cht maanden was ik toen mijn vader-soldaat om het leven kwam tijdens de Tweede Wereldoorlog. Mijn broer was drie. Moeder hertrouwde met de broer van mijn vader en er kwam nog een halfbroertje bij. Mijn oom-stiefvader heeft altijd goed voor ons gezorgd. Maar al waren wij verstandig, van voortgezette studies kon geen sprake zijn. Mijn oudste broer klom op eigen kracht op tot een van de grote inkopers bij British Petroleum. Ik ging als puber in de leer bij een loodgieter ; daarna belandde ik bij Bauknecht en ten slotte in een autofabriek.
...

cht maanden was ik toen mijn vader-soldaat om het leven kwam tijdens de Tweede Wereldoorlog. Mijn broer was drie. Moeder hertrouwde met de broer van mijn vader en er kwam nog een halfbroertje bij. Mijn oom-stiefvader heeft altijd goed voor ons gezorgd. Maar al waren wij verstandig, van voortgezette studies kon geen sprake zijn. Mijn oudste broer klom op eigen kracht op tot een van de grote inkopers bij British Petroleum. Ik ging als puber in de leer bij een loodgieter ; daarna belandde ik bij Bauknecht en ten slotte in een autofabriek. Ondertussen had ik Denise leren kennen : een intelligente, lange en slanke vrouw. Aan de bazige kant, maar ik was verliefd. Zij was onderwijzeres en ik keek naar haar op. De eerste jaren was er geen vuiltje aan de lucht : we kregen twee dochters en een zoon, en op mijn werk rijfde ik via de Ideeënbus de ene dikke premie na de andere binnen. Zo heb ik zes keer een auto plus een gespierd bedrag gewonnen. Als ik al eens geen premie bij mijn loon opstreek, was mijn vrouw verwonderd : „Hoe komt het dat je deze maand niks extra's hebt ?" Commanderen, dat kon ze. Naast de klussen thuis, moest ik ook veel dingen in elkaar steken voor de school. En als het niet voor de school was, dan was het voor de kerk. Maar ik had meer in mijn mars. Dat had mijn werkgever goed gezien, en hij stuurde mij naar een hogere opleiding, vooral in lastechnieken. Nu mag ik mij een specialist in laswerken noemen. Maar thuis was het nooit goed, en nooit genoeg. Ik had geen tijd voor mezelf ; ik was van uur tot uur vol geprogrammeerd. Voor het werk, voor de kerk, voor de school, voor thuis, er kwam geen eind aan. En toen ik niet meer zo gewillig was, aarzelde Denise niet om mij rake klappen te verkopen. Toch wilde ik mezelf ontwikkelen en ging 's avonds Spaans studeren. Dat was tijd die ik volgens haar afpakte van de school, van mijn gezin en de kerk. De ruzies en het handgemeen volgden elkaar zo snel op, dat ik het op een dag voor bekeken hield en een appartement in de stad huurde. Ik wilde van mezelf zijn, tijd voor mezelf hebben. Ik kocht schildersspullen en ging aan de slag. Met Linda kwam de liefde voor de tweede keer in mijn leven. Eigenlijk was zij het tegendeel van Denise : lief, blond, zacht en sensueel. En ze had een zoon in Zuid-Afrika : daar wou ze heen. Ik dus ook ! In die periode kregen werknemers van de automobielfabriek het aanbod om te vertrekken met een gouden handdruk. Die kans heb ik gegrepen. Ik solliciteerde in Zuid-Afrika en werd er directeur van een firma in lastechnieken. Wij woonden in een prachtige villa met zwembad en personeel. Na enkele jaren kocht ik voor haar een zaak in een winkelgalerij. Toen heb ik haar pas goed leren kennen. Al lag de schuld ook gedeeltelijk bij mij. Ik heb een gulle natuur en ik geef niks om geld. Of, zoals mijn moeder altijd zei : „Onze Robert is als een koe die melk geeft tot ze niks meer heeft." In Zuid-Afrika ging dat zo : voor Linda's boetiek betaalde ik de facturen, Linda verkocht alles en stak het geld van de kassa in eigen zak. Zo lief, blond en sensueel als ze was, zo sluw en geslepen beheerde ze de geldzaken. In de loop der jaren heeft ze een dik pensioenfonds voor zichzelf opgebouwd. Intussen was het bedrijf in lastechnieken gesloten en heb ik nog een paar andere jobs gehad, op het eiland Mauritius en in de haven van Durban, maar financieel ging het toch bergaf. Maar zolang ik geld had, gaf ik, al begon Linda mij steeds meer misprijzend te behandelen. Ze vernederde mij graag publiekelijk, bij haar rijke vriendinnen. Wij sliepen apart, en als ik bij haar kwam, moest ik naast haar bed zitten en mocht ik alleen haar hand vasthouden. In juni 1994 bereikte mij uit België de jobstijding : mijn zoon was verongelukt, tegen een boom gereden met drie vrienden : alle vier op slag dood. Na zijn begrafenis vloog ik kapot van verdriet terug naar Afrika. Mijn prachtige, sportieve jongen, op zijn negentiende van de wereld weg. In de loop der jaren was hij wel bij mij in Afrika geweest - hij en zijn zusjes - en we hebben heerlijke vakanties samen gehad. Die herinneringen koester ik. Hoe vaak heb ik hem niet geschilderd, in KwaZoeloe-Natal ? Ik was er kapot van. Begon stevig te drinken, met en zonder Linda. En telkens was de afloop ruzie, gehuil en agressie. De zaken in de boetiek in de galerij gingen hoe langer hoe slechter en we besloten daar de handel op te doeken en over te brengen in het mooie grote huis dat ik gekocht had. Veel van Linda's klanten volgden haar, maar volgens sommigen was haar smaak te ouderwets. Verder ging alles finan- cieel zijn oude gangetje : ik betaalde, zij verkocht almaar minder, maar bleef incasseren. Je begrijpt dat ik er mijn buik vol van had, maar ik wist niet hoe ik uit de situatie kon ontsnappen. Toen kreeg Linda steeds meer last van haar rug en moest ze voor een operatie naar België. Daar is ze een hele zomer gebleven. Haar vervangster in Zuid-Afrika was haar winkelhulp Sol, een in Zuid-Afrika geboren Noorse, wier vader wijngebieden in de Kaap had. Ik werd tot over mijn oren verliefd op mijn 'Barones van Stavanger' die blond was, slank, beeldschoon en twintig jaar jonger dan ik. En bibi, die was zoals altijd gul. Ook voor Sol, die daardoor waarschijnlijk dacht dat ik een vermogend man was. Toen Linda terugkwam en zag dat haar spel uitgespeeld was, heeft ze nog heel wat keet geschopt. Toen ze eindelijk mijn huis verliet, konden Sol en ik niet snel genoeg trouwen. Ons huwelijk heeft niet lang stand gehouden, maar het was de gelukkigste tijd van mijn leven. Wij waren dol op elkaar en konden niet genoeg van elkaar krijgen. Maar als je niet werkt, vliegt het geld de deur uit en als er niets bij komt, en je de hele dag samen zit om te praten, te drinken en te vrijen - tot vijf keer per dag - raakt het op. Dat was het niet alleen. Sol lonkte naar andere mannen en ik werd verteerd door jaloezie. Op een bepaald moment ontdekte ik dat er minstens één andere speler in het spel was. Exit Sol, en er werd snel gescheiden. Zij heeft nu een prachtige baan in Pretoria en ik behoor nu tot de 'arme' blanken in Zuid-Afrika. Ik heb altijd goed met de zwarten kunnen opschieten : de kunstenaars uit Zimbabwe, de gevluchte arme Congolezen die voor een armencent de parkings bewaken en de Zoeloes, wier taal ik met wisselend succes spreek. Ik word binnenkort 68 en woon in een appartementje met één slaapkamer, vlakbij de oceaan. Af en toe krijg ik een goed betaalde opdracht in de haven van Durban en voor de rest doe ik het met mijn bescheiden pen- sioentje. En toch ben ik nu vredig en gelukkig. Vooral sinds T'emby en ik een paar zijn. T'emby is een slimme, snelle grapjas. Ze verdient de kost voor haar en haar dochtertje als poetsvrouw bij rijke blanke dames van wie ze de prachtigste kleren krijgt. Ze heeft een figuurtje als van een zwarte Venus, zo volmaakt. Ze is 38 en ze woont de helft van de tijd bij mij en de andere helft in Waterloo, haar township. Daar heeft ze het mooiste huis van de straat. Ik heb er twee kamers laten bij aanbouwen, alles ingericht en met mooie palmen voor haar deur. Ze rijdt zo fier als een pauw in mijn auto rond en toetert luid in Waterloo zodat ze zeker gezien wordt. Want in haar ogen ben ik een rijke blanke. Ze zorgt voor me, ze wast, strijkt en poetst voor ze gaat werken. Ik mag het niet wagen twee dagen in hetzelfde overhemd rond te lopen ! Ik neem haar regelmatig mee uit, ook in zaken waar alleen blanken komen, en dan moet je die blikken zien ! T'emby is verblindend mooi, en dan zie ik ze denken : wat moet die ouwe met dat zwartje ? We vrijen de sterren van de hemel, maar zo onverzadigbaar als Sol is ze niet. En als wij gaan winkelen, koop ik lekkers om haar koelkast in Waterloo te vullen. We zijn nu al vijf jaar gelukkig samen en ik hoop dat het voorgoed zal zijn.DOOR GERMAINE THYS"Toen ik niet meer zo gewillig was, aarzelde Denise niet om mij rake klappen te verkopen"