'Dat is veel te ver', zei ze.
...

'Dat is veel te ver', zei ze. Een zondagmorgen. We ontbeten in de bakkerij annex tearoom in mijn straat. Ik had haar verteld dat ik mijn fiets zou op- springen richting Spandau, een stadsdeel helemaal ten westen van Berlijn dat zich geen deel van de stad voelt. 'Wat trekt jou daarnaartoe ?' vroeg mijn ontbijtpartner. Ik had lucht, beweging, ruimte nodig na een week vrij stationair leven. Ik wou de hele stad zien, al vrees ik altijd misleid te worden als ik slechts inzage krijg in een deel. Ik wil bewijzen dat ik het nog kan, eerst tien minuten op Google Maps mijn route uitstippelen, en dan op mijn bestemming geraken dankzij de technieken die ik heb ontwikkeld om mij in de stad te oriënteren. Op zondagmorgen bevinden zich weinig auto's op de weg. In het Nederlands hadden die redenen die door mijn kop schoten geresulteerd in een woordenvloed. In het Duits zei ik niets. Die naamvallen op zondagmorgen, weet je wel. Een uur later fietste ik langs de Spree. Steden langs een rivier vertonen altijd dezelfde tekortkoming : men kan per fiets nooit de rivier volgen zoals het hoort. Van de Spree ging het naar Tiergarten. Ik stapte af voor een grote kermis. Op een podium tussen de attracties brachten kinderen traditionele Turkse dansen, in passende klederdracht. Het valt op in Berlijn. Haast alle allochtonen komen uit Turkije. Ik vorderde verder naar het westen. De weg werd steeds breder. Ik wou eraf. Ik had de route met kleinere wegen moeten uitstippelen. Spandau heeft woud- en watervlakken, terwijl ik langs de hoofdweg naar het oude centrum reed. Ik kreeg honger maar trof geen snackbars aan, geen nachtwinkels - in het Duits zo mooi Spätkauf genoemd. Hoe ben ik geconditioneerd, als ik zonder niet functioneer ? In het oude stadsdeel van Spandau gedroeg ik me gejaagd, wilde terug naar het Berlijn dat wél vindt dat het bij de stad hoort. Ik ging me zuidelijker een weg terug zoeken. Ik draafde door het Grünewalt. Mijn dikke banden kwamen van pas. In Londen deed ik alles op dunne tubes. 'Had je je boek ook kunnen schrijven in Berlijn ?' had Klarapresentatrice Annemie Tweepenninckx over het Londense fietsboek gevraagd. Goede vraag. Ik improviseerde voor de microfoon, en luisterde tegelijk als eerste toehoorder. Ik had het over de tegenstelling in Londen tussen de eenvoudige fietser en het grote geld dat in die stad circuleert. In Londen worden weinig vragen gesteld over dat geld. In Berlijn zorgt een prominente linkse scene voor tegengas. Ik dacht opnieuw over de vraag na. Ik lees op de fiets. Ik bedoel : ik blader niet door een boek terwijl ik mij door het verkeer baan, maar boeken passeren door mijn hoofd, ontdaan van zinnen en komma's. Op de terugweg van Spandau overliep ik Massa van Joost Vandecasteele. Hij beschrijft de nieuwsoortige menstypes in Singapore en Hongkong. Deze soorten mensen tref je ook in Londen. Londen heeft geschiedenis, maar evolueert tegelijk naar een plek als pakweg Dubai. Continentaal-Europese steden veel minder. Mijn honger werd hevig ondertussen. Ik belandde van het woud in de villawijken met classicistische Duitse huizen. Nog steeds geen Spätkauf te zien. De wegen kronkelden en de zon verdween achter een wolkendek. Daarop kon ik me niet meer oriënteren. Wanneer appartementsgebouwen verschenen en ik de eerste snacktent zag, deed ik me te goed aan een curryworst, overgoten met warme ketchup. Een fietser heeft de calorieën eerst opgebrand. Een filosofie van de fiets - Londense notities, Hans Declercq, De Bezige Bij Antwerpen, 19,95 euro. Hans Declercq