Michel De Windt in december 1989 samen met een paar vrienden in Café d'Anvers. En toen leek zijn mensenkennis hem in de steek te laten. In geen tijd zat hij in een heel ander schuitje.

"Ik heb mezelf toen zwaar laten beetnemen, en eindigde met een berg schulden die inmiddels allemaal zijn vereffend. Het ergste was dat ik mijn beste vriend niet meer herkende. Hij was twaalf jaar ouder dan ik. Ik had altijd naar hem opgekeken als naar een vaderfiguur, hij genoot mijn volste vertrouwen. Maar eenmaal de affaire aan het rollen ging, begreep ik ineens het gezegde dat je beter zaken kunt doen met je ergste vijand dan met je beste vriend. Ik heb in die periode alles verloren, had het gevoel dat ik gedoemd was om te mislukken. En toen ik helemaal in het nauw werd gedreven en mezelf wegens geldgebrek ook juridisch niet meer kon verdedigen, sloegen bij mij de stoppen door. Ja, ik ben in die tijd aan de drugs geraakt, maar ben opnieuw helemaal clean. Ik ben eerst door de hel gegaan, maar daar wil ik nu verder niet bij stilstaan. Het belangrijkste is dat ik die periode overleefd heb, ook dankzij een vriendin."

In een Antwerpse loft kijken we naar de vele facetten van een model. Naar reclamefilmpjes van Michels publieke verleden: met Naomi Campbell voor een spotje van Jazz, van Yves Saint Laurent. Als een andere Monsieur Hulot voor Jägermeister. Als architect in een reclamefilmpje voor de Audi A6 van Tarsem, de man achter de commercials van Nike. De Windt op de cover van de Britse Elle.

In 1992 vocht hij terug. Met zijn laatste centen kocht hij wat fotomateriaal en trok hij naar Parijs.

"Ik had niet veel keuze, ik ben maar tot mijn dertiende naar school geweest, heb geen enkel diploma en kon desnoods naar de fabriek - maar dat zag ik eerlijk gezegd niet zitten. Ik was een beetje uitgekeken op de modellenwereld en dacht: I'll quit the job before the job quits me. Gaandeweg was ik geboeid geraakt door de fotografie. Ik had met beroemde fotografen gewerkt en onderweg veel geleerd. Ik was een fan geworden van het werk van Robert Capa, van Joseph Kudelka, van Eve Arnold, van Abbas en van Elliot Erwit, die ik bovendien heb ontmoet. Een man die van nergens kwam, boeken over honden heeft gemaakt en tijdens de koude oorlog in de Russische geheime dienst infiltreerde."

"Ik had met de beste modefotografen gewerkt, met Jean-Baptiste Mondino en Peter Lindbergh, mensen die zo creatief zijn dat het een plezier was om in hun omgeving te vertoeven als een onderdeel van hun creaties. Er waren mensen die mijn ogen openden, die een hele shoot feilloos controleren, en er nog in slagen om een visie in hun werk te leggen. Het waren 'grote' mensen, die zichzelf zijn gebleven, niks meer moeten bewijzen en met iedereen overweg kunnen, van de modellen tot de jongen die de studiovloer schoonveegt. Van Lindbergh en Mondino ging een prachtige uitstraling uit, en ze waren nog genereus ook, terwijl de mindere goden zich gedragen alsof ze het warm water hebben uitgevonden."

"Toch lag ik niet wakker van de modefotografie, ik wilde er zeker niet achter jagen. Ik heb een catalogus gemaakt voor Dialogue, maar ik doe misschien nog liever buitenwerk, where the unexpected can happen. Maar het ging traag. Ik kreeg geen opleiding, maar ik heb veel gekeken. Als kind had ik dat niet zo, het is mettertijd gekomen. Nu sta ik stil voor een lichtinval, of voor een contrast, nu zíé ik dat. Maar ik kan niet terugvallen op een scholing, en de techniek heb ik zelf met vallen en opstaan moeten leren. En om eerlijk te zijn: ik heb begrepen dat de techniek niet zo ingewikkeld uitvalt. Nee, ik heb nooit in de donkere kamer gestaan, ik werk met de computer die op zijn manier de doka vervangt. Natuurlijk respecteer ik wie in de donkere kamer een schitterende afdruk kan maken, maar de computer is voor mij handiger en sneller. Er zijn zoveel mogelijkheden door ontstaan, het is hét werkinstrument van deze tijd."

Michel De Windt begon met de aanleg van een book, maakte portretten, stillevens, reportages, en vergaarde nu en dan als model nog wat geld om zijn nieuwe passie te financieren. En toen kwam Stefano Tartini langs.

"Hij is een Italiaan. We zijn ooit samen begonnen, en we verloren elkaar daarna nooit meer helemaal uit het oog. Hij is van het rustige, nadenkende type en hij hield van mijn foto's. Hij is inmiddels de agent voor Gian Francesco Barbieri en Sheila Metzner. Zes jaar lang heeft hij me onder zijn vleugels genomen. Hij vond mijn werk van in het begin erg goed, legde tegenover klanten mijn werk naast dat van beroemde fotografen als Dominique Issermann. Maar als het erop aankomt, verkiezen klanten een grote naam om hun campagne uit te werken, en ik kan dat begrijpen. Bovendien moet je met iets naar buiten kunnen komen, met een visitekaartje, met iets wat inslaat. En dat had ik nog niet."

"De kans om dat visitekaartje te maken, kreeg ik van Stefano toen Giancarlo Giammetti, de man die Valentino vanaf het prille begin financieel gesteund heeft, bij Stefano te rade ging om een fotograaf te zoeken voor een boek dat een ode bracht aan het buitenverblijf van de couturier in de buurt van Parijs. En omdat Stefano hoog opliep met mijn stillevens, adviseerde hij me om naar dat domein te gaan en volop foto's te nemen. Dat was in de lente van '98, net na de breuk met mijn vriendin. Ik zat er flink onderdoor maar toen ik van de locatie terugkwam met een eerste reeks foto's, besefte ik dat er weer een toekomst was."

Michel De Windt keerde elk seizoen een paar keer terug naar het buitenverblijf, weer of geen weer. Hij fotografeerde er bloemen en landschappen, stenen en luchten. We bladeren door Wideville, sur le chemin du temps, dat van een grote verfijning getuigt. Het is een boek als geen ander met opnames in kleur en zwart-wit dooreen, en foto's van bloemen, paarden, landschappen, standbeelden en gebouwen, gedrukt op verschillende papiersoorten. Een kijkboek met een tekst van Cathérine de Montalembert, een privé-uitgave ook die op slechts vijfhonderd exemplaren werd gedrukt, en (althans voorlopig) niet in de handel te verkrijgen is. En waarvan de foto's momenteel zelfs niet elders mogen worden afgedrukt. Een kostbaar ding dat in beperkte kring van hand tot hand gaat, en er gekoesterd wordt. Maar daarmee is het verhaal niet af.

"Eind oktober begin ik waarschijnlijk aan een ander boek voor Valentino, over een domein dat hij heeft in Toscane. En de kans blijft reëel dat ook het eerste boek in de handel komt. Er hangt van alles in de lucht, er is zelfs sprake van een tentoonstelling."

Michel De Windt lacht, hij neemt de draad van het gesprek weer op.

"Ik heb leren vechten toen ik jong was, als kind werd ik op kostschool gestuurd en heb ik twee jaar in het ziekenhuis in Pulderbos gelegen met astma. Ik mag dus zeggen dat ik het alleenzijn wel gewend was. Dat ik min of meer ongeschonden door die periode van Café d'Anvers ben geraakt, is vooral omdat ik heb leren vechten toen ik jong was. Ik heb een vlammeke in mij en dat is blijven branden."

Pierre Darge / Portret Lieve Blancquaert